InterviewVakbondsvoorzitter

Tuur Elzinga: ‘Juist in deze onzekere tijden is een sterke vakbond hard nodig’

Tuur Elzinga, voorzitter van vakbond FNV.  Beeld ANP / Robin Utrecht
Tuur Elzinga, voorzitter van vakbond FNV.Beeld ANP / Robin Utrecht

De coronacrisis. De oorlog in Oekraïne. Exploderende energieprijzen. Voor veel werknemers zijn het ongekend onzekere tijden. Een sterke vakbond is dan nog altijd het beste antwoord, benadrukt FNV-voorzitter Tuur Elzinga. Na jaren van krimp is het tijd terrein terug te winnen.

Lukas van der Storm

Op de werkkamer van vakbondsvoorzitter Tuur Elzinga hangt een meterslange panoramafoto. Uit 2004, van een Museumplein vol met ongeveer 300.000 vakbondsleden. Een massaprotest tegen de plannen van het kabinet Balkenende II, dat het mes wilde zetten in de mogelijkheden om voor je 65ste te stoppen met werken.

Ook Elzinga stond ergens in die menigte. “De situatie van toen lijkt wel een beetje op de huidige”, vindt de FNV-voorman. “De onvrede was veel breder dan alleen de vut en het prepensioen.” Er was het algehele gevoel dat de rekening voor economische tegenspoed bij de werknemers werd neergelegd.

Komt zo'n actie er weer?

“We merken dat de druk in verschillende sectoren nu snel toeneemt. Denk aan de callcentermedewerkers, de buschauffeurs, de supermarkten en distributiecentra. En de bagagemedewerkers op Schiphol, die vorige week al een wilde staking afkondigden. In al die sectoren is hetzelfde aan de hand. De lonen zijn er laag, juist deze mensen voelen dagelijks de gevolgen van de hoge inflatie. Ze moeten boodschappen laten staan, kunnen niet of amper rondkomen.”

Werkgevers zeggen: we komen uit een ongekende crisis. Als we de lonen nu sterk verhogen, moeten we dat doorberekenen in de prijzen van producten. Waardoor alles nóg duurder wordt.

“Zo'n loon-prijsspiraal als in de jaren tachtig is nu niet aan de orde. Als er nou sprake was van enorme loonstijgingen, was het terecht naar ons te wijzen. Maar deze inflatie begint met snel stijgende energieprijzen door de coronacrisis en de oorlog. Als we dan niet reageren met hogere lonen, wentelen we de pijn af op werknemers. Die hebben onvoldoende koopkracht en dat kan tot een recessie leiden. En ja, natuurlijk zijn er bedrijven die het moeilijk hebben. Dan zijn we nóóit te beroerd om over een oplossing te praten.”

Toch lukt het in sectoren met lage lonen, zoals callcenters, winkels en distributiecentra, vaak niet om tot grote salarissprongen te komen. Jullie hebben daar als vakbond weinig leden. Kunnen jullie dan een vuist maken?

“Er is een stevig verband tussen het aantal vakbondsleden en de uitkomst van cao-onderhandelingen. Daar waar we meer leden hebben, is het resultaat beter en stijgen de lonen harder. In de schoonmaak is dat bijvoorbeeld wél gelukt. Tegelijkertijd merken we dat het in sommige sectoren lastig is mensen te mobiliseren. Ze hebben vaak onzeker werk en zitten vast aan flexcontracten.”

“Dan is het moeilijk om je in te zetten voor een vakbond. Of om überhaupt op te komen voor je rechten als werknemer. Reden te meer om nu écht iets te doen aan de doorgeslagen flexibilisering van de arbeidsmarkt. We zijn het daar vorig jaar al met werkgevers over eens geworden. En ook politiek is er erkenning dat tegenover vast werk gewoon een vast contract hoort te staan. Maar intussen gebeurt er, mede doordat de formatie zo lang duurde, nog steeds niets. Terwijl de problemen zich juist bij deze groepen nu opstapelen.”

Speelt hier ook niet gewoon de individualisering van de maatschappij mee? Zien mensen het nut nog van iets collectiefs zoals een vakbond?

“Daarbij zie ik toch het neoliberalisme van de afgelopen decennia als het achterliggende probleem. We zijn stiefmoederlijk omgegaan met wat van ons allemaal is. Daarbij spelen allerlei maatschappelijke trends een rol: technologische ontwikkeling, mondialisering. En ook individualisering. Maar tegelijkertijd zien we nu een tegenbeweging. De coronacrisis heeft een aantal structurele, onderliggende problemen blootgelegd. Zoals grote tekorten, juist in collectieve sectoren als zorg en onderwijs.”

“Er blijft behoefte om dingen samen te doen. En dus ook voor een vakbond die opkomt voor het collectief belang. We hebben het vertrouwen in de vakbond laten peilen. 79 procent van de Nederlanders, niet alleen onze leden, vindt dat vakbonden een belangrijke rol spelen. Juist ook bij jongeren groeit dit besef. En 6 op de 10 mensen vindt dat een werknemer altijd lid van een vakbond zou moeten zijn.”

Er zijn ongeveer 8 miljoen werknemers in Nederland. Hoe kan het dan dat jullie onder het miljoen leden zijn gezakt?

“De meest voorkomende reden die mensen geven om géén lid te zijn van een vakbond is omdat het ze nooit gevraagd is. We zullen actief op zoek moeten naar groepen voor wie wij juist verschil kunnen maken.”

FNV heeft deze week, in de aanloop naar de Dag van de Arbeid op 1 mei, omgedoopt tot ‘week van de vakbond’. Onder de kapstok van het thema ‘stop de scheefgroei’ staan vakbondsmedewerkers bij verschillende bedrijven voor de deur of het hek. Zo gaan FNV’ers in Tilburg in gesprek met arbeidsmigranten van logistiek bedrijf GXO en bezoeken ze onder andere diverse bouwplaatsen, vervoersbedrijven en kinderopvanglocaties.

Ook staat de vakbond donderdag tijdens de internationale Workers’ Memorial Day stil bij arbeidsongevallen. Jaarlijks overlijden in Nederland 50 tot 70 mensen door een arbeidsongeval. Een veelvoud daarvan sterft door een beroepsziekte. FNV-voorzitter Tuur Elzinga legt om twaalf uur een krans om hen te herdenken. Ook is er 's middags een congres in Den Haag over dit thema, met onder anderen minister Karien van Gennip (Sociale Zaken).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden