Landmarkcases

Tegen je baas procederen, je moet het maar durven

null Beeld Studio Vonq
Beeld Studio Vonq

Burgers die vinden dat ze door een baas of opdrachtgever oneerlijk zijn behandeld procederen vaker door tot de hoogste rechter, zien deskundigen. Regelmatig dwingen ze zo nog niet bestaande rechtspraak af.

“Voor ik het wist lag mijn rechterbeen in de houtsorteermachine die ik aan het repareren was”, zegt machinebouwer Peter Davelaar (54) over het ongeluk dat zijn leven veranderde. Op de machine lag een te dunne veiligheidsplaat van aluminium, tijdens een controlerondje zakt hij er doorheen. Zijn been verbrijzeld in de twaalf meter lange transportschroef.

De zzp’er denkt niet graag terug aan dat moment in 2005, of aan de 44 operaties die volgden. Maar nog erger vindt de machinebouwer – die zichzelf toen gekscherend ‘de Willie Wortel van de elektrotechniek’ noemde – de jarenlange juridische strijd waarin hij terecht komt.

Want het bedrijf waarvoor hij de machine repareert – een bedrijf in houtsnippers voor onder andere paardenbakken – belooft hem een schadevergoeding maar komt daar later op terug. Davelaar wil weten of hij, als zzp’er die vaak bij het bedrijf werkt, compensatie kan krijgen voor de schade die hij heeft opgelopen. Had de opdrachtgever niet moeten zorgen voor een steviger plaat, waar hij niet doorheen zou kunnen zakken?

Bij de kantonrechter en het gerechtshof is het antwoord nee, want hij is een zzp’er en geen werknemer. Zijn advocaat blijft geloven dat hij de zaak kan winnen en met hulp van cassatieadvocaat Stefan Sagel lukt dat.

Na zeven jaar procederen

De Hoge Raad beslist na zeven jaar procederen in zijn voordeel. Dat heeft gevolgen voor alle zzp’ers in Nederland. Want vanaf dat moment is duidelijk: bedrijven moeten ook goed zorgen voor de zzp’ers die zij inhuren, als die hetzelfde werk doen als de werknemers in vaste dienst. En Davelaar? Die heeft recht op een schadevergoeding.

Een principiële zaak, noemt Stefan Sagel het. In Amerika spreken ze van landmarkcases. Zaken die gaan over onontgonnen terreinen in de rechtspraak, waardoor de uitspraak bepalend is voor soortgelijke vervolgzaken.

In zijn vijftien jaar als cassatieadvocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek – een groot advocatenkantoor met een deftig pand op de Amsterdamse Zuidas – heeft Sagel er al tientallen mogen doen. Kappers, bouwvakkers, maaltijdbezorgers en fabrieksmonteurs heeft hij voor de hoogste rechter bijgestaan. Soms in opdracht van vakbond FNV, soms voor particulieren zoals Davelaar.

De laatste jaren ziet hij meer van dit soort zaken. Pascal Besselink, senior arbeidsjurist bij juridisch dienstverlener DAS, vindt dat niet gek. “Voor mensen die lid zijn van een vakbond of een rechtsbijstandverzekering hebben, zijn de kosten om een rechtszaak te beginnen veel lager waardoor ze er eerder aan beginnen.”

Media-aandacht helpt

Ook de media-aandacht voor succesgevallen helpt. Sagel: “Vroeger stond een uitspraak binnen het arbeidsrecht in één vakblad voor juristen. Nu zijn er nieuwsberichten en blogs en zitten journalisten in de rechtszaal.”

Vakbond FNV ziet in coronatijd vooral een toename van rechtszaken die gaan over arbeidscontracten. Zo stonden medewerkers van Wibra onlangs voor de rechter omdat de winkel hen vraagt om niet-gewerkte uren tijdens de lockdown alsnog in te halen.

Het komt trouwens niet snel tot een rechtszaak, zegt de bond. FNV-advocaten nemen jaarlijks vijfhonderd tot duizend nieuwe zaken van leden aan. De meeste worden in onderling overleg met de werkgever opgelost. Tien procent komt voor de kantonrechter, enkele komen voor de Hoge Raad. “Dat zijn vaak de meest complexe zaken”, licht een woordvoerder van de bond toe.

De mensen die het aandurven om door te vechten tot de Hoge Raad zijn vaak al betrokken bij een arbeidsconflict, zoals een ontslag, dat hoe dan ook moet worden opgelost, weet de vakbond. “En het zijn mensen die het principieel oneens zijn met onrecht dat hen wordt aangedaan.”

Het gaat je niet in de koude kleren zitten

Je moet het maar durven, zegt Sagel over de mensen die net als Davelaar ‘tegen de klippen op’ blijven doorprocederen. Het is Davelaar niet in de koude kleren gaan zitten. “Procederen is duur en ik zat ook nog met de kosten van de operaties aan mijn been. Ik moest mijn bedrijfspand verkopen en een extra lening afsluiten bij de bank. Mijn vrouw vond het op een gegeven moment ook genoeg geweest. Ik heb heel vaak getwijfeld of ik door moest gaan.”

Dat meer mensen zoals hij blijven doorprocederen heeft ook te maken met de Wet Werk en Zekerheid (WWZ). “Die wet is in 2014 met stoom en kokend water doorgevoerd”, zegt Sagel. “Het is een omvangrijke wet maar er zaten veel onduidelijkheden in. Door zaken voor de Hoge Raad te brengen wordt bepaald hoe we die wet moeten uitleggen.”

Niet minder interessant

In principiële zaken hoeft het niet om veel geld te gaan maar dat maakt het voor Sagel niet minder interessant. Sterker nog, volgens hem zouden meer grote advocatenkantoren ze op zich moeten nemen.

“Kantoren als deze – doelend op De Brauw Blackstone Westbroek – verdienen heel goed met het bijstaan van grote bedrijven”, zegt hij, met een knipoog wijzend naar de marmeren vloeren in zijn kantoor. “Maar principiële zaken hebben een groot maatschappelijk belang. Het is dom om je neus op te halen voor zaken die effect kunnen hebben op vijftien of zestien miljoen mensen.”

Gelijk krijgen, het heeft Davelaar goed gedaan. “Sindsdien slaap ik een stuk beter”, zegt hij. Dat hij met zijn zaak ook anderen heeft geholpen is mooi meegenomen. “In de bouw lieten ze – toen mijn zaak voor de Hoge Raad kwam – zzp’ers barsten door ze op instabiele steigers te laten lopen terwijl vaste medewerkers die steigers niet op mochten. Door mijn zaak staan die bouwvakkers juridisch steviger als er iets met ze gebeurt. Daar ben ik blij om.”

Andere voorbeelden van principiële zaken

In 2019 maakte een Limburgse monteur via de Hoge Raad een einde aan het slapend dienstverband: een constructie waarmee werkgevers – als het gaat om zieke werknemers – onder het betalen van een ontslagvergoeding uit proberen te komen. Dit jaar bepleiten maaltijdbezorgers van Deliveroo – bijgestaan door vakbond FNV – hun zaak bij de Hoge Raad. Zij werken nu via een zzp-constructie, maar het Gerechtshof in Amsterdam bepaalde eerder dat het bedrijf zich gedraagt als een werkgever, waardoor de bezorgers recht hebben op een arbeidscontract. Deliveroo ging tegen die uitspraak in beroep. Nu willen de maaltijdbezorgers ook graag onder de cao Beroepsgoederenvervoer vallen.

Lees ook:

Jasper (23) is één van de 285 maaltijdbezorgers van Deliveroo die naar de rechter stappen

De maaltijdbezorgers van Deliveroo, nu allen zzp’er, hebben recht op een arbeidsovereenkomst. Een groot aantal bezorgers is bereid dit via de rechter af te dwingen, meldt vakbond FNV.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden