null

EssayMeester en gezel

Te weinig bouwvakkers en veel mensen met een beperking zonder werk? Hier ligt een kans

Beeld ANP

Wie onlangs een klusser zocht, weet: er zijn er te weinig. Tegelijk zijn er ruim een miljoen Nederlanders met een licht verstandelijke beperking, van wie velen maar slecht aan de bak komen. Een mooi moment voor herwaardering van een aloud systeem: dat van meester en gezel.

Lidwien Dobber

Zoals je je vrienden, kennissen of ­buren niet snel vraagt hoeveel ze verdienen, zo informeer je al helemaal niet naar hun intelligentiescore. En dus is het een goed bewaard geheim dat ruim een op de ­zeventien Nederlanders een licht verstandelijke beperking heeft, ofwel een IQ tussen de 50 en de 85. Dat is een voorzichtige schatting; een aandeel van een op de tien circuleert ook.

Je zult, zonder dat je het weet, aardig wat mensen kennen die dit label dragen. En zelf weten ze het vaak ook niet. Rekenen en taal gingen misschien niet zo lekker op school, maar wie laat er nou een IQ-test doen?

Dat onzichtbare en onbekende, dat is deel van hun probleem: ze komen goed uit hun woorden en je ziet niets aan ze. Maar problemen hebben ze wel. De een komt steeds te laat op zijn werk. Luiwammes, denkt de baas dan, jij krijgt zo de wind van voren. De ander maakt ruzie om schijnbaar niets. En na het zoveelste conflict met een collega wordt haar contract niet verlengd. Staat ze wéér op straat.

Terwijl het geen onwil is en straf of ontslag geen oplossing. Je dag structureren, daar hebben veel mensen met een licht verstandelijke beperking moeite mee. Dus ook met op tijd uit bed komen. Anderen vinden het lastig om te reizen: doet zich onderweg iets onverwachts voor, dan kan het zomaar zijn dat ze niet op hun werk komen. Je hebt stress, je kunt niet zo goed lezen, probeer dan maar eens een alternatieve route te ­vinden op Google Maps of 9292.nl. Met de juiste begeleiding kunnen ze dat wel leren.

Over de auteur

Lidwien Dobber (1965) is redacteur van Tijdgeest. Eerder werkte ze voor Trouw als redacteur sociaal-economie, was ze vakbondsjournalist en schreef ze voor mkb- en hr-bladen over ­personeelszaken.

En wat die ruzies betreft, het is voor mensen met een licht verstandelijke beperking vaak een klus om een ander goed te lezen, te snappen wat hij of zij precies bedoelt. Ook privé loopt daardoor niet altijd alles op rolletjes. Conflicten, schulden, zorgen, drank en drugs, ze spelen bovengemiddeld vaak een rol. En die problemen nemen mensen mee naar het werk. Of juist het omgekeerde: die problemen maken dat ze onaangekondigd thuisblijven.

Werkgevers vinden dat ingewikkeld, zo’n kracht met beperkte sociale vaardigheden, schrijft het Sociaal en Cultureel Planbureau in Meer Meedoen, een rapport uit 2020. Meer nog dan geringe vakinhoudelijke kennis, staat dát ze in de weg. Gevolg: van de Nederlandse beroepsbevolking zonder beperking werkt 70 procent. Van de mensen met een licht verstandelijke beperking is dat 40 tot 55 procent, schat het Planbureau. En deels is dat ook nog eens onbetaald werk.

Oppermannen en opruimers

Nog wat cijfers, maar dan van een andere orde: per duizend werknemers telde de bouw eind 2021 maar liefst 73 vacatures, meldt het CBS. Een jaar eerder waren dat er nog 46. Die krapte is gunstig voor de kansen van mensen met een licht verstandelijke beperking. Bijna 80 procent van de werkgevers in de bouw heeft de afgelopen twee jaar wel iemand aangenomen die niet de gevraagde diploma’s, vaardigheden of werkervaring had, blijkt uit een UWV-enquête in maart.

Dat is fijn voor licht verstandelijk beperkten. Zij hebben vaak niet meer dan deel­certificaten, een vmbo- of mbo1-diploma. Die gelden officieel niet als startkwalificatie, ofwel wat de overheid ziet als ‘het minimale niveau dat nodig is om een volwaardige plaats op de arbeidsmarkt te veroveren’. Daar valt wel wat op af te dingen; er is best werk voor mensen met het laagste mbo-­diploma. Maar ze staan vaak onderaan de ­pikorde en moeten genoegen nemen met flexwerk, tijdelijke baantjes en slechte arbeidsomstandigheden.

Een tekort aan bouwvakkers, een grote groep mensen met een licht verstandelijke beperking die aan de kant staat. Is dit een dekseltje dat op een potje past? De sector zelf weet het nog zo net niet. Ja, er is eenvoudig werk op de bouw. Voor oppermannen, die zorgen dat stratenmakers en metselaars steeds genoeg stenen hebben om door te werken. Of voor bouwopruimers, die achter de bouwvakkers aan werken en schoonmaken als er geboord of gezaagd is en zorgen dat er nooit een tekort aan spijkers is.

null Beeld

Voor veel werk moet je echt wat in huis hebben

Maar voor veel werk moet je echt wat in huis hebben en er komt vooral meer ingewikkeld werk bij de komende jaren. Huizen van de toekomst krijgen complexe klimaat­systemen, data worden steeds belangrijker, veel bouwvakkers werken als zzp’er en moeten hun eigen administratie doen, klanten werven. Dat vergt vaardigheden waar mensen met een licht verstandelijke beperking niet over beschikken.

Daar is weinig op af te dingen. Op dat vaardigheden-deel dan: je moet een medewerker met een licht verstandelijke beperking geen chef acquisitie maken, dat levert vast niet veel nieuwe opdrachten op.

Maar dat het werk op de bouw alleen maar ingewikkelder wordt, is juist een uit­gelezen moment om eens tegen het licht te houden wie wat doet. Een bouwer zal zich sowieso moeten afvragen hoe hij de zaak ­gedraaid krijgt nu er allerlei ingewikkelde taken op hem af komen en de instroom van goedopgeleide jonge bouwvakkers opdroogt. Zo komt er een nieuwe wet aan, die bepaalt dat een klant met een klacht niet langer hoeft aan te tonen dat de aannemer zijn werk niet naar behoren heeft gedaan. Bouwers worden verplicht om voor elk project hun eigen kwaliteitscontrole te doen met rapportjes die bewijzen dat het goed zit.

Dat wordt nog een klus. Om er tijd voor vrij te maken, loont het om te zien of functies kunnen worden opgesplitst. Geef de ­gekwalificeerde vakman, de meester, een gezel. Kijk welke eenvoudige taken de meester doet en geef die aan de gezel, zodat de meester tijd heeft voor ingewikkelde klussen.

Bouwvakkers werken vaak in koppels, wat opsplitsing van taken makkelijker maakt. Voordeel: de meester is nooit ver bij de gezel vandaan. Is er een vraag, speelt er een kwestie, dreigt er een misverstand, dan kunnen die ter plekke worden opgelost.

Ochtendgesprekje

Dat systeem past goed bij mensen met een verstandelijke beperking, want begeleiding zullen ze altijd nodig hebben. Qua werk: als er een nieuwe collega komt, als het werk zich naar een nieuwe bouwplaats verplaatst, als er een nieuw merk gereedschap komt dat net iets anders moet worden bediend.

En qua privé, want het leven is al ingewikkeld: een ochtendgesprekje (‘hoe was je avond?’) en begrip gedurende de dag zullen de privé-stress verminderen. Dat vraagt een investering, want niet elke meester kan dat zomaar; die zal op cursus moeten.

Pamperen is nadrukkelijk niet de bedoeling, stellen de SCP-onderzoekers. Van ze verlangen dat ze hun werk doen en ze ontwikkelingskansen bieden, binnen hun mogelijkheden, vergroot de kans op succes.

Dat klinkt logisch, zo’n meester-en-gezel-systeem, maar het helpt niet dat veel bouwbedrijven klein zijn en geen personeelsafdeling hebben. De eigenaar is zijn ­eigen hr-manager. Die trekt geen week uit om te kijken hoe hij het werk anders kan inrichten. Hij heeft genoeg aan zijn hoofd.

De bouwsector hád altijd een scholingsfonds dat aannemers met raad en daad terzijde stond. Werkgevers stortten geld in het fonds en bouwvakkers droegen er een deel van hun loon aan af. Het buitenland keek met jaloezie toe hoe goed Nederland dat ­georganiseerd had. Veranderde het werk, hadden ze nieuwe vaardigheden nodig, dan konden bouwvakkers bij het scholingsfonds terecht. En het fonds zorgde dat leerlingen werden opgeleid, zodat de bouw altijd aanvoer van verse krachten had.

Veel werkgevers kennen de regelingen niet

Dat fonds had kunnen nadenken over hoe je functies splitst en hoe je mensen met een licht verstandelijke beperking een plek geeft waar zowel zij, als het bouwbedrijf ­beter van worden. Het had aannemers met koudwatervrees erop kunnen wijzen dat ze ook eerst een proefplaatsing kunnen doen, dat het UWV de kosten dekt als iemand ziek wordt in de eerste vijf jaar, dat er loonkostensubsidie is en er jobcoaches bestaan, die mensen met een licht verstandelijke beperking die o zo belangrijke werknemersvaardigheden als op tijd komen kunnen aan­leren. Die regelingen zijn er al jaren, veel werkgevers kennen ze niet.

Helaas. Nadat in 2008 de kredietcrisis ­uitbrak, maakte de bouw rampjaren door. Er was geen werk, er werd geen droog brood verdiend, faillissementen waren aan de orde van de dag. Het scholingsfonds werd gezien als een luxe die de sector zich niet kon veroorloven. In 2016 is het opgeheven.

Heroprichting zal er niet in zitten, maar er ligt hier wel werk voor een regisseur in de sector. Want nu is het jammer voor de bouw en jammer voor al die mensen die aan de kant staan, omdat ze niet standaard zijn. Mensen met heel gewone wensen en ver­langens trouwens. “Bezigheid, de tijd gaat snel, je verdient er geld mee, ik vind het wel belangrijk”, zegt de 18-jarige Seven in een podcast van zorgorganisatie Middin, als hem gevraagd wordt hoe belangrijk werk voor hem is. Ook deze jongvolwassenen willen een huis en een auto. Zo normaal mogelijk, dat willen ze zijn. En om die droom waar te maken, heb je een baan nodig.

Wat de economie doet nu er oorlog woedt in Europa is hoogst onzeker. Een recessie ligt op de loer. Wie vliegen er dan als eerste uit? Mensen voor wie je moeite moet doen. Terwijl vaststaat dat werknemers de komende decennia een schaars goed worden. Dus is er alle reden om iedereen binnenboord te halen en te houden.

Dit artikel kwam tot stand mede op basis van achtergrondgesprekken met deskundigen en betrokken partijen.

Lees ook:

‘Gemeente moet meer aandacht hebben voor kwetsbare inwoners’

Gemeenten gaan over bijstandsuitkeringen, hulp bij schulden, bij het vinden van een passende baan voor mensen met een beperking. Over de jeugdzorg, een rolstoel, een aangepaste woning of huishoudelijke hulp. Tot een discussie over hoe dat geld wordt besteed, komt het maar weinig.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden