Badlokalen zijn de plekken waar Tata Steel medewerkers en leerlingen hun kleding en persoonlijke eigendommen kunnen ophangen aan ijzeren kettingen. Tijdens de werkzaamheden kan het gebeuren dat kleding nat of vies wordt. Door ze gescheiden op te hangen, blijft de eigen kleding altijd droog, en kan de werkkleding opdrogen.

Tata Steel

Tata heeft nog een lange weg te gaan voordat er groen staal is

Badlokalen zijn de plekken waar Tata Steel medewerkers en leerlingen hun kleding en persoonlijke eigendommen kunnen ophangen aan ijzeren kettingen. Tijdens de werkzaamheden kan het gebeuren dat kleding nat of vies wordt. Door ze gescheiden op te hangen, blijft de eigen kleding altijd droog, en kan de werkkleding opdrogen.Beeld Kester den Hartogh

Tata wil bij de productie van staal overstappen van kolen op aardgas en later op waterstof, gemaakt met behulp van groene stroom. Da’s makkelijk opgeschreven, maar simpel is het niet.

Het gebeurt niet vaak dat een bestuursvoorzitter van een grote onderneming lof krijgt van de voorzitter van de werkgeversorganisatie VNO-NCW (Ingrid Thijssen), van Kamerleden van verschillende politieke kleur én van milieu-organisaties. En dat ook het immer kritische Milieudefensie applaudisseert. Het overkwam Hans van den Berg, directeur van Tata Steel Nederland, onlangs wel nadat hij op een inderhaast georganiseerde persconferentie de vergroeningsplannen van het staalbedrijf had geopenbaard.

Het effect bleef niet uit. De Tweede Kamer, die zich een week eerder in een debat nog uiterst kritisch over het staalbedrijf had uitgelaten, was bij de afronding van dat debat, een dag ná Van den Bergs presentatie, een stuk milder.

Nog nooit eerder zo onder vuur

Dat was een opstekertje voor Van den Berg, en dat kon hij wel gebruiken. Zelden lag Hoogovens, om het bedrijf bij zijn oude naam te noemen, in zijn 102-jarige bestaan zo onder vuur als de afgelopen maanden. Er was het alarmerende rapport van het IPCC over de opwarming van het klimaat – Hoogovens is de grootste uitstoter van CO2 in Nederland. Er was het RIVM-rapport waaruit bleek dat er in de lucht in het IJmond-gebied nog altijd relatief veel vervuilende en kankerverwekkende stoffen zitten; dat longkanker, diabetes en hartkwalen er vaker voorkomen dan elders in Nederland; dat het stof dat in de omgeving neerslaat, kankerverwekkende substanties bevat.

Er waren bewoners en organisaties die de vervuiling in de omgeving meer dan zat zijn en zich luidkeels roerden, feller en indringender dan voorheen. Er was advocate Bénédicte Ficq, die namens 1100 omwonenden en acht stichtingen aangifte deed omdat Hoogovens willens en wetens kankerverwekkende stoffen zou uitstoten. En er waren mensen die openlijk zeiden dat het in de jaren twintig van de 21ste eeuw niet meer past om staal te produceren in een dichtbevolkt gebied. Van den Berg voelde het op zijn klompen aan: als de hazen zo gaan lopen, is actie geboden. Op z’n minst verbaal.

De Blauwe Doos is het kantoor voor grondstof voorbereidingen. Beeld Kester den Hartogh
De Blauwe Doos is het kantoor voor grondstof voorbereidingen.Beeld Kester den Hartogh

De foto’s bij dit artikel zijn deel van een serie: ‘Persoonlijke Hoogovens, het gezicht van Tata Steel’, gemaakt door Kester den Hartogh als afstudeerproject aan de Nederlandse Academie voor Beeldcreatie in Amsterdam.

De baas van Hoogovens haalde met zijn inderhaast georganiseerde persconferentie de ergste kou even uit de lucht. Maar – je zou het na die enthousiaste reacties bijna vergeten – het echte vergroeningswerk moet nog beginnen. Dat gaat niet alleen om het beperken van de uitstoot van gevaarlijke stoffen – Hoogovens heeft beloofd daar 300 miljoen euro voor uit te trekken. Het gaat ook om verdere vergroening: het terugdringen van de CO2-uitstoot naar nul.

‘Binnen acht jaar ziet het er hier heel anders uit’

Wat die plannen behelzen, is in één zin uit te leggen. Hoogovens wil bij de productie van staal overstappen van kolen op aardgas en later op waterstof dat is gemaakt met behulp van groene stroom. Da’s makkelijk opgeschreven. Maar er zal nog heel wat water door de Lek en het IJsselmeer stromen voor het zover is – uit die wateren betrekt Hoogovens water voor de koeling van zijn productieprocessen.

Overgang op aardgas vergt al veel geld en moeite, voor de overgang op waterstof geldt dat helemaal. “Binnen acht jaar ziet het er hier heel anders uit. Minder schoorstenen en andere installaties”, zei Van den Berg. Misschien zal dat zo zijn, maar de techniek is nog weinig beproefd, al helemaal niet op de schaal die Hoogovens zich wenst. Daarbij zijn er enorme hoeveelheden elektriciteit nodig, hoeveelheden die nu op zee nog niet worden geproduceerd. Nog lang niet.

Niet voor niets deed Van den Berg een beroep op de overheid. Die moet ervoor zorgen dat de benodigde windparken er komen; die moet zorgen dat er infrastructuur voor waterstof komt en dat alle vergunningen die nodig zijn op tijd gegeven worden.

Geld van het Rijk

En geld, dat moet er ook komen. Hoeveel? Bedragen noemde Van den Berg niet. In een milieuplan dat vakbond FNV eerder opstelde, werd een bedrag van 1,4 miljard euro genoemd. Op z’n minst een deel van dat geld zal van het Rijk moeten komen. Ter vergelijking: concurrent Arcelor Mittal maakte ­deze week bekend dat het zijn staalfabriek in Gent wil vergroenen: daarvoor wordt 1,1 miljard euro uitgetrokken; de Belgische overheid betaalt het leeuwendeel.

Zal de Nederlandse overheid ook over de brug komen? Doet het Rijk dat als er ook andere bedrijven die nu veel CO2 uitstoten op waterstof willen overgaan? Als BP, Shell en Esso hun raffinaderijen willen ombouwen en om een rijksbijdrage vragen. Als de bedrijven op het chemiecomplex Chemelot dat willen. Als de kunstmestfabrieken van Yara en OCI daarom vragen. En Dow in Terneuzen. Hoeveel windmolens zijn dan nodig? Hoeveel geld gaat dat kosten? En is het te verdedigen als een groot bedrijf als Shell, dat veel winst uitbetaalt aan aandeelhouders en voor miljarden dollars eigen aandelen inkoopt met overtollig kasgeld, bij de overheid zou vragen om vergroeningsubsidies? Het nieuwe kabinet, als dat er komt, heeft dan wat om over te piekeren.

En dan is er nog iets. Nieuwe technieken bieden kansen en kunnen leiden tot het beperken van de CO2-uitstoot. Maar het blijven nieuwe technieken, met veel onzekerheden omkleed. Van den Berg leverde daar zelf een bewijs voor. Anderhalf jaar lang was er, naast waterstof, nog een nieuwe techniek waarvan Hoogovens veel verwachtte: het opvangen en opslaan van CO2 in de Noordzeebodem.

Maar tijdens zijn persconferentie zette Van den Berg onverwacht een streep door die plannen. Aan de opvang en opslag van CO2 zaten meer nadelen dan gedacht, bleek uit een RIVM-rapport: vooral omwonenden zouden die nadelen ondervinden. Het samenwerkingsverband dat Hoogovens met Gasunie, Energiebeheer Nederland en het Amsterdamse Havenbedrijf was aangegaan om de plannen voor de CO2-opslag uit te werken is inmiddels ter ziele. De subsidie-aanvraag is ingetrokken. Voor de ombouw op waterstof is zo’n subsidie er nog niet.

Grote fabrikant, apart bedrijf

Ooit werkten er duizenden mensen in de Limburgse mijnen – en betrok Hoogovens zijn kolen uit Limburg. Ooit had Nederland een grote textielindustrie, werden er talloze schoenen gemaakt en bouwden werven grote zeeschepen. Als Hoogovens verdwijnt, zoals dit jaar al bepleit is, wat verdwijnt er dan?

Dan verdwijnt een flink staalbedrijf. Met een productie van circa 7 miljoen ton is het de op twee na grootste staalfabriek in de EU. Het productieproces vindt plaats op één terrein, iets wat bij lang niet alle concurrenten het geval is. Het is Neerlands grootste industrieterrein: 850 hectare, meer dan duizend voetbalvelden, iets kleiner dan de binnenstad van Amsterdam. Met twee hoogovens, een batterij installaties, tientallen kilometers aan wegen en spoorwegen én de grootste reparatie- en onderhoudswerkplaats van Nederland. Hoogovens is ook de grootste CO2-uitstoter van Nederland, al wijst het bedrijf erop dat de uitstoot per ton staal tot de laagste van alle staalfabrieken behoort.

Hoogovens maakt staal van metallurgische kolen en ijzererts. Die kolen, jaarlijks 4 tot 4,5 miljoen ton, komen van heinde en verre: vooral uit Noord-Amerika, Australië en Rusland. Het ijzererts komt onder meer uit Australië, Brazilië en Zweden. Jaarlijks onttrekt het bedrijf 32,5 miljard liter water aan de Lek en het IJsselmeer voor de koeling van bedrijfsprocessen. Daar zijn speciale pijpleidingen voor. De hoeveelheid zout water die voor koeling wordt gebruikt, is nog veel groter.

Er werken ruim 9600 mensen

Hoogovens is een grote werkgever: er werken ruim 9600 mensen. De indirecte werkgelegenheid is groter. Naar schatting zijn zo’n 30.000 tot 40.000 mensen (enigszins) afhankelijk van het bedrijf: van steigerbouwers, beveiligers, cateraars en onderhoudsmonteurs tot die bakker in Beverwijk die levert als er iets te vieren is.

Van de ruim 9600 werknemers wonen er zo’n 3000 in Beverwijk, Heerhugowaard, Alkmaar en Heemskerk, en een paar honderd in de directe omgeving daarvan. Ruim 4000 werknemers zijn ouder dan 50 jaar.

Het is, qua personeel, een apart bedrijf. Parttime werken is er een zeldzaamheid. De vakbondsdichtheid is hoog. Als de FNV ergens veel aanhang heeft, dan is het bij Tata. En de ondernemingsraad bestaat niet uit schoothondjes: die kan zijn tanden laten zien en denkt mee over de koers van het bedrijf – de FNV doet dat ook. Het vergroeningsplan van Van den Berg lijkt sterk op het plan dat de FNV een paar maanden eerder had uitgebracht.

Zijn Hoogovens’ producten onmisbaar? Maakt het bedrijf staal dat niemand anders maakt? Nee, al heeft het specialiteiten die veel andere bedrijven niet kunnen maken. Hoogovens is, zegt bedrijfswoordvoerder Robert Moens, ’s werelds grootste leverancier van staal voor batterijen en levert veel staal voor verpakkingen: blik, (drank)blikjes en verfblikken vooral. Veel autofabrikanten horen tot de klantenkring. Witgoedfabrikanten ook. Er is, zegt Moens, geen Europese auto waarin geen staal van Hoogovens zit. Het is staal van allerlei soorten en maten: stijf staal voor in portieren, buigzaam staal voor de kreukelzones voorin, plooibaar staal voor rond de achterlichten.

Hoogovens werd opgericht omdat er behoefte was aan een eigen Nederlandse producent van (toen nog) ijzer – Duitsland had tijdens de Eerste Wereldoorlog zijn leveranties gestaakt. Dat ‘eigene’ speelt nu geen rol meer. Niet alleen is Hoogovens sinds 2007 eigendom van het Indiase Tata, ruim 85 procent van de productie gaat naar het buitenland, vooral naar EU-landen.

Hoogovens is doorgaans goed winstgevend. Sinds Tata de eigenaar is, leed het alleen in de crisisjaren 2009 en 2020 verlies. Het bedrijf bestaat al meer dan een eeuw, waar veel Europese staalbedrijven in die periode ten onder gingen.

Lees ook:

Kamer verliest het geduld met Tata Steel. ‘Kinderen moeten veilig buiten kunnen spelen’

De Tweede Kamer maakt zich grote zorgen over de gezondheid van de omwonenden rondom Tata Steel. Sluiten of vergroenen, is de boodschap.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden