Seniorenwoningen

Speciale ouderenwoningen zijn een uitkomst voor de gestagneerde woningmarkt, toch wil de bouw maar niet vlotten

Een oudere vrouw met haar rollator. Lang niet elk huis is daar geschikt voor.  Beeld Robin Utrecht, Hollandse Hoogte
Een oudere vrouw met haar rollator. Lang niet elk huis is daar geschikt voor.Beeld Robin Utrecht, Hollandse Hoogte

Nederland heeft niet genoeg woningen die geschikt zijn voor ouderen. En in de huizen waar zij wonen, zou vaak ook een heel gezin passen. Twee knelpunten ineen, en die zijn niet zomaar opgelost.

Het was een bijzondere gebeurtenis, een paar weken geleden op de Grote Markt in Groningen. Een ‘stelletje bejaarden dat kwam protesteren’, zo omschreef Ger Koenen de demonstratie. “Dat is voor een aantal van jullie best een hele stap geweest”, zo sprak zij hen toe. “Maar het is ook een bewijs dat wij, zoals we hier met z’n allen staan, nog aardig krasse knarren zijn.”

Wat deze ouderen hoog zit, zo hoog dat zij ervoor naar de Grote Markt kwamen, is dat zij al acht jaar bezig zijn met de zoektocht naar een plek voor een ‘Knarrenhof’. Dat is een kleinschalige woonvorm, een ­hofje met een aantal woningen eromheen, waar ouderen zelfstandig wonen maar waar ze wel omkijken naar hun buren, met wie ze ook een aantal voorzieningen delen.

Nederland telt nu drie van zulke hofjes en op 27 andere plekken wordt eraan gewerkt. Ook in Groningen, maar tot nu toe zonder resultaat. De gemeente lijkt welwillend tegenover de plannen te staan, maar bood in acht jaar tijd maar één locatie aan – en die was niet geschikt voor zo’n hofje.

Het uitzicht van de familie Van Wijngaarden op de Alblasserwaard. Beeld Otto Snoek
Het uitzicht van de familie Van Wijngaarden op de Alblasserwaard.Beeld Otto Snoek

‘Voor mij hoeft het niet meer’

“Van de mensen die er aanvankelijk bij betrokken waren, zijn sommigen al afgehaakt”, zegt Ger Koenen, voorzitter van de club initiatiefnemers. “De klokt tikt door, sommigen zijn inmiddels 80 jaar. Die zeggen nu: voor mij hoeft het niet meer.”

Koenen zelf is 70, en acht jaar geleden dacht zij al: ik wil niet alleen oud worden. “Ik wil niet verpieteren achter de geraniums, niet eenzijdig afhankelijk worden”, zegt ze. “Ik woon nu in een ontzettend leuk buurtje, ik verkommer nog niet. Maar ik wil verhuizen voor het te laat is.”

Die verhuizing is in Koenens eigen belang, maar dat niet alleen. Zij bezet nu in haar eentje het huis waar zij ooit met haar zoon woonde, met drie slaapkamers en een zolder. Haar buren wonen in net zo’n huis, en dat is een gezin met drie kinderen. “Als ik kan verhuizen, maak ik dus een huis vrij voor een heel gezin.”

Traplopen

Het verhaal van Ger Koenen is illustratief voor een veel groter knelpunt op de woningmarkt. Veel ouderen wonen in huizen die op den duur niet geschikt voor hen zullen blijken, alleen al omdat ze er trappen op en af moeten. Dat is de ene kant van het probleem.

De andere kant is dat ouderen vaak nog in een groot huis wonen, een huis dat ooit hun hele gezin onderdak bood. Aan zulke woningen is een schreeuwende behoefte. Als deze ouderen verhuizen naar iets kleiners - zoals ook Koenen wil - wordt het bestaande woningaanbod beter benut.

Bouw dus veel ouderenwoningen - dat klinkt als een voor de hand liggende remedie. Maar dat gebeurt slechts mondjesmaat, niet alleen in Groningen. Daarmee is dit knelpunt op de woningmarkt in grote lijnen wel geschetst.

Het probleem laat zich ook in cijfers uitdrukken. Volgens de Monitor Ouderenhuisvesting van begin dit jaar zijn er zo’n 600.000 huishoudens met minstens één persoon die ouder is dan 55 jaar en in het dagelijks leven met beperkingen te maken heeft, bijvoorbeeld als het gaat om opstaan uit bed of traplopen. 10 procent daarvan woont in een huis dat niet geschikt is voor iemand met zulke beperkingen.

Behalve ongeschikte huizen - vooral in de steden, met al hun etagewoningen - zijn er volgens de monitor ook ongeschikte ‘woonomgevingen’: huizen op een te grote afstand van supermarkt, huisarts, apotheek en bushalte. De helft van alle 55-plussers woont in zo’n ongeschikte omgeving, met name buiten de steden.

En het probleem groeit, want de vergrijzing zet door. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek bedraagt de ‘grijze druk’ nu zo’n 33 procent. Dat wil zeggen dat er op elke 65-plusser drie mensen zijn van tussen de 20 en 65 jaar. In 2040 zal die grijze druk zijn toegenomen tot bijna 50 procent. Anders dan in het verleden werd aangenomen, daalt die druk daarna nauwelijks.

Ria van Wijngaarden en haar man bij de verbouwde boerderij in Giessenburg, waar ze sinds 1978 wonen. Beeld Otto Snoek
Ria van Wijngaarden en haar man bij de verbouwde boerderij in Giessenburg, waar ze sinds 1978 wonen.Beeld Otto Snoek

Empty nesters

Veel ouderen blijven het liefst waar ze nu al wonen, blijkt ook uit de monitor: 55-plussers verhuizen veel minder vaak dan de rest van de bevolking. Empty nesters kijken vaak wel om zich heen als hun kinderen net de deur uit zijn. Maar lukt het niet snel om iets te vinden, dan daalt hun verhuisbereidheid. Die komt pas terug als ze problemen met hun gezondheid krijgen.

Daar komt nog bij dat steeds meer ouderen in een koophuis wonen. Dat is vaak al afbetaald en dus wonen zij bijna gratis. Ze kunnen dat huis best verkopen en met de opbrengst een appartementje huren. Dan gaan ze dus kleiner wonen voor meer geld – geen wonder dat velen die keus niet maken.

“Ouderen willen bovendien vaak graag binnen hun eigen buurt blijven”, stelt Rabobank-onderzoeker Carola de Groot, die een serie studies onder de loep nam. En als ze niets vinden, gaan ze meestal niet alsnog verder weg op zoek.

Andere afdeling

Bouwen, veel bouwen is de meest voor de hand liggende methode om de doorstroming op de woningmarkt op gang te brengen. Toch komen zelfs kleinschalige projecten als de Knarrenhofjes nauwelijks van de grond. Wat gaat er mis?

Het is een geldkwestie, zegt Peter Prak, die het Knarrenhof-concept bedacht. “Op zoek naar geschikte locaties in gemeenten moet je bij de afdeling grondzaken zijn”, zegt hij. “Die kiest ervoor om die grond uit te geven aan projecten die het meeste geld opleveren. En dan worden het vaak gezinswoningen tegen marktprijs, in plaats van seniorenwoningen tegen kostprijs.”

Prak voert in gesprekken met zo’n afdeling grondzaken steevast aan dat de bouw van een Knarrenhof de gemeente op termijn óók geld oplevert, omdat zo’n hofje leidt tot lagere zorguitgaven via de WMO. “Maar dat geloven ze niet. Of ze zeggen: de WMO, dat is een andere afdeling. Of: de grond goed­koper maken is staatssteun en dat mag niet.”

Vergrijzingstsunami

Dat er iets moet gebeuren, is duidelijk. Zeker na het advies van de commissie Toekomst zorg thuiswonende ouderen, begin 2020. Er zijn nieuwe woonvormen nodig ‘tussen het aloude eigen huis en verpleeg­huis in’, stelde commissievoorzitter Wouter Bos. “Maar te midden van alle problemen op de woningmarkt wordt er ook voor ouderen veel te weinig gebouwd en verbouwd.”

Woorden, maar nog niet veel daden. “Er komt geen vergrijzingsgolf aan, maar een ­vergrijzingstsunami”, waarschuwt bestuursvoorzitter Cees van Boven van Woonzorg Nederland, een woningcorporatie die zich toelegt op huisvesting voor ouderen, met woningen in de helft van alle gemeenten. “Nu werkt een op de zeven mensen in de zorg, straks zal dat een op de vier zijn. ­Behalve als we het anders inrichten. En daar horen nieuwe woonvormen bij.”

Hoe dan? Dat staat Van Boven helder voor de geest. Hij spreekt van een drieslag. “Er wordt nu veel gesproken over de noodzaak om de komende tien jaar één miljoen nieuwe woningen te bouwen. Laten we om te beginnen zorgen dat 10 procent daarvoor voor ouderen bestemd is.”

Dat moeten vooral geclusterde woonvormen zijn – ‘sorry voor het jargon’. “Woningen waar ouderen zelfstandig wonen, maar wel samen, waar ze meer delen dan een lift en brievenbus.” Dat kunnen zelfstandige appartementen zijn, maar ook groepswoningen.

Woonzorg Nederland begint in 2022 aan de bouw van de Stadsveteraan, een project met 150 van zulke woningen in Amsterdam. “En denk dan niet aan bejaarden die sjoelen of bingo spelen. Dit is bedoeld voor een nieuwe generatie ouderen, die niet meer in hun oude huis blijft wonen tot het echt niet meer kan en daarna nog een paar maanden of misschien anderhalf jaar in een verpleeg­huis woont.”

De achterzijde van de boerderij in Giessenburg waar de familie van Wijngaarden woont. Beeld Otto Snoek
De achterzijde van de boerderij in Giessenburg waar de familie van Wijngaarden woont.Beeld Otto Snoek

Openbare wc’s

Toch moeten er ook zorgcentra gebouwd worden – dat is het tweede deel van Van ­Bovens drieslag. Weliswaar zullen ouderen in die geclusterde woonvormen minder snel eenzaam worden en nemen ze deels ook de zorg voor elkaar op zich, “maar het is een ­illusie om te denken dat mensen in de laatste fase van hun leven, bijvoorbeeld als ze lijden aan dementie, altijd thuis kunnen blijven”.

En ten slotte, zo luidt Van Bovens advies: los niet alles op met stenen. “Zorg dat mensen ook oud kunnen worden in bestaande woningen door wijken ‘zorgvriendelijk’ te maken. Met wegwijzers naar de supermarkt, met bankjes op de weg ernaartoe die uitnodigen om elkaar te ontmoeten, met openbare wc’s.”

Gaat dit alles ook gebeuren? Woningcorporaties als Woonzorg Nederland kunnen het voortouw nemen, maar gemeenten moeten ook hun aandeel leveren. Anderhalf jaar geleden heeft het kabinet een ‘task­force wonen en zorg’ opgezet die gemeenten aanmoedigt dat ook daadwerkelijk te doen. Maar nog niet eens de helft heeft er al afspraken over op papier staan.

Van Boven verwijst naar zijn beeld van de vergrijzingstsunami. “We laten ons steeds verrassen door demografische ontwikkelingen. Kennelijk moet het water eerst over de dijken klotsen voordat we er iets aan doen.”

Een mooi huis in een kostelijk straatje, waarom zou je weggaan?

“Zo loopt het soms”, zegt ze. Bijna zestig jaar geleden betrok ze dit huis. Drie van haar vier kinderen zijn er geboren, en die zijn al lang de deur uit. Haar man is overleden. Maar Mans Luijmes (86) woont nog steeds in datzelfde jarendertighuis in Warnsveld, in wat ze zelf een ‘kostelijk straatje’ noemt, in een ‘prettig buurtje’.

“Als je ouder wordt, word je ook wat krakkemikkig. Een paar jaar geleden kreeg ik het advies: als je hier wilt blijven, neem dan een traplift. Die heb ik nu. Mijn tuintje is net zo klein dat ik het kan onderhouden en er wel het plezier van heb dat ik buiten kan zitten. Ik ga hier alleen weg als het niet anders kan.

“Ik heb weleens gedacht: is het niet vreemd dat ik hier in m’n eentje woon, terwijl zo veel ­gezinnen zo’n huis zoeken. Maar daar voel ik me niet meer bezwaard over. Mijn eigen woonplezier is zó groot – misschien ben ik wat egoïstischer geworden.”

Geld? Nee, dat speelt geen rol in haar afwegingen. “Ik woon goedkoop, ja. Als ik het huis verkoop en een appartementje huur, is dat geld er snel doorheen. ’t Is dat je het vraagt, ik zou het zelf niet eens bedacht hebben.”

In het achterhuis van de boerderij is alles nu rollatorproof

De tijd dat de boerderij waar Ria van Wijngaarden (bijna 70) woonde veel te groot zou worden, kwam al dichterbij. Haar vijf kinderen groeiden er op en waren uitgevlogen. “Op den duur zou het niet vol te houden zijn”, vertelt ze. “Al dat onderhoud, al die trapjes op en af, die kleine deuren overal – hier oud worden zou moeilijk worden.”

Nog voordat de vraag ‘hoe nu verder’ zich voordeed, meldde een van haar kinderen zich. Die wilde er wel bij komen wonen, samen met zijn gezin. En dat was het startsein voor een ingrijpende verbouwing, twee jaar geleden. Van Wijngaarden en haar man hadden altijd het voorhuis bewoond; dat werd nu het domein van het jonge gezin. Zijzelf verhuisden naar het achterhuis, waar aan de binnenkant niets bleef zoals het was: “Alles is nu rollator- en scootmobielproof: ­gelijkvloers en overal zitten brede deuren. Én alles is duurzaam.”

“Het is heel belangrijk om voor je 75ste goed na te denken over de vraag: waar wil ik oud worden?”, zegt Van Wijngaarden. Haar man wilde sowieso al niet weg van de boerderij waar ze sinds 1978 wonen. Hij geniet nog steeds van het weidse uitzicht over de Alblasserwaard. “We zijn best bevoorrecht.”

Lees ook:

Nederland in 2050: veel meer ouderen en eenpersoonshuishoudens, en dat heeft consequenties

Hoe ziet de Nederlandse bevolking er in 2050 uit? Hoeveel mensen wonen er dan? Waar moeten politici over gaan piekeren? Twee instituten studeerden op die vragen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden