Bedrijfsstructuur

Shell vertrekt uit Nederland om een slagvaardiger bedrijf te worden. Of is er meer aan de hand?

Het Shell-gebouw in Londen. Shells topbestuurders gaan daar werken, nu Shell zijn hoofdkwartier officieel naar Londen heeft verplaatst.  Beeld EPA
Het Shell-gebouw in Londen. Shells topbestuurders gaan daar werken, nu Shell zijn hoofdkwartier officieel naar Londen heeft verplaatst.Beeld EPA

Shell verplaatst zijn hoofdkantoor naar Londen. Daar gaat de concerntop, inclusief topman Ben van Beurden, voortaan werken. Waarom kiest Shell voor die optie?

Koos Schwartz

Bijna een eeuw was Shell een Brits-Nederlands bedrijf: één bedrijf met twee besturen, net als Unilever. In 2005 kwam een eind aan die ingewikkelde constructie. Toen werd Shell één bedrijf: Brits, met een hoofdkantoor in Nederland.

Zestien jaar later blijkt ook dat te ingewikkeld. De structuur knelt, stelt Shell: ze maakt het lastig om grote aan- en verkopen te doen en ingewikkeld om geld uit te keren aan aandeelhouders. In Het Financieele Dagblad sprak topman Ben van Beurden maandag over ‘handboeien die ons bedrijf onder de oppervlakte grote restricties geven’. Van die handboeien wil Shell af. Shell wil sneller worden, wendbaarder, slagvaardiger.

Is dat de echte reden?

Bestuursvoorzitters van Shell klagen al jaren over de trage besluitvorming en het gebrek aan slagvaardigheid bij het bedrijf. Cor Herkströter deed dat bijna een kwart eeuw geleden, Jeroen van der Veer vanaf 2004 ook. Die traagheid kan te maken hebben met die ingewikkelde structuren. Maar het zit ook wel in de genen: Shell is geen Amerikaans bedrijf waarbij de wil van de baas meteen wet is en iedereen de kant op rent die de chef aanwijst.

En dan er is nog iets: in 2016 kocht Shell het Britse BG voor circa 50 miljard euro, een mega-aankoop. Blijkbaar was die structuur daar toen geen beletsel voor. Zoals die structuur ook niet verhinderde dat Shell de afgelopen jaren voor vele miljarden aan bezittingen verkocht.

Van Beurden roept dus maar wat?

Ho ho, niet te snel. Er was in 2004 een groot probleem: het Verenigd Koninkrijk kent geen dividendbelasting, Nederland wel. Als Shell Nederlands zou worden, zouden de Britse aandeelhouders dividendbelasting moeten gaan betalen – het tarief was toen 25 procent. Dat was onverteerbaar voor hen: ze zouden tegen eenwording stemmen.

Dus kwam er een andere oplossing: Shell werd één bedrijf, maar hield twee soorten aandelen: ‘Nederlandse’, waarover aandeelhouders dividendbelasting moesten betalen omdat het hoofdkantoor in Nederland zat; en ‘Britse’ aandelen waarvoor dat niet gold. Het was een heel aparte regeling: Shell was toch één bedrijf: hoezo dan winsten splitsen? Hoezo dan over een deel van die aandelen geen dividendbelasting heffen?

Er kwam een speciale regeling met de Nederlandse Belastingdienst, beklonken op 26 oktober 2004, die dat mogelijk maakte. Voorwaarde was dat de dividenden die aan Britse aandeelhouders werden uitgekeerd, afkomstig moesten zijn uit de winsten van de Shell-bedrijven die onderdeel waren van het Britse deel. De dividenden voor de houders van de ‘Nederlandse’ aandelen moesten uit het Nederlandse deel komen.

Ingewikkeld? Zeker. Het werd nog ingewikkelder toen Shell in 2016 BG overnam en de regeling met de fiscus werd aangepast. De structuur leidde intern tot veel extra werk en tot die voor de buitenwacht niet zichtbare ‘grote restricties’ waar Van Beurden in het FD over sprak. Als voorbeeld wees hij op de verkoop van zijn Amerikaanse schalie-olievelden aan ConocoPhillips voor 8 miljard euro. Die opbrengst wil Shell grotendeels besteden aan de inkoop van eigen aandelen. Maar het duurt volgens Van Beurden anderhalf jaar voordat dat is geregeld. Bij een ‘normaal’ bedrijf zou dat veel sneller gaan.

Maar wil Shell nou slagvaardiger worden of wil het van die dividendbelasting af?

‘We gaan weg omdat we slagvaardiger willen worden’ klinkt beter dan ‘we zeggen doei tegen Nederland vanwege die dividendbelasting.’ Maar grofweg komt het op hetzelfde neer. Shell wil zijn Britse aandeelhouders niet voor het hoofd stoten. De door Shell zo vurig gewenste, en door premier Rutte zo hartgrondig bepleite, afschaffing van de dividendbelasting kwam er niet, en komt er hoogstwaarschijnlijk ook niet meer. Dan is de keuze voor Londen niet onlogisch. Bij Unilever speelde hetzelfde. Dat maakte vorig jaar dezelfde keuze: ook onder het motto, we willen slagvaardiger worden. President-commissaris Nils Andersen zei ook: toen de dividendbelasting niet werd afgeschaft, was blijven in Rotterdam geen optie meer.

Maar waarom nu dat besluit van Shell?

Shell was het wachten zat. Mogelijk speelt mee dat het maatschappelijk en politiek tij niet erg Shell-gezind is. De belastingmoraal van multinationals ligt onder vuur. Trouw onthulde eind 2018 dat Shell in Nederland al jaren geen winstbelasting betaalde: het kon buitenlandse verliezen verrekenen met in Nederland gemaakte winsten. Er is kritiek op Shells vergroeningstempo: er is, kortom, geen sfeer waarin Shell kan rekenen op (fiscale) gunsten in de lage landen. Dat is in het verleden wel anders geweest.

Ja, die vergroening. Is die gebaat bij Shells stap?

Van Beurden claimt van wel. Als het makkelijker wordt om ‘fossiele’ bedrijfsonderdelen te verkopen en niet-fossiele bedrijven te kopen, is dat misschien ook zo. Voor Shells aandeelhouders is dan het voordeel dat zij eerder en meer kunnen profiteren van die verkopen, constateerde The Financial Times maandag. Ook niet onbelangrijk voor een bedrijf dat vorig jaar zijn dividend door corona nog fors moest verlagen.

Lees ook:

Nederland loopt veel belasting mis door de verhuizing van Shell

De staatskas loopt al snel honderden miljoenen aan belasting mis als Shell verhuist uit Den Haag, zegt hoogleraar belastingrecht Jan van de Streek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden