Arbitrageregeling

Shell daagt Nigeria voor een internationale rechtbank na ruzie om olielekkages

Olie- en gasverwerkingsstation van Shell in Port Harcourt.  Beeld ANP
Olie- en gasverwerkingsstation van Shell in Port Harcourt.Beeld ANP

Na twintig jaar juridische strijd in Nigeria stapt Shell naar een internationale investeringsrechtbank, onderdeel van de Wereldbank.

Hans Nauta

Shell heeft een zaak tegen de Nigeriaanse overheid aangespannen bij een internationale rechtbank voor investeerders in Washington. Aanleiding is een langdurig conflict over olievervuiling en de daaruit voortkomende onteigening van Shell-locaties nabij de Nigeriaanse oliestad Port Harcourt.

Het conflict kent een lange geschiedenis. Het gaat namelijk terug tot een groot olielek tijdens de Nigeriaanse burgeroorlog (1967-1970). De regio Biafra wilde zich afscheiden van Nigeria en door de gewapende strijd raakte de olie-infrastructuur van de Nigerdelta beschadigd.

In 1970 vervuilden olielekkages een gebied van 250.000 hectare. De getroffen Ejama-Ebubu-gemeenschap begon in 2001 een rechtszaak tegen het oliebedrijf om schadevergoeding te eisen. Negen jaar later droeg de rechter Shell op om de gedupeerden 17 miljard naira te betalen, naar de huidige wisselkoers 37 miljoen euro.

Maar Shell zegt niet verantwoordelijk te zijn voor de schade. Die was tijdens de burgeroorlog ‘door derden’ veroorzaakt. Bovendien zegt Shell dat de vervuilde gebieden zijn schoongemaakt. Er volgde een lange juridische strijd. Hoewel het Hooggerechtshof van Nigeria de bezwaren van Shell in november verwierp, is de zaak daarmee niet afgedaan.

Gedwongen verkoop

De kwestie is zelfs nog ingewikkelder geworden doordat er beslag is gelegd op bezittingen van Shell. Dat gebeurde op verzoek van de gedupeerden en met goedkeuring van de rechter. De overheid - namelijk de deelstaat Rivers waarvan Port Harcourt de hoofdstad is - besloot die bezittingen vervolgens zélf te kopen.

Zo is Rivers State opeens eigenaar geworden van het industriële complex van Shell op Kidney-eiland bij Port Harcourt en van een bepaalde olielicentie van Shell. Shell Nigeria noemt die gedwongen verkoop onwettig.

Een luchtfoto van vervuiling en illegale olie-raffinaderijen in de Nigerdelta in Nigeria. Lekkende pijpleidingen van Shell door diefstal van ruwe olie en illegale verwerking zorgen voor grootschalige vervuiling in het gebied.  Beeld ANP
Een luchtfoto van vervuiling en illegale olie-raffinaderijen in de Nigerdelta in Nigeria. Lekkende pijpleidingen van Shell door diefstal van ruwe olie en illegale verwerking zorgen voor grootschalige vervuiling in het gebied.Beeld ANP

Omdat Shell vindt dat z’n rechten worden geschonden in Nigeria, zoekt het bedrijf zijn heil bij een internationale rechtbank. Daar kunnen investeerders terecht als ze door overheden onheus bejegend worden. Of als ze geen vertrouwen meer hebben in de rechtspraak in het land waar ze actief zijn.

Shell stapt naar de investeringsrechtbank van de Wereldbank. Dat is het International Centre for Settlement of Investment Disputes (ICSID). Nederland en Nigeria hebben in het verleden afgesproken dat bedrijven dat mogen doen als hun belangen worden geschaad.

“Het is geen gemakkelijk genomen besluit”, zegt een woordvoerder van Shell Nigeria in een reactie. “Maar gezien de voorgeschiedenis van deze zaak zoeken we bescherming van onze juridische rechten bij een internationaal tribunaal.”

Arbitrageregeling

Investeringsrechtbanken zoals ICSID krijgen veel kritiek, omdat ze multinationals in staat stellen de reguliere rechtspraak buitenspel te zetten. Waarom zou een rechtbank die speciaal is opgericht voor investeerders de uitspraken van rechters in Nigeria mogen verwerpen? En hoe onpartijdig is zo’n arbitragesysteem?

Voorstanders zeggen juist dat bedrijven geen grote investeringen zouden doen zonder de rugdekking van zo’n arbitrageregeling. In een land met een zwak bestuur zouden ze zomaar opzij gezet kunnen worden. Bijvoorbeeld net nadat ze enorme investeringen hebben gedaan in de mijnbouw of de oliewinning.

Ook Nederland krijgt inmiddels te maken met ICSID. Via deze investeringsrechtbank wil de Duitse energiereus RWE een schadevergoeding van 1,4 miljard euro afdwingen bij de Nederlandse staat. De reden is het Nederlandse steenkolenverbod vanaf 2030. Milieuorganisaties vinden ICSID ouderwets omdat het de fossiele energiehandel beschermt, bedrijven zoals Shell dus, zonder rekening te houden met klimaatverandering.

Lees ook:

Nigeriaanse boeren winnen zaak tegen Shell over olievervuiling

Shell heeft een zorgplicht in Nigeria en moet zijn olieleidingen beter beschermen, zegt het gerechtshof in Den Haag.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden