Pensioenfondsen

Pensioenfondsen boeren weer ietsje beter, na desastreuze zomer

SITE en EDITIE artikel artikelpagina Nieuws typografie letter illustratie Beeld RV

Pensioenfondsen staan er sinds afgelopen najaar weer beter voor, blijkt uit hun kwartaalcijfers.

Noem het een kleine herstelherfst voor de pensioensector. Na een desastreuze zomer krabbelt de dekkingsgraad van de vijf grote pensioenfondsen weer wat op in het laatste kwartaal van 2019, blijkt uit de cijfers die zij vandaag bekendmaken. 

Die dekkingsgraden geven aan of de fondsen genoeg vermogen in kas hebben om ieders pensioenuitkering (nu en in de verre toekomst) te kunnen uitbetalen. Bij een dekkingsgraad van 100 procent is dat het geval, maar zó goed herstelde de sector nu ook weer niet in de afgelopen maanden.

Overheidsfonds ABP sluit het jaar af met 97,8 procent. Zorgfonds PFZW komt uit op 99,2, de metaalfondsen PME en PMT op 98,7 en 98,8. Vorige zomer waren die standen nog heel wat beroerder. BPF Bouw is de laatste jaren altijd een positieve uitzondering en staat ook nu hoger dan de rest: 114,1.

De metaalfondsen PME en PMT hebben sinds afgelopen december vijf jaar op rij te weinig geld in kas. Eigenlijk zouden ze daarom dit jaar moeten korten op de uitkeringen van hun deelnemers. Maar in november besloot verantwoordelijk minister Koolmees (D66, sociale zaken) dat fondsen een jaar extra mochten nemen om er zonder kortingen weer bovenop te komen. Daarmee hoopt de minister op genoeg rust om het pensioenakkoord uit te werken dat hij dit jaar met de sociale partners sloot. Fondsen zijn daarmee niet per se gered voor volgend jaar, veel problemen lijken eerder vooruitgeschoven. ABP noemt korten volgend jaar ‘reëel’. 

Beleggers verwachten de komende jaren minder rendement

Als 2019 iets liet zien, was het wel hoe afhankelijk de fondsen zijn van iets waar ze amper invloed op hebben: de lage rente. Hoeveel geld ze in kas moeten houden om aan hun toekomstige verplichtingen te kunnen voldoen, berekenen ze aan de hand van de rente op Nederlandse staatsobligaties. Die staatsobligaties leveren namelijk een zo goed als risicovrij rendement. Fondsen mogen ervan uitgaan dat hun vermogen dus ook min of meer gegarandeerd met die snelheid stijgt. Zo kunnen ze de waarde van een pensioenuitkering in 2050 terugrekenen naar hoeveel die vandaag dan waard zou zijn.

Hoe lager de rente, hoe hoger de waarde van hun verplichtingen en hoe lelijker de dekkingsgraad uitpakt. En de rente is historisch laag. Zeker afgelopen zomer. Ondertussen waren de rendementen op beleggingen met risico weliswaar torenhoog. De pensioenpot is daardoor de laatste tien jaar met een gigantische snelheid gegroeid. Maar dat woog toch niet op tegen de nog sneller stijgende verplichtingen. 

Overigens verwachten beleggers de komende jaren minder rendement. ABP houdt het wat dat betreft op zo’n 4 procent, waar het vermogen vorig jaar nog groeide met een astronomische 16,8 procent.

Lees ook:

Komt er dit jaar eindelijk een oplossing voor de dreiging van pensioenkortingen? Vier vragen en antwoorden

Komt er in 2020 dan eindelijk een oplossing voor de blijvende dreiging van pensioenkortingen? Vier vragen over een slepend dossier. 

De pensioenen gaan niet omhoog, de pensioenpremies wél

Pensioenuitkeringen laten meebewegen met stijgende consumentenprijzen zit er nog steeds niet in, ondertussen gaan de premies straks omhoog.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden