Koopkracht

Ook al zit de economie in de lift, bijna de helft moest vorig jaar inleveren op koopkracht

In 2016 demonstreerden ouderen al voor een betere koopkracht voor pensioengerechtigden. Beeld ANP

Bijna de helft van de Nederlandse samenleving moest vorig jaar inleveren op de koopkracht, alle economische voorspoed ten spijt.

Alle jubelberichten over de Nederlandse economie van de afgelopen tijd zullen door de helft van de samenleving met verbazing zijn gelezen. Gezonde groei, stijgende lonen? Met name gepensioneerden gingen er vorig jaar in koopkracht juist op achteruit.

In totaal zag liefst 48 procent van de Nederlanders de koopkracht dalen in 2018, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Naast de ouderen ging het ook wat bergafwaarts voor mensen met een bijstandsuitkering. Gemiddeld kreeg het land er 0,3 procent aan koopkracht bij, de laagste stijging sinds het crisisjaar 2013. En niet dankzij de positie van ouderen en bijstandsgerechtigden, dus. Dat het per saldo een stijging is, komt vooral door de 1,8 procent die werknemers erop vooruitgingen.

Persoonlijke omstandigheden 

Het CBS gaat in zijn rapportage over koopkracht iets anders te werk dan het Centraal Planbureau (CPB), dat zich meer bezighoudt met koopkrachtvoorspellingen op basis van cao-lonen, inflatie en aangekondigde beleidsplannen. Persoonlijke omstandigheden blijven buiten beeld bij het CPB. Het CBS kijkt terug naar hoe het er in de praktijk aan toeging en neemt daarin ook eventuele promoties op het werk, gezinswisselingen en pensionering mee.

Het is goed te verklaren dat het inkomen van veel gepensioneerden aan slagkracht inboet. Grote pensioenfondsen zitten financieel in zwaar weer. Op last van toezichthouder De Nederlandsche Bank mogen zij de pensioenuitkeringen niet laten meebewegen met de inflatie.

De hardste klappen

Degenen met veel aanvullend pensioen (opgebouwd tijdens het werkzame leven) krijgen daarom de hardste klappen. De AOW-uitkering, die iedereen ontvangt, stijgt namelijk wél mee met de consumentenprijzen. Mensen die bovenop dat basispensioen jaarlijks meer dan 20.000 euro aan aanvullend pensioen ontvangen, moesten vorig jaar 350 euro aan koopkracht inleveren. Vanaf 2008 gerekend gaat het zelfs om 12,6 procent.

Pensioenuitkeringen laten meebewegen met de inflatie? Het is voor veel fondsen nog lang niet in zicht. Sterker, miljoenen deelnemers krijgen waarschijnlijk met kortingen te maken. Volgend jaar lijken twee grote metaalfondsen (goed voor zo’n twee miljoen deelnemers) daar al niet aan te ontkomen. Gepensioneerden krijgen dan een lagere uitkering, werknemers in die sector bouwen minder snel een pensioen op. 

Ook voor het overheidsfonds ABP en zorgfonds PFZW is de kans levensgroot dat ze volgend jaar al moeten korten, al gaat dat door een andersoortige korting om veel kleinere bedragen. In 2021 komt ook voor hen een grote kortingsklap als hun positie niet verandert. Dit gaat dan in totaal om zo’n acht miljoen Nederlanders.

Verbolgen ouderenbond

Minister Koolmees (sociale zaken) heeft onlangs toegezegd met pensioenfondsen om tafel te gaan om te kijken waar hij ze mogelijk kan ondersteunen. Toch leek hij in dat Kamerdebat niet van plan iets te veranderen aan het grootste pijnpunt voor fondsen: de manier waarop zij moeten berekenen hoeveel vermogen ze nu moeten beheren om niet te hoeven korten. Daar iets aan veranderen, zou te veel risico’s opleveren voor komende generaties, zei Koolmees.

Ouderenbond Anbo reageert verbolgen op de nieuwe CBS-cijfers. Volgens directeur-bestuurder Liane den Haan komt het kabinet de beloften aan gepensioneerden niet na. Zo schrijft zij de achteruitgang niet alleen toe aan problemen bij de pensioenfondsen, maar ook aan stijgende zorgkosten.

Meebewegen met inflatie

Het is veel onduidelijker waarom mensen in de bijstand een kleine achteruitgang ondervinden, zegt hoofd-econoom van het CBS Peter Hein van Mulligen. “Die uitkering beweegt namelijk wel mee met de inflatie.” Wellicht pakken veranderingen in toeslagen als die voor zorg of kinderen nadelig uit, zegt hij.

Het gemiddelde van 0,3 procent voor heel Nederland komt aardig overeen met wat het kabinet twee jaar geleden verwachtte voor 2018. Maar de koning zei in zijn Troonrede van september 2017 dat geen enkele groep erop achteruit zou gaan, ook de ouderen niet. De praktijk bleek weerbarstiger.

Van zelfstandigen zijn nog niet genoeg gegevens binnen om een zeker beeld van hun koopkracht te schetsen, zegt Van Mulligen. “Wij maken gebruik van belastingaangiftes voor onze berekeningen, en voor deze groep is daar momenteel pas een derde van ingevuld.” Volgend jaar komen de volledige koopkrachtcijfers alsnog, zegt hij.

Lees ook:

Rutte III moet listen verzinnen voor deze drie problemen

De Tweede Kamer is nog even op reces, maar voor het kabinet zit de vakantie er op. Bij de eerste ministerraad vandaagliggen er meteen meteen zware dossiers op tafel, over defensie, milieu en koopkracht.

De Nederlander moet merken dat het beter gaat, dus gaat het kindgebonden budget omhoog

Het kabinet verhoogt toch het kindgebonden budget. Het is de eerste zet om te voorkomen dat de koopkracht tegenvalt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden