AnalyseRecessie

Onze economie krijgt een enorme ram, en ook de vooruitzichten zijn ‘inktzwart’

Koning Willem-Alexander praat in juni dit jaar met een horeca ondernemer bij een intake van een terras tijdens een bezoek aan de gemeente Apeldoorn.Beeld ANP

De Nederlandse economie beleeft in juli en augustus een lichte omslag. Maar de coronacrisis hakt er diep in en is nog niet voorbij. 

Veel volk hè, op de stranden. Vol hè, die terrassen. Druk op de weg ook: overdag soms drukker dan voor de coronacrisis. Cafés zijn weer open, theaters open, pretparken open: Nederland lijkt nauwelijks meer op het Nederland van eind maart toen binnensteden uitgestorven waren en bijna alles wat met buitenpret te maken heeft gesloten was.

Ja, er is veel veranderd. Horecabedrijven aan de kust en op de eilanden doen goede zaken, als ze een terras hebben. Er rollen weer rolkoffers door de straten. Er wordt vakantie gevierd – Nederlanders doen dat vaak in eigen land. De piekverkopen in de supermarkten zijn voorbij nu veel horeca weer open is. Kapper, sportschool, tandarts en fysio zijn bezoekbaar. Hé, is dat geen voetbal die daar rolt in dat stadion?

Het aantal bedrijven dat een beroep doet op de nieuwe steunregeling van de overheid – de NOW-2, een subsidie op loonkosten voor bedrijven met flinke omzetverliezen – ligt een stuk lager dan het aantal dat aanklopte voor de eerste regeling. Veel bedrijven komen niet meer in aanmerking voor subsidie, omdat hun omzetverliezen daarvoor te klein zijn geworden. Consumenten en producenten zijn, meldde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vrijdag, iets minder somber geworden over hun vooruitzichten. 

Een leeg terras op de markt in Bergen op Zoom.Beeld ANP

Kommer, kwel en faillissementen

De uitzendbranche heeft het ietsje drukker, de horeca heeft weer personeel nodig. Het aantal faillissementen blijft (nog) bizar laag. De industriële productie steeg wat in juni, de detailhandel had het druk en consumenten geven meer uit. Er is in juli en augustus sprake van ‘een kleine omslag’, zei Peter Hein van Mulligen van het CBS, dat vrijdag veel (voorlopige!) cijfers over de coronacrisis publiceerde. Einde crisis in zicht?

Kijk eens op Schiphol. Meer vluchten en passagiers dan in april en mei, maar nog wel 65 en 80 procent minder dan een jaar geleden. Bussen en treinen zitten half zo vol als vorig jaar. Op de weg is de spits de spits niet meer: veel mensen werken nog thuis. Er zijn geen festivals en grote evenementen. Nachtclubs, disco’s, feestcafés zijn dicht, veel hotels mager bezet. Geen Amerikanen en Chinezen met rolkoffers te zien. Veel mensen mijden het café, het restaurant en het museum. Uit angst voor besmetting, voor drukte. De samenleving die sommigen in het begin van de coronacrisis voor ogen hadden – zo veel mogelijk doorgaan met alles en laat de kwetsbaren maar thuisblijven – lijkt er gekomen te zijn. Dat gaat nog veel kommer, kwel en faillissementen opleveren. Faillissementen zijn er nu namelijk nog nauwelijks.

De industriële productie lag in het tweede kwartaal bijna 10 procent lager dan vorig jaar, de investeringen ruim 10 procent. Vooral dat laatste belooft weinig goeds. Het bruto nationaal product (BNP), de som van alles wat er in Nederland wordt verdiend, was in het tweede kwartaal 9,3 procent lager dan vorig jaar. Zo’n daling was er niet eerder. Idem voor de daling van 8,5 procent vergeleken met het eerste kwartaal van 2020.

CBS-cijfers tweede kwartaal 2020. 20-08-15Beeld Anne Louman

Dikke rekening

De rekening? Die is tot nu toe geïncasseerd door de flexwerkers: 130.000 uitzendbanen weg. Verder door de mensen met een tijdelijk, oproep- of nulurencontract: vaak jongeren en laagbetaalden: obers, verkoopmedewerkers, schoonmakers, keukenhulpen, chauffeurs, administratief medewerkers. Hun contracten werden niet verlengd. Een dikke rekening ligt bij de overheid: door de coronacrisis steeg de overheidsschuld met 60 miljard euro. Ook opvallend: de zorgsector kromp: met 21 procent. Operaties werden uitgesteld of afgezegd, huisartsen weinig bezocht, tandartsen deden tot 20 april alleen spoedgevallen. Wel druk was het bij de GGD’s, constateerde het CBS.

De Nederlandse consument doet wat-ie vaker doet tijdens crises: weinig uitgeven. In april besteedden consumenten 16,5 procent minder dan in april 2019, in mei 13 procent en in juni 7 procent minder dan een jaar ervoor. In totaal gaven ze ruim 10 miljard euro minder uit dan vorig jaar. Dat geld staat nu vooral renteloos op spaarrekeningen. Dat draagt flink bij aan de crisis die, in percentages van het BNP gemeten althans, de grootste ooit is. “Dramatisch”, was een stempel dat Van Mulligen erop drukte. “Historisch”, een andere. Het BNP was eind juni net zo hoog als in 2015.

Een lichtpuntje nog? Nederland ging op 15 maart op slot, maar minder straf dan elders. In Italië (-12,4 procent), Frankrijk (-13,8), Spanje (-18,5) en het Verenigd Koninkrijk (-20,4) hakte corona dus nog harder in de economie dan in Nederland (-8,5). Wat voor Nederland ook een ongunstige kant heeft, want Nederland is erg afhankelijk van zijn export. Gunstig zijn de vooruitzichten niet. Ze blijven volgens Van Mulligen ‘inktzwart.’

Lees ook: 

Het geld zit in de zak en blijft daar voorlopig

Consumenten gaven in april en mei veel minder geld uit dan normaal. Gaan zij die bespaarde miljarden nu aanspreken en zo de economie een opkikker geven?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden