Emancipatie

Onderzoek CBS: Vrouwen werken meer, maar zijn nog altijd kampioen deeltijd

Het aandeel vrouwelijke studenten in het hoger onderwijs zit al vanaf de ­jaren vijftig in de lift, al zijn vrouwen bij de technische opleidingen nog ondervertegenwoordigd.Beeld Maarten Hartman

Een hoger opleidingsniveau, een betere baan en minder zorgtaken. Het CBS vergeleek de emancipatie van twee generaties vrouwen.

In de jaren vijftig hoefden vrouwen niet gek op te kijken wanneer zij, als ze een nieuwe stofzuiger stonden uit te zoeken bijvoorbeeld, van de winkelier te horen kregen: “Roep uw man er maar even bij.” Veel vrouwen hadden geen baan en geen opleiding, laat staan een technisch beroep.

In 1957 werd het verplichte ontslag door zwangerschap afgeschaft en sindsdien hebben vrouwen grote sprongen gemaakt op het gebied van opleiding en werk, blijkt uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Deeltijdwerk

Het CBS onderzocht de ontwikkeling in opleiding, werk en de man-vrouwverdeling van zorgtaken van twee generaties:  vrouwen die 30 tot 35 jaar oud waren tussen 1985 en 1995, en vrouwen van diezelfde leeftijd uit de periode tussen 2005 en 2015.

Hoewel Nederlandse vrouwen nog altijd bekendstaan als kampioen deeltijd werken, is er wel degelijk iets veranderd. Allereerst de opleiding. Het aandeel van vrouwelijke studenten in het hoger onderwijs zit al vanaf de ­jaren vijftig in de lift. Van de vrouwen die tussen 1985 en 1995 rond de ­dertig jaar oud waren, had ongeveer een kwart een diploma op hbo- of ­universitair niveau. Van de latere generatie had 43 procent een diploma van het hoger onderwijs.

Naast het opleidingsniveau is ook de onderwijsrichting die vrouwen kiezen veranderd. Voorheen werden ­diploma’s met name behaald in de zorggerelateerde studierichtingen, nu worden er steeds meer diploma’s ­behaald bij de economische, juridische en technische opleidingen.

Bij de technische opleidingen zijn vrouwen echter nog ondervertegenwoordigd. Zo ongeveer 11 procent van de vrouwen koos deze opleiding tegenover de 31 procent van de mannen.

De zorg

Ook op het gebied van arbeid noteert het CBS vooruitgang. De dertigers uit 2005 en 2015 hebben vaker een baan en maken meer werkuren dan de eerdere generatie, ook als zij kinderen kregen.

Toch werken er nog veel vrouwen in deeltijdfuncties. Daarnaast werken vrouwen aanzienlijk minder uur dan mannen: vrouwen ­gemiddeld 26 uur per week en mannen gemiddeld 36 uur.

De verklaring hiervoor lijkt in een andere onderzoeksconclusie te liggen. Het CBS constateert dat, in het begin van de jaren tachtig, 60 ­procent van de mannen en 40 procent van de vrouwen vonden dat vrouwen beter voor kinderen konden zorgen. Begin jaren negentig ging dat nog maar om 40 procent van de mannen tegenover 15 procent van de vrouwen.

Lees ook: 

Een groeiend aantal vrouwen kan financieel voor zichzelf zorgen

Het gaat stapje voor stapje, maar het aantal vrouwen dat voldoende verdient om in hun levensonderhoud te voorzien groeit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden