De Franse econoom Piketty

EssayThomas Piketty

Om, die economie! Piketty heeft gelijk, maar hij gaat nog niet ver genoeg

De Franse econoom PikettyBeeld AFP

Thomas Piketty schrijft in ‘Kapitaal en ideologie’ dat rijkdom grondig moet worden herverdeeld. Dat is riskant én nodig, denkt econoom Hans Stegeman. ‘Maar Piketty gaat niet ver genoeg.’

Het was een klap voor mijn ouders. Ze waren allebei leraar en kregen in 1984 de ‘ambtenarenkorting’ voor de kiezen, om het overheidstekort te dichten. Op het hoogtepunt van de woningmarkt hadden ze hun huis gekocht, met de bijbehorende rentelasten. En nu kwam er die 3 procent korting bovenop.

Op een ochtend hoorde ik mijn vader vloeken. Op het nieuws had hij gehoord dat Ronald Reagan de nieuwe president van de VS werd. Ik was pas acht en begreep er niet zo veel van, maar wel dat mijn ouders door groot onrecht waren getroffen.

Deze herinnering past perfect in het beeld dat Thomas Piketty in zijn nieuwe boek ‘Kapitaal en ideologie’ schetst van begin jaren tach­tig. Dat was een keerpunt. Er stak een neo­­­-li­berale wind op, met marktwerking, een terugtredende overheid en een groeiende onge­lijkheid die volgens de neoliberale ideologie een neutrale bijkomstigheid was van een veranderende economie. Reagonomics en Thatcherism kregen in Nederland een Lubberiaanse pendant. De val van het communisme, eind jaren tachtig, versterkte het geloof in het marktkapitalisme. Ook de nieuwbakken ex-communistische markteconomieën kregen een flinke kuur deregulering, privatisering en marktwerking opgelegd.

IJkpunt

We zijn nu een paar neoliberale decennia verder, met als wereldwijd gevolg een toegenomen vermogens- en inkomensongelijkheid. In ‘Kapitaal en ideologie’ oordeelt Piketty daar vernietigend over. Hij overziet een lange periode, waarbinnen het tijdvak vanaf de Tweede Wereldoorlog tot 1980 zijn ideaal van rechtvaardige inkomensverdeling het dichtst nadert. Hij gebruikt die jaren als zijn ijkpunt: in de lange geschiedenis die hij bestudeerd heeft, is het de enige periode met hoge belastingen op inkomen en vermogen in het Westen (toptarief in de Verenigde Staten 90 procent, in Nederland 72 procent). Daardoor kende het Westen vrij geringe inkomens- en vermogensverschillen. De meeste landen hadden de wereldoorlogen nog vers in het geheugen, met de onhoudbare ongelijkheid die daar mede aan ten grondslag lag.

In de dik 1000 bladzijden – anderhalve kilo boek – vol economische geschiedenis, statistiek, theorie en politiek betoogt Piketty dat meer gelijkheid een politieke keuze is die samenhangt met de heersende ideologie. En zolang we bezit en het vruchtgebruik van bezit onaangetast laten, zal het niet lukken terug te keren naar een gelijkere samenleving. On­gelijkheid is van alle tijden, dat documenteert Piketty uitgebreid. Waarna zijn boek uitloopt op een politiek manifest.

Het zijn niet technologie en economie die de ongelijkheid in een samenleving bepalen, maar ideologie en politiek, of het nu de standenmaatschappijen zijn uit de Middeleeuwen (adel, geestelijkheid en het volk), slavenhandel, kastenstelsel of de huidige meritocratische westerse samenlevingen.

Vroeger vielen macht, bezit en ongelijkheid vaak samen. Wie de macht had, had ook (het recht op) bezit, wat dus tot ongelijkheid leidde. Dat had langdurende gevolgen; zo werkt het kastenstelsel in India nog steeds informeel door en zijn de effecten van slavernij en kolonialisme tot op de dag van vandaag voelbaar.

Hans Stegeman, hoofd onderzoek & beleggingsstrategie bij Triodos Investment Management.Beeld Onno Roozen

Econoom Hans Stegeman (1972) werkte voor Rabobank, CPB en FNV. Hij is columnist voor RTLZ en bankier bij Triodos, waar hij verantwoordelijk is voor de beleggingsstrategie en duurzaamheid van beursgenoteerde bedrijven onderzoekt.

Eigendomsrechten

In moderne samenlevingen met een grotere rol voor de centrale overheid, spelen wettelijk bepaalde eigendomsrechten (van grond, gebouwen, financiële waarden) een steeds belangrijker rol. Dit, zo laat Piketty zien, is een belangrijke bron van ongelijkheid. Dat is de nieuwe ideologie. We vinden het heel normaal dat mensen die meer bezitten ook meer inkomen hebben uit dat bezit; huizenbezitters profiteren van de gestegen prijs voor hun huis.

Absolute eigendomsrechten van land, productiemiddelen, immateriële activa zoals goodwill en data zijn bronnen van (soms extreme) ongelijkheid. Dat ondernemers als Bill Gates (Microsoft) of Jeff Bezos (Amazon) de rijkste mensen ter wereld worden, zit in onze instituties ingebakken. Maar wat rechtvaardigt hun gigantische vermogen? Dat ze bezit hebben gegenereerd uit bezit? Ze hebben dat enorme kapitaal in ieder geval niet in hun eentje gecreëerd. Vaak profiteren ze van onderzoek van anderen, maar weten daar door zaken anders te combineren geld mee te verdienen. En of het bezit nu fossiele brandstoffen betreft (zoals in het Midden-Oosten) of data (zoals in Silicon Valley), overal waar een individu zich bezit en het vruchtgebruik daarvan legaal kan toe-eigenen ontstaat ongelijkheid, zeker als deze vermogens niet of nauwelijks worden belast.

Ontsporing

Hoe zijn we daar beland? Piketty vindt het een ontsporing, dat hyperkapitalisme dat ontstaan is na 1980 en een einde maakte aan de relatief egalitaire samenleving van de decennia ervoor. Toen lukte het wél om brede groepen te laten meegenieten van de economische voorspoed. Piketty beschrijft hoe de politieke verhoudingen flink zijn verschoven in nagenoeg alle ontwikkelde landen. De typische sociaal-democratische hervormingsagenda voor opwaartse mobiliteit heeft in de jaren vijftig en zestig veel succes gekend. Zoveel zelfs, dat de winnaars, mensen met meer opleiding en inkomen dan hun ouders, de koers van de sociaal-democratische partijen zijn gaan domineren. Ze vervreemdden zich zo van hun traditionele, lageropgeleide achterban.

Ook in mijn eigen leven zie ik die ontwikkeling. Daar waar mijn opa nog gemeenteraadslid was voor de PvdA om op te komen voor de arbeider, met vers in het geheugen de werkloosheid van de jaren dertig, merkte ik, in mijn eerste baan bij de vakbond, dat de idealen eind jaren negentig beduidend minder verheven waren. Het ging niet om klassenstrijd of ongelijkheid, het ging om het behouden van wat de ‘haves’ al hadden.

Zo ontstond in het hart van veel westerse democratieën op links een partij voor hogeropgeleiden en aan de andere kant van het politieke spectrum een traditionele elitepartij voor de hoogbetaalden en vermogenden (conservatief-rechts), die vooral de belangen verdedigt van ondernemers en de mensen met bezit. Het neoliberalisme (dat in de jaren negentig ook in de PvdA zijn intrede deed toen Wim Kok zijn ideologische veren afschudde) werd aldus de bepalende politieke stroming in veel landen. De lageropgeleiden bleven verweesd achter. Wat zich vertaalt in de verkiezingsoverwinning van Trump, in Brexit, FvD, PVV en gele hesjes.

'Participatief socialisme’

Piketty ziet maar één mogelijkheid om die nieuwe ongelijkheid te bestrijden. Hij wil de onderliggende ideologie aanpakken. Of eigenlijk: dat moet de politiek doen. Vandaar zijn politieke manifest, bedoeld als ‘herbronning’ van de Europese sociaal-democratie. Piketty noemt het ‘participatief socialisme’. Dat berust op drie pijlers: belast bezit, inkomen en erfenis; perk de macht in van aandeelhouders, en kies voor één (federaal) Europa.

Voor die belasting op bezit heb ik veel sympathie. En ik zie ook veel in het terugdringen aan van aandeelhoudersmacht; grote bedrijven zouden meer ruimte moeten bieden aan werknemersmedebestuur of zelfs mede-eigenaarschap van het bedrijf. Aandeelhouders dienen genoegen te nemen met maximaal 10 procent van de aandelen; zo bevorder je herverdeling. Bij kleinere bedrijven is dat, stelt Piketty terecht, vaak wat lastiger.

Piketty’s belastingvoorstellen gaan ver. Ze beogen vooral bezit iets tijdelijks te maken. Wat je hebt, houd je niet. Piketty wil een vermogens- en erfenisbelasting tot wel 90 procent bij de allerrijksten. Hij wil ermee in het Westen een ‘universele kapitaaloverdracht’ mogelijk maken: op je 25ste verjaardag krijg je ruim een ton, zodat je kunt investeren in een huis of een opleiding. Zo kun je je eigen leven creëren, en krijgt iedereen gelijke kansen – de droom van de ware sociaal-democraat.

Met een stevige, progressieve inkomsten­belasting worden overheidstaken en een solide stelsel van sociale zekerheid in stand gehouden, waarmee ook de allerarmsten perspectief houden.

Europa

Dit zijn erg radicale ingrepen. Maar Piketty toont in zijn grondige historische analyse aan dat ze vanuit herverdelingsperspectief de enige oplossing zijn. Per land gaat dat niet lukken, dus grijpt Piketty naar een machtig Europa dat dit soort belastingmaatregelen op moet gaan leggen. Het realiteitsgehalte van zijn oplossing wordt hierdoor bepaald niet groter.

Waar Piketty aan voorbijgaat, zijn de neveneffecten. Herverdeling verkleint de ongelijkheid, maar kan desastreus uitpakken voor de economie. Als vermogenden hoge belastingen moeten gaan betalen, zullen ze vastgoed of aandelen gaan verkopen. Als dat op grote schaal gebeurt, daalt de waarde ervan.

In een interview met The Guardian erkende hij dat, de prijzen van vastgoed kunnen kelderen. Maar, zei hij, dat vormt een prima correctie op de ‘krankzinnige huizenprijzen’ in steden als Parijs. “Zo kunnen nieuwe groepen huis­eigenaars worden.”

Dat is juist, een forse herverdeling leidt tot minder ongelijkheid, maar stort het hele systeem dan niet in elkaar?

De tweede vraag is of een zekere continuïteit van bezit juist niet nodig is. En dan gaat het vooral over de grotere investeringsbeslissingen. Gaan mensen nog wel investeren als toch een groot deel van de winst wordt afgeroomd? Waarschijnlijk verdwijnt een deel van de potentiële belastinginkomsten door ontduiking.

Beeld Colourbox

Tijd voor nieuwe utopieën

Ik deel Piketty’s terugverlangen naar de relatieve gelijkheid van vóór de jaren tachtig. En ik heb ook bedenkingen bij het realiteitsgehalte van zijn voorstellen. Toch geef ik hem gelijk. Het is tijd voor nieuwe utopieën en ideologieën. Alleen daardoor kan de politiek op lange termijn geïnspireerd worden. Dat toont ook zijn historische analyse: ideologieën en ideeën kunnen lang sluimeren voordat ze in politieke realiteit worden omgezet.

Mijn kritiek is dat Piketty niet ver genoeg gaat. Want bezit is niet alleen een oorzaak van ongelijkheid. Het is ook een van de grootste obstakels voor het creëren van een ecologisch duurzame economie.

Goed gedefinieerde eigendomsrechten zijn, zoals economen vroeg in hun opleiding leren, cruciaal voor een goed werkende economie. Maar te goed gedefinieerde eigendomsrechten, waarbij bezit absoluut wordt, heeft naast het ontstaan van ongelijkheid nog een ander nadeel: als je te veel geld hebt, ga je te veel kopen en gebruik je veel te weinig van al die aangeschafte spullen. Dat is verspilling.

Wij, in het Westen, doen dat allemaal. Ik heb vijf fietsen. Te veel schoenen en jassen. En ik ben vast niet de enige die zich schuldig maakt aan allocatieve inefficiëntie – verspilling.

Uitputting

Als mensen gedwongen worden meer belasting te betalen over bezit, gaan ze (hopelijk) steeds beter nadenken of ze bepaalde spullen wel echt nodig hebben. En gaan ze hopelijk ook veel minder onnodig kopen. Waardoor minder geproduceerd hoeft te worden en dus minder schaarse grondstoffen hoeven te worden gebruikt. Dat leidt uiteindelijk tot minder vervuiling en uitputting. Een duurzamere economie én een gelijkere economie, dus.

De heffingen die Piketty voorstelt, mogen wat mij betreft nog wel iets steviger zijn. Ja, dat is radicaal. Maar dat is volgens mij de enige optie: een grote verbouwing.

Ondertussen wonen mijn ouders nog steeds in het huis dat ze in 1978 hebben gekocht. Met een flinke overwaarde en verbouwd. En na Reagan zitten we nu met Trump. Mijn vader kan daar gelukkig nog geregeld om vloeken.

De belastingen die ik bepleit, overtreffen verre de drie procent ambtenarenkorting, waar mijn ouders in de jaren tachtig onder zuchtten. Gelukkig hebben ze niet de behoefte om ons, mijn zussen en mij, iets na te laten. Wij hebben het immers goed, beter dan dat zij het hebben gehad. Dus waarom zouden wij iets moeten erven? 

Thomas Piketty
‘Kapitaal en ideologie’ 
Vert. I. Barendrecht e.a.. 
De Geus; 1136 blz., €49,99

Lees ook: 

Vermogensongelijkheid groter door erfenissen en schenkingen? Nee hoor

De kloof tussen vermogenden en minder-vermogenden groeit niet door erfenissen en schenkingen, stelt het Centraal Planbureau in nieuw onderzoek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden