Huisvesting

Niet veilig zijn in je eigen huis, dat is ook een soort dakloosheid. ‘Ik slaap soms in de auto omdat het thuis niet gaat’

De Amsterdamse gemeenteraad bespreekt nieuw daklozenbeleid. Voor de ‘verborgen dakloosheid’ van mensen die in hun eigen huis niet veilig zijn, is geen aandacht.  Beeld ANP
De Amsterdamse gemeenteraad bespreekt nieuw daklozenbeleid. Voor de ‘verborgen dakloosheid’ van mensen die in hun eigen huis niet veilig zijn, is geen aandacht.Beeld ANP

Het is ‘verborgen dakloosheid’: mensen die niet veilig zijn in hun eigen huis. De overheid heeft er geen oog voor.

Alleen al in Amsterdam zijn het er honderden, schat Hester van Buren, bestuurder van woningcorporatie Rochdale: mensen die wel een dak boven het hoofd hebben, maar niet veilig zijn in hun eigen huis. Zij spreekt van ‘verborgen dakloosheid’.

Het gaat vooral om mensen die thuis blootstaan aan intimidatie en geweld. Iemand die haar drugsverslaafde vriend bij zich laat intrekken bijvoorbeeld, die vervolgens al zijn verslaafde vrienden over de vloer laat komen – en die zij niet de deur durft te wijzen. Of iemand van wie de woning door criminelen min of meer wordt overgenomen en gebruikt als uitvalsbasis. Of iemand die in ruil voor een betaalbaar onderdak seksuele handelingen moet verrichten.

Soms slaap ik in de auto

Een moeder (45): “Ik woon hier al elf jaar en het was mis vanaf dag één. De benedenbuurvrouw kwam naar boven om te klagen dat we de hele avond bezig waren geweest. Terwijl ik er niet eens binnen was geweest, ik had net de sleutel gekregen. Sindsdien is het mis. Elke dag bonken tegen het plafond, overdag komt zij naar boven, ’s avonds haar man.

“Klagen over feestjes die er nooit zijn geweest, schelden op straat. De politie is erbij geweest, de woningcorporatie, buurtbemiddeling – dan gaat het even goed en dan begint het weer. Het voelt heel onveilig, ook voor mijn kinderen. Ze is psychisch in de war en ze is groot en sterk, ze heeft de buurman van vijf hoog een keer in elkaar geslagen.

“Een tijdlang ging ik, als ik mijn kinderen van school haalde, eerst naar mijn ouders; dan kwam ik pas thuis als ze naar bed moesten. Ik heb een zwaar gehandicapte zoon van 10, die gaat om acht uur slapen en als hij daarna wakker wordt, omdat mijn buurvrouw lawaai maakt, kan hij een epileptische aanval krijgen. Het is wel voorgekomen dat ik met hem in de auto ben gaan slapen. Natuurlijk, ik zoek een ander huis. Maar als puntje bij paaltje komt: niemand helpt me.”

Woensdag spreekt de Amsterdamse gemeenteraad over nieuw beleid op het gebied van daklozen. Amsterdam telt 4700 mensen voor wie er opvang is en nog eens 2000 daklozen die op een wachtlijst staan. Het plan van aanpak dat de raad gaat bespreken is ‘heel goed’, zegt Van Buren, onder meer omdat er veel aandacht is voor het voorkomen van dakloosheid door problemen al vroeg te signaleren. Maar aandacht voor de verborgen dakloosheid van ‘onveilig gehuisvesten’ ontbreekt. “Terwijl ook deze groep echt hulp nodig heeft.”

Meer bouwen

Woningcorporaties kunnen maar heel weinig voor deze mensen doen, zegt Van Buren. Meestal zijn ze officieel niet ‘urgent’ woningzoekend en sowieso zijn betaalbare woningen heel schaars. Meer bouwen, ook tijdelijke woningen, en meer opvangplekken kunnen het probleem helpen oplossen.

Maar het gaat niet alleen om wonen, voegt Van Buren eraan toe. “Het zijn meestal heel kwetsbare mensen. Ze hebben vaak niet eens zozeer een andere woning nodig – want daar begint het misschien meteen van voren af aan – ze hebben vooral hulp en begeleiding nodig om weerbaarder te worden.” In sommige wijken is die hulp er – van sociale buurtteams, van welzijnsclubs – maar lang niet overal.

“Deze groep moet echt op het netvlies van de overheid komen te staan”, zegt Van Buren. “Want net als de aanpak van dakloosheid moet het beleid voor deze groep breed opgezet worden, met betrokkenheid van veel partijen.”

Thuis was het voor mij niet veilig

Een studente verpleegkunde (22): “Toen ik 15 was, kreeg mijn moeder een hartstilstand, daar is ze nooit goed van hersteld. Ze was toen een tijd niet thuis en in die tijd ging het niet goed tussen mijn broer en mij. Dat werd vechten, en toen het een paar jaar later echt uit de hand liep, heb ik zelfs aangifte gedaan.

“Mijn toenmalige vriend zei: dit is niet veilig, kom bij mij wonen. We zaten drie jaar lang op elkaars lip op één kamer – want hij woonde bij zijn ouders. Dat ging niet goed, het is nu uit. Maar vlak daarvoor was ik zwanger geraakt. Over een week of twee wordt mijn baby geboren. Ik heb nu geen vaste woonplaats, ik logeer bij verschillende vrienden en vriendinnen.

“Ja, tot nu toe is het steeds gelukt een slaapplaats te vinden, de ene dag wat later dan de andere. Mijn moeder wil me niet terug, die zegt: je hebt voor je vriend gekozen. Die beseft niet dat het thuis destijds voor mij niet veilig was. Ik ben radeloos. Straks ben ik een alleenstaande moeder. Na de bevalling mag ik bij een vriendin logeren. Twee, drie maanden misschien, met een matras op de grond in haar kamer. Alles beter dan op straat.”

De namen van de geïnterviewden zijn bekend bij de hoofdredactie.

Lees ook:

De hotels gaan weer open, dus de daklozen die er logeerden staan opnieuw op straat

Gedurende de pandemie maakten veel gemeenten gebruik van lege hotels of cruiseschepen om dak- en thuislozen een tijdelijke woonplaats te bieden. Nu Nederland van het slot gaat, komt aan die opvang een einde.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden