Concurrentiekracht

Nederland is het meest competitieve land van Europa

Werknemers in een stofvrije ruimte van chipmachinefabrikant ASML, gekend om zijn vernieuwende machines. Beeld ANP

Nederland is het meest competitieve land van Europa, stelt het World Economic Forum in zijn nieuwste rapport over de concurrentiekracht. 

Moe van al het geklaag in en over Nederland? Dan is er goed nieuws. Het nieuwe Global Competitiveness Report is er: 648 pagina’s waarin het World Economic Forum (WEF) de concurrentiekracht van landen meet, 141 dit keer, en daar een ranglijst van opmaakt. Voor de derde keer in vier jaar neemt Nederland de vierde plek in op deze mondiale lijst. Alleen Singapore, de Verenigde Staten en Hongkong zijn, in de visie van het WEF althans, nog iets competitiever. En voor het eerst mag Nederland zich het meest competitieve land van Europa noemen.

Nederland is mondiaal gezien een topper, dat blijkt telkens als het WEF met zijn rapporten komt. Infrastructuur? Uitstekend, ook de digitale. Macro-economisch beleid? Prima. Beroepsbevolking? Heel goed opgeleid. Overheid? Efficiënt. Bijna nergens ter wereld is de rechterlijke macht zo onafhankelijk als in Nederland; Nederland is innovatief en het is er makkelijk om een bedrijf op te richten of te ontmantelen. En dan zijn pas zeven van de 103 graadmeters genoemd die het WEF gebruikte bij het opmaken van zijn ranglijst.

De verschillen zijn klein

Op een maximum van 100 ‘scoorde’ Nederland 82,4 punten, net zo veel als vorig jaar. Omdat Japan en Zwitserland ietsje lager scoorden dan in 2018, bleef Nederland beide landen dit keer net voor: 0,1 punt welgeteld. De verschillen in de top zijn dus heel klein. Had Nederland 1,2 punt minder gehad dan was het uit de toptien geduikeld. In die toptien staan zes Europese landen, maar in de topdrie staan ze niet. Taiwan (12de) en Zuid-Korea (13de) maken een goede kans de toptien een dezer jaren te betreden.

Kan Nederland nog beter? Net als vorig jaar is de conclusie dat bedrijven meer kunnen doen aan het om- en bijscholen van hun personeel. Onderzoek is ook een relatief zwak punt. Nederlandse bedrijven besteden, in vergelijking met andere toplanden, verhoudingsgewijs weinig geld aan research en dat betekent dat Nederland op de lange termijn mogelijk de nodige innovatiekracht ontbeert.

Volgens Henk Volberda, hoogleraar strategisch management en innovatie, zouden Nederlandse bedrijven en de overheid er goed aan doen (meer) te investeren in zaken als kunstmatige intelligentie, big data, robotisering en 3D-printing. Volberda had de leiding had over het Nederlandse deel van het WEF-onderzoek, dat werd verzorgd door het Amsterdam Centre for Business Innovation.

Het Global Competitiveness Report is gebaseerd op enquêtes onder bedrijven en op data over 141 landen van instellingen als het Internationaal Monetair Fonds, de Wereldbank en de Oeso. China staat 28ste op de ranglijst, Rusland 43ste en India 68ste. Haïti, Congo, Jemen en Tsjaad zijn volgens het WEF de vier minst competitieve landen.

Correctie 13-10: In een eerdere versie van dit artikel stond dat het Nederlandse deel van het onderzoek werd verzorgd door het Erasmus Centre for Business Innovation. Dat moet zijn het Amsterdam Centre for Business Innovation. De leiding van het onderzoek berustte bij hoogleraar Henk Volberda (en niet Volbeda, zoals werd geschreven).

Lees ook:

Nederland behoort tot de economische wereldtop

Het World Economic Forum oordeelde vorig jaar ook al gunstig over Nederland. Vooral door de dynamische economie. Minpuntjes zijn er ook: te weinig geld voor onderzoek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden