Uitgaansleven

Nachtcultuur komt in de persconferenties nauwelijks aan bod. Betekent de coronacrisis het einde van de beat?

De lege nachtclub annex danskelder van Het Magazijn in Den Haag, nu gevuld met tafels en stoelen voor zittende muziekliefhebbers.Beeld Phil Nijhuis

De nachtscène heeft het zwaar, heel zwaar. Al sinds het begin van de coronacrisis zijn dansfeesten verboden, en het ziet er niet naar uit dat nachtclubs snel weer open mogen.

Na een stevige werkdag zitten Joris van der Poel (30) en Arend Lakke (30) vermoeid in Het Magazijn. Het is de club die ze vier jaar geleden oprichtten in een kelder op de Grote Markt in Den Haag, ook wel de ‘technobunker’ van de stad genoemd. De afgelopen jaren duurden werkdagen hier soms tot zes uur ’s ochtends, nadat 150 zwetende en euforische muziekliefhebbers huiswaarts waren gekeerd. Nu is het zes uur ’s avonds. Van der Poel werkte vandaag niet in zijn club, maar in de bouw. Lakke bij de Rabobank. 

En technotempel Het Magazijn? Die gaat hoogstwaarschijnlijk permanent sluiten. Het Magazijn is slechts een van de kaarten uit het kaartenhuis. De School in Amsterdam, internationaal de hoogst aangeschreven club van Nederland, kondigde in juli haar permanente sluiting aan. Het Groningse Oost, populair bij onder meer de LGBTQ-gemeenschap, hakt de komende twee weken de knoop door. Ze twijfelen of ze moeten doorgaan met enkel het restaurant of dat ze ook de stekker er volledig uittrekken, nu het nog kan zonder in de schulden te raken.

Veel clubs stortten zich de afgelopen maanden volledig op horeca, zoals het Maastrichtste Complex. De nieuwe sluiting van cafés en restaurants maakte ook daar een einde aan. “Het failliet van de sector”, zo omschrijft Jorn Lukaszczyk, initiatiefnemer van Nachtbelang, de gevolgen van het coronabeleid voor de Nederlandse clubscene. En, voegt hij namens de belangengroep toe, “een failliet voor een belangrijk onderdeel van de Nederlands cultuur”. 

In zijn eigen Utrechtse club dreunt de vloer nog wel van diepe bassen, omdat er tijdelijk een sportcentrum in gevestigd is. Maar ook Lukaszczyk weet niet of Basis ooit nog zijn oude functie gaat vervullen, met de kabinetspremisse dat het nachtleven pas hervat kan worden als er een vaccin is. “Mijn voorspelling? Dat er tegen die tijd geen enkele club meer bestaat.”

Joris van der Poel en Arend Lakke in hun lege nachtclub Het Magazijn in Den Haag.Beeld Phil Nijhuis

Jeugdvrienden Van der Poel en Lakke van het Haagse Magazijn droomden er tijdens hun middelbare schooltijd al over: samen een club runnen. Niet het type feestcafé waar mensen op de bar dansen en waar tequila door de lucht vliegt. Nee, een club met goede dj’s, met een fenomenaal geluidssysteem, waarin liefhebbers nachtenlang op zouden gaan in dreunende bassen. Waar dansen op beats meer zou lijken op collectieve meditatie dan op losgaan tijdens een uit de hand gelopen verjaardagsfeest, “zoals mensen weleens denken over clubs”.

Drugshollen

Die ‘misvattingen’ over de clubcultuur – het beeld van louter drugshollen waar iedereen tegen elkaar aanschuurt – zouden ertoe hebben geleid dat de nachtcultuur in persconferenties over corona nauwelijks aan bod is gekomen. “Anders dan in landen als Duitsland en Tsjechië is hier niet gekeken hoe mensen toch konden dansen deze zomer, bijvoorbeeld met mondkapjes.” Was het dan überhaupt mogelijk geweest, om op feesten met ‘knuffeldrug’ xtc voldoende afstand te houden? Van der Poel denkt persoonlijk dat mensen door alcohol meer ‘lak aan de regels’ krijgen, en zegt dat het deze zomer in Berlijn ook goed ging. “Duitsland deed het qua corona lang beter dan wij.” 

Bovendien is een nachtclub vaak meer dan alleen een nachtclub. Bram Steenhuis richtte vierenhalf jaar geleden club Oost mede op in Groningen. Bij Oost werd gedanst, uiteraard, maar er waren bijvoorbeeld ook exposities en discussieavonden. Internationaal toonaangevende en experimentele artiesten kwamen draaien, ‘niet minder cultureel dan een concert’. Daarbij was Oost een ontmoetingsplek met een ‘progressief programma’; de LGBTQ-gemeenschap vond er een thuis dat ze elders niet vonden. Voor de oprichter voelt het wrang dat vijftien Groningse poppodia wel op de lijst staan voor extra cultuursubsidie in coronatijd, en Oost het moet doen met dezelfde steun als alle andere bedrijven.

Maar geld is eigenlijk niet eens het grootste probleem. “Ik mis vooral aandacht en empathie vanuit de regering”, zegt Eelko Anceaux van De Marktkantine in Amsterdam, die in september de demonstratie De Nacht Wacht mede-organiseerde. Anceaux heeft de hele zomer zitfeestjes georganiseerd om de tijd te overbruggen naar ‘een moment’ waarop gekeken kan worden naar, bijvoorbeeld, dansen met een kleinere bezoekerscapaciteit. “Bij die zitfeestjes luisterden tweehonderd man op stoeltjes naar een dj. We hebben streng gehandhaafd. Maar het bleef een karig en tijdelijk alternatief. Zonder dansen wordt het niet echt feest.” 

Ook in het Haagse Magazijn staan tafeltjes voor vijftig zittende muziekliefhebbers. Dat ‘liep goed’, volgens de oprichters. Waarom kunnen ze daar na de halve lockdown niet mee doorgaan? “Dit werkt als overbrugging. Maar voor een brug heb je wel een punt nodig om naartoe te bouwen. Een stip op de horizon, bijvoorbeeld dat de overheid zou zeggen: in het voorjaar willen we oplossingen vinden met het nachtleven. Zoiets hebben clubeigenaren nu nodig.”

‘Dansen is een oerdrift’

Lukaszczyk zag hoe zijn maandenlange inspanningen met Nachtbelang weinig opleverden. In juni lag er een protocol klaar namens 100 clubs en 4500 nachtelijke horecabedrijven, maar pas in september werd Lukaszczyk uitgenodigd in Den Haag. Hij klinkt bozer dan de andere clubeigenaars. Het ‘laten uitsterven van clubcultuur’ past volgens hem ‘prima’ in de wens van de minister van justitie, Ferdinand Grapperhaus, om ‘feesten en drugsgebruik’ in Nederland terug te dringen.

De Haagse jongens zijn optimistischer. Zij zijn vergeleken met andere clubeigenaren financieel ook de uitzondering. Bij Het Magazijn zijn ze in dienst van een groter horecabedrijf. Dus zij hoeven geen faillissement aan te vragen. Of een tweede hypotheek af te sluiten. “Voor onze bezoekers is het ruk als Het Magazijn nooit terugkomt. Maar wijzelf proberen het positief te bekijken. Na de pandemie kunnen we misschien een nieuwe club beginnen die écht van ons is. Waar die nachtcultuur voortleeft.”

Ook Anceaux, wiens huurcontact voor de Marktkantine misschien al eind 2021 afloopt, is ondanks het barre vooruitzicht voor zijn bedrijf hoopvol. “Kijk, als dit een jaar zo doorgaat, zonder perspectief, dan trekt elke club de stekker eruit. Maar stel dat de crisis pas over twee jaar voorbij is, dan staan nieuwe gebouwen leeg. Dansen is een oerdrift. Dan begint de wederopbouw van het nachtleven.”

Lukaszczyk denkt niet dat jongeren gaan wachten op zo’n wederopbouw. “Het gebrek aan een uitlaatklep is psychisch niet gezond voor een hele generatie. Ze stoppen niet met feesten. Als het niet in clubs gebeurt, dan in de illegaliteit. En dat heeft het kabinet dan aan zichzelf te danken.”

Lees ook:

Nachtclubs willen weer open: ‘Mensen hebben het uitgaansleven nodig’

Discotheken mogen nog niet open omdat die niet coronaproof zouden zijn. In september demonstreerde de branche op het Museumplein in Amsterdam omdat zij het daar niet mee eens is, en totaal niet weet waar zij aan toe is.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden