InterviewWereldwijd belastingakkoord

Multinationals hebben geen fiscale sluiproutes meer, dankzij deze Pascal Saint-Amans

null Beeld ANP / The New York Times Syndication
Beeld ANP / The New York Times Syndication

‘De status quo is dood’, zegt Pascal Saint-Amans, die namens de Oeso met alle landen ter wereld tot een minimum-belastingtarief voor bedrijven wist te komen. Over de rol die maatschappelijke organisaties in die onderhandelingen speelden is hij niet te spreken.

Dirk Waterval

Af en toe hoor je gewoon het ongeloof in de stem van Pascal Saint-Amans. En je ziet hem denken: ‘Snappen ze nou niet wat mijn team en ik dit jaar voor elkaar hebben gekregen of wíllen ze het niet snappen?’ Hij wil niet gefrustreerd overkomen, benadrukt de directeur belastingzaken van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso) meermaals in een video-gesprek met Trouw en Het Financieele Dagblad. Maar zo toont hij zich wel als hij kritiek krijgt voorgelegd van maatschappelijke organisaties als Oxfam Novib en Tax Justice Network.

Na zo’n tien jaar lobbyen en onderhandelen is het Saint-Amans en zijn team gelukt om de wereld warm te maken voor een deal die direct ‘historisch’ werd genoemd. Nu valt die term al snel bij politieke akkoorden, maar er valt dit keer wat voor te zeggen. Het komt niet elke dag voor dat praktisch alle landen ter wereld het eens worden over een heel nieuwe manier van belasting innen bij grote bedrijven.

De Oeso, een invloedrijke organisatie van 38 welvarende landen waarvoor Saint-Amans de belastingzaken coördineert, leek er lange tijd niet uit te komen met iedereen. De belangen van de Verenigde Staten zijn heel anders dan die van China, om maar iets te noemen.

Geen vluchtroutes meer

Maar deze zomer lukte het. Als alles doorgaat zoals gepland, zullen multinationals vanaf 2023 minimaal 15 procent belasting moeten afdragen in de landen waar hun kantoren staan. Vluchtroutes via bestaande belastingparadijzen zoals de Britse Maagdeneilanden of Panama helpen straks niets meer om daar onderuit te komen (zie kader). Volgens de Oeso zullen ontwikkelingslanden daar veel baat bij hebben: zij zijn voor hun inkomsten voor een groter deel afhankelijk van de winstbelasting van bedrijven dan dat rijkere landen dat zijn.

Tijdens de onderhandelingen leverde de tweede pijler uit de nieuwe belastingdeal zo mogelijk nog meer hoofdbrekens op. Naast het minimumtarief van 15 procent zullen bedrijven voortaan belast worden in de landen waar zij de winst maken, dus niet alleen meer in de landen waar hun hoofdkantoor staat. Deze regel zal vooral digitale grootmachten als Google, Facebook en Apple raken: zij hebben gebruikers over de hele wereld, en al die landen zullen straks een deel van de belastingopbrengsten krijgen.

Het zijn bijna allemaal Amerikaanse bedrijven, en daarom wilde vooral de Verenigde Staten lange tijd niet tekenen voor dit 'digitaks’-gedeelte uit het akkoord, uit angst om zelf belastinginkomsten mis te lopen. Afgelopen zomer deed het land, onder aanvoering van de nieuwe president, dat alsnog. Inmiddels hebben 137 overheden hun handtekening gezet, samen goed voor 90 procent van de wereldeconomie.

Niet genoeg

Er kwam al vrij snel kritiek: 15 procent zou niet hoog genoeg zijn. Zeker voor ontwikkelingslanden was het volgens critici te weinig. Sterker, zij verwachten dat landen straks onder druk komen te staan om hun huidige winstbelastingtarief omlaag te brengen naar 15 procent, als dat nu nog hoger is. Het zou een van de redenen zijn dat Kenia en Nigeria niet wilden tekenen.

Pascal Saint-Amans. Beeld Philip Provily.
Pascal Saint-Amans.Beeld Philip Provily.

Tegelijkertijd stellen organisaties als Oxfam dat er nog altijd te veel uitzonderingen en sluiproutes in de nieuwe regels zitten. Een bedrijf als de Amerikaanse webgigant Amazon kan om het nieuwe belastingsysteem heen blijven fietsen, stelt Oxfam. ‘Een beschamende en gevaarlijke buiging’ voor landen die weinig belasting heffen zoals Ierland, fulmineerde Oxfam afgelopen oktober over het pakket aan maatregelen.

Pascal Saint-Amans is een opgewekte, strak-gecoupeerde man, maar als hij dit soort kritiek hoort schiet zijn stem in toonhoogte omhoog. Hij blikt terug op hoe dat moeizame proces tot een voorlopig einde kwam in 2021.

“Dit is wel een overwinningsjaar geweest. Ik denk dat we bescheiden moeten blijven, niet te vroeg victorie moeten kraaien, maar om het maar eerlijk te zeggen: dit is een big deal. Volgens mij dacht kort geleden niemand dat het ons zou lukken, en ikzelf had die hoop op een gegeven moment ook opgegeven. Gezien alle geopolitieke spanningen had ik bijvoorbeeld niet verwacht dat landen als China en Rusland mee wilden doen, maar dat wilden ze uiteindelijk wel.

Obama wilde er niets van weten

“Uiteindelijk waren het de Verenigde Staten, onder leiding van president Donald Trump, die de onderhandelingen weer op gang brachten. Dat was in 2017, toen iedereen dacht dat het helemaal niets meer zou worden. Eerder had president Obama nooit iets willen weten van de plannen om digitale grootmachten te belasten in de landen waar hun gebruikers zitten.

“De Republikeinen voerden onder Trump een lager belastingtarief in voor bedrijven, maar zorgden er daarbij wel voor dat bedrijven belastingplichtig werden over een groter deel van hun winst. Om dat laatste mogelijk te kunnen maken sloot Amerika zich aan bij bij het zogeheten beps-project van de Oeso (dat de uitholling van belastinggrondslag moet tegengaan, red.). Daarnaast kwamen de Verenigde Staten in 2017 met een soort eigen minimumbelasting. Door dat soort zaken in te voeren zei Trump eigenlijk tegen ons: ‘Laten we weer gaan praten’.

“Dus juist in 2017, toen we de hoop hadden opgegeven, begon het ineens weer te lopen. Het klopt óók dat het gesprek vervolgens doodsloeg onder Trump, toen minister van financiën Steven Mnuchin eisen stelde over hoe vrijwillig het voor bedrijven moest zijn om mee te doen aan de belastinghervorming.

Wachten op een nieuwe president

“Wij hebben het hele plan als team vervolgens levend weten te houden tot president Biden aantrad. Dat in leven houden is onze grootste verdienste geweest. Om tóch de plannen uit te werken in honderden pagina’s, dat was als een operatie op de intensive care. Wachtend op het moment dat er een nieuwe president verkozen zou worden…

“Zodra dat gebeurd was, maakte zijn regering er meteen een kabinetsbrede prioriteit van. Biden gebruikte het volle gewicht van het Witte Huis om de ministeries van buitenlandse zaken, financiën en economische zaken samen aan het werk te zetten. En die leverden. De Verenigde Staten benoemden zelfs iemand om namens hen met ons te onderhandelen, iets wat nog nooit was gebeurd. En zo konden wij verder.

“Nederland was trouwens meer dan coöperatief bij dit alles. Volgens mij nam jullie overheid in 2017 de beslissing om het roer om te gooien (in de strijd tegen belastingontwijking, red.). Het Nederlandse team werkt hard. Ook met het idee dat Nederland een reputatie had van belastingparadijs, en dat dat anders moest. Inmiddels zie ik jullie staatssecretaris (Hans Vijlbrief, red.) naar bijeenkomsten van de G20 komen om andere landen de les te lezen, bijna als een bekeerd persoon. Dat is wel mooi om te zien, vind ik.

Oneerlijke uitspraken

“Een bodem in het effectieve belastingtarief van 15 procent wereldwijd is niet laag, zoals sommige ngo’s (maatschappelijke organisaties, red.) zeggen. Het is extreem hoog. Ik ben geschokt door sommige van hun uitspraken, die zijn soms echt oneerlijk. We hebben het hier namelijk over een effectief tarief! Niet het nominale.”

Saint-Amans doelt op het verschil tussen wat de officiële, nominale tarieven zijn in landen, in Nederland is dat officieel bijvoorbeeld 25 procent voor grote bedrijven, en wat ze in de praktijk daadwerkelijk betalen met behulp van handige constructies of douceurtjes die ze van overheden krijgen. Hij wil maar zeggen: straks zullen ze dus minimaal 15 procent betalen, waar dat nu ondanks die hoge nominale tarieven vaak maar een paar procent is.

“Het hoogste haalbare minimum leek lange tijd 12,5 procent, wat al veel hoger was geweest dan het effectieve tarief dat multinationals nu vaak betalen. Nu is het 15 procent geworden, en op de scheepsvaart na (die ook nu in geen enkel land wordt belast, red.) is er geen enkele sector van uitgesloten. Er zijn ook geen loopholes, ontsnappingsroutes, waar bedrijven gebruik van kunnen maken.

“Ik kan niet garanderen dat die er nooit zullen komen. Maar wat ik wel kan zeggen: het pakket aan regels is niet ontworpen op een manier dat landen of bedrijven een beetje speelruimte hebben, zoals je soms weleens hebt in onderhandelingen.

Einde van allerlei voordeeltjes

“De onderhandelingen werden gedaan door extreem harde types, en daarom duurde het ook zo lang voordat dwarsliggers als Hongarije en Ierland uiteindelijk aan boord kwamen. Omdat er dus geen compromis was, geen uitzonderingen op de regels.

“Dat betekent dus ook het einde van allerlei belastingvoordeeltjes. Ik sprak laatst een bedrijf dat zei: ‘Wij willen ons belastingvoordeel niet kwijtraken dat we nu krijgen op onze investeringen in duurzame energie’. Ik zei: ‘Nee, jij gaat dat voordeel verliezen! Dit nieuwe wereldwijde belastingstelsel gaat dus echt veel veranderen. En in het geval van duurzame energie lijkt me dat ook het beste voor de wereld: klimaatverandering bestrijd je niet met belastingvoordelen in de winstbelasting, dat doe je door uitstoot te belasten.

“Dus het intrigeert me dat sommige ngo’s zeggen dat er ontsnappingsroutes in het nieuwe systeem zitten, of dat Amazon gedeeltelijk zou blijven wegkomen met belastingontwijking. Want dat klopt gewoon niet. Amazon weet nu weliswaar zijn winst zo te drukken dat het bedrijf niet onderhevig zal zijn aan de minimumbelasting, maar het valt vanwege de winstgevende cloud-diensten alsnog onder de digitale taks (die andere pijler uit het akkoord dat vooral Amerikaanse bedrijven zou raken, red.).

Systematisch negatief

“Maatschappelijke organisaties waren ooit constructiever. Kritisch, maar wel stuwend zodat ze dingen gedaan kregen. Nu zijn ze zo systematisch negatief dat ze veel van hun invloed hebben verloren bij lidstaten.

“Zal het komende jaar er één van veel hoofdpijn worden? Een spannend jaar waarin alle nieuwe regels in wetten moeten overgaan, en waarbij parlementen en nog wat van te vinden hebben? Volgens mij is er sowieso een bladzijde omgeslagen. Zelfs als het ons niet lukt om alles precies zo in te voeren als we nu met elkaar hebben afgesproken, zullen landen niet meer terugvallen op het oude systeem zoals het altijd was. De status quo is dood. Daarom denk ik dat deze deal er uiteindelijk sowieso gaat komen.”

Waarover gaat het wereldwijde belastingakkoord?

De G7, het forum van zeven vooraanstaande industriële staten bestaande uit onder meer Frankrijk, Japan en de Verenigde Staten, tekende afgelopen juni als eerste. Later sloten ook China, India en enkele landen uit Oost-Europa zich aan, staten waarvan hun enthousiasme op voorhand bepaald niet zeker was. Nog weer later zetten ook lang dwarsliggende landen Ierland en Hongarije hun handtekening.

In totaal hebben 137 landen zich achter de plannen geschaard. Dat de landen tekenden betekent nog niet hun parlementen dat ook zonder slag of stoot gaan doen, maar er is vooralsnog geen reden om daar veel problemen van te verwachten.

Maar wát tekenden ze nou? Het akkoord bestaat uit twee pijlers. De eerste is een herverdeling van belasting die ook nu al betaald wordt. Die herverdeling zal vooral betrekking hebben op een groep van zo’n honderd grote multinationals die overal ter wereld afzet hebben: Google, Apple, Coca Cola, McDonald’s en andere. Nu betalen zij nog belasting in de landen waar zij hun hoofdkantoren hebben gevestigd. Straks, als de nieuwe regels ingaan, betalen zij in landen waar zij hun diensten slijten.

Neem bedrijven als Facebook of webgigant Amazon. Die hebben gebruikers in alle uithoeken van de wereld, en zullen straks, naar rato, ook in al die uithoeken moeten gaan afdragen. Volgens de laatste ramingen zal er met deze regel zo’n 120 miljard dollar verschoven worden.

De tweede pijler is het minimumtarief voor de winstbelasting van 15 procent. Dat niet elk belastingparadijs zich daar aan wil committeren hindert niet. De landen waar de hoofdkantoren gevestigd zijn mogen bijheffen als één van de dochterbedrijven in een belastingparadijs zoals Barbados staat ingeschreven. En wel net zoveel totdat het moederbedrijf net zoveel geld kwijt is, als het de dochterbedrijven níet in Barbados had gestationeerd.

Ontsnappen aan de minimumbelasting werkt dus alleen als bedrijven met hun hoofdkantoor verhuizen naar de landen die niet mee willen doen. Maar dat is vaak totaal onrealistisch, niet in de laatste plaats omdat de eilandstaten en andere belastingparadijzen vaak zo afgelegen zitten.

Wel zit er een gedeeltelijke vrijstelling in de regels voor bedrijven die ofwel veel mensen in dienst hebben, ofwel over veel machines en gebouwen beschikken. De maakindustrie dus. Die gedeeltelijke vrijstelling was nodig om landen als China en India mee te krijgen, die veel van dit soort bedrijven hebben.

Met medewerking van Gaby de Groot en Johan Leupen (FD).

Lees ook:

Grote meerderheid van landen voor wereldwijd belastingplan: wat was daarvoor nodig?

Liefst 130 landen sluiten zich aan bij nieuwe plannen om multinationals meer belasting te laten betalen. Verrassender dan het Ierse ‘nee’ was het ‘ja’ van China en India.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden