Pensioenstelsel

Minister Koolmees geeft meer duidelijkheid over die lange weg naar een nieuw pensioenstelsel

Minister Wouter Koolmees van sociale zaken bij aankomst op het Binnenhof voor de wekelijkse ministerraad.Beeld ANP

Minister Koolmees komt ouderen fors tegemoet door pensioenfondsen alvast een beetje te laten rekenen met de soepeler regels uit het aanstaande, nieuwe pensioenstelsel. Dat kan heel veel snijden in uitkeringen schelen.

Vakbonden, pensioenfondsen en ouderenorganisaties konden deze week verheugd opkijken van een brief van hun principiële en rechtlijnige gesprekspartner in de pensioendiscussie, minister Wouter Koolmees van sociale zaken. Die wil fondsen de komende jaren vast wat laten genieten van de soepeler regels uit het nieuwe pensioenstelsel dat er straks komt. Zo blijft de pensioenopbouw of -uitkering van miljoenen Nederlanders toch nog aardig overeind de komende jaren, zo is de verwachting.

De precieze overgang van het huidige pensioenstelsel naar het nieuwe klinkt misschien als een formaliteit, als een detail. Met de intrede van dat nieuwe stelsel zijn hopelijk veel van de huidige pensioenproblemen de wereld uit. Maar het duurt vermoedelijk nog tot 2026 voor het eindelijk ingaat. Daarvoor komen dus nog zes lange jaren waarin de chronische discussie over de vraag of pensioenfondsen wel of niet moeten snijden in uitkeringen gewoon kan doormodderen. Per Kamerbrief gaf Koolmees deze week wat duidelijkheid over hoe hij de spelregels voor de komende zes jaar voor zich ziet. 

Naar die duidelijkheid werd gesnakt. Ook zónder een nieuw stelsel is er al veel onenigheid over de noodzaak van snijden in de pensioenuitkering van ouderen. Wanneer dat écht nodig is? Nou, bijna nooit, stelt een grote groep van kritische vakbondsleden, werkgevers en oppositiepartijen in de Tweede Kamer bijvoorbeeld al jaren. Ja, fondsen staan momenteel als het ware ‘in de min’ als het aankomt op hoeveel vermogen ze in kas hebben, vergeleken met wat ze aan uitkeringsbeloftes hebben uitstaan bij hun deelnemers. Maar als fondsen zich niet zo arm hoeven te rekenen en er wat meer van mogen uitgaan dat ze ook in de toekomst nog mooie beleggingsrendementen behalen, is er niets aan de hand, stellen de critici in koor.

Toekomstig verwacht rendement

Nu hebben ze er een nieuw argument bij, althans voor de overgangsperiode. In het nieuwe stelsel mogen fondsen dat straks namelijk wél een beetje doen: toekomstig verwacht rendement meenemen bij het berekenen van hoeveel pensioen een gepensioneerde elke maand krijgt. Natuurlijk groeien de bomen dan niet tot aan de hemel, en in plaats van arm mogen fondsen zich zeker niet rijk gaan rekenen. Maar toch, er is meer mogelijk dan binnen de huidige regels.

Dus hoezo mogen fondsen dan niet nu al, aan de vooravond van het nieuwe stelsel, alvast een beetje toekomstig rendement meerekenen? Dan is die kortingsdreiging immers goeddeels van de baan.

Zij vonden altijd een rechtlijnige minister Koolmees tegenover zich. Dat fondsen straks wat toekomstig beleggingsrendement meewegen, kan omdat zij in het nieuwe stelsel geen harde beloftes meer doen aan hun deelnemers. Pensioen wordt dus onzekerder. In het huidige stelsel, dat tot aan 2026 nog altijd realiteit is, gelden die harde beloftes nog wel. Nu alvast toestaan dat fondsen toekomstig rendement naar voren halen terwijl gepensioneerden nog wel de ouderwetse zekerheid genieten, dat is het naar voren halen van de lusten maar niet de lasten, zo klonk het vanuit het ministerie.

Speciale regels

Maar in zijn jongste brief schrijft Koolmees dat hij het, na gesprekken met onder meer vakbonden en werkgevers, toch ‘onwenselijk’ vindt om nog volledig vast te houden aan de oude situatie. Dus komen er speciale regels voor tijdens de ‘transitie’. Over de precieze uitwerking daarvan moet de minister nog praten met toezichthouders, fondsen en de sociale partners.

Het sleutelwoord is, ook hier, nog altijd ‘onnodig’. Zo wil Koolmees zeker niet alle kortingen voorkomen de komende jaren. Met de komst van een nieuw pensioenstelsel zit er niet op magische wijze meer geld in de gezamenlijke pot. “Als nodige interventies worden nagelaten, wordt het nieuwe stelsel belast met een erfenis uit het huidige stelsel”, schrijft hij.

Het is niet de eerste tegemoetkoming aan de pensioensector van de minister de afgelopen tijd. Zo rekte hij vorig jaar november de regels al op voor wanneer fondsen moeten korten voor het jaar 2020. Afgelopen zomer verlengde hij dat naar volgend jaar. Overigens staan sommige fondsen er zo slecht voor dat de hele sector, zelfs met deze ruime versoepelingen, alsnog afstevent op gemiddeld 0,2 procent gekorte uitkeringen.

Lees ook:

D-Day voor de ouwe dag: komt er nu écht een einde aan tien jaar pensioengepolder?

Deze zomer stemde vakbond FNV over een historische wending in het pensioenstelsel. Voor welke problemen zou dat nieuwe stelsel precies een oplossing zijn?

Nederlanders worden minder oud, en daar komt corona nog eens overheen

Nederlanders worden minder oud dan eerder voorspeld. En corona kan de levensverwachting verder drukken. Voor pensioenfondsen is dat een meevaller.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden