Minister Hugo de Jonge (CDA) van volkshuisvesting en ruimtelijke ordening.

InterviewHugo de Jonge

Minister De Jonge wil meer sociale huur. ‘Wonen is een grondrecht’

Minister Hugo de Jonge (CDA) van volkshuisvesting en ruimtelijke ordening.Beeld Werry Crone

Tienduizenden kwetsbare woningzoekenden redden het niet als gemeenten hen aan hun lot overlaten. Minister Hugo de Jonge wil gemeenten daarom verplichten zich in te spannen om hen onder dak te brengen. Het tekent een omslag in het woonbeleid.

Hanne Obbink

Ooit is er de term ‘aandachtsgroepen’ voor bedacht. Achter dat bleke ambtenarenwoord gaan grote groepen heel uiteenlopende mensen schuil die één kenmerk gemeen hebben: de situatie op huisvestingsgebied is voor hen echt nijpend. Het gaat om statushouders die te lang in een asielzoekerscentrum moeten blijven, om mensen die na een verblijf in de psychiatrie weer op zichzelf gaan wonen, om ex-delinquenten, om dakloze mensen, om mensen die om gezondheidsredenen dringend een ander huis nodig hebben.

Al met al zijn het er vele tienduizenden per jaar. Bijna zonder uitzondering zijn zij aangewezen op een sociale huurwoning, liefst in de goedkoopste klasse. Die zijn er niet in overvloed, en veel andere, ‘gewone’ woningzoekenden zitten ook dringend om zo’n huis verlegen. En straks krijgen zij er misschien nog tienduizenden Oekraïners als concurrent op de woningmarkt bij.

Hugo de Jonge (CDA) schreef er een plan voor, Een thuis voor iedereen, het tweede van zes plannen die hij in zijn eerste halfjaar als minister van volkshuisvesting aan de Tweede Kamer wil voorleggen. “Heel veel mensen zitten in de knel op de woningmarkt, maar deze mensen het meest”, zegt hij. “Zij redden het niet op eigen kracht, zij worden er de dupe van dat we het op huisvestingsgebied met ons allen de afgelopen jaren niet goed genoeg gedaan hebben.”

Niet goed genoeg, het zijn veelzeggende woorden. De plannen die de minister tot nu toe op tafel heeft gelegd, ademen een heel andere sfeer dan die van zijn voorgangers. Minder markt, meer regie – “de volkshuisvesting is terug”, zegt hij zelf. In het plan voor de aandachtsgroepen krijgen vooral de gemeenten nieuwe verplichtingen opgelegd. En voor wie zich er niet aan houdt, is er een ‘stok achter de deur’.

Is er een omslag nodig?

“Ja. Wonen is een grondrecht. Niet voor niets staat in de Grondwet dat bevordering van voldoende woongelegenheid voorwerp is van zorg van de overheid. Ik vind dat we ons niet goed van die taak gekweten hebben. We hebben te lang geloofd dat de markt het vanzelf zou oplossen, dat vraag en aanbod van woningen vanzelf in evenwicht zouden komen. Maar dat is niet zo. Dat betekent dat we nu een grote klus te klaren hebben: voor de kwetsbaarste groepen op de woningmarkt moeten we iets extra’s doen om ook hen een thuis te bieden.”

Een eerste vereiste is: heel veel nieuwe woningen. 900.000 woningen bouwen tot en met 2030, schreef De Jonge twee maanden geleden al in het eerste van zijn zes plannen. Twee derde daarvan moet betaalbaar zijn voor lage en middeninkomens, 250.000 woningen moeten in de categorie sociale huur vallen. Dat moet ook de aandachtsgroepen soelaas bieden.

Maar De Jonge wil nog iets anders. Nu zijn sociale huurwoningen en ook mensen uit aandachtsgroepen ongelijk verdeeld over Nederland. In sommige gemeenten is ruim boven de 40 procent van alle woningen sociale huur, elders nog geen 20 procent. Omdat de kwetsbaarste woningzoekenden vaak niet alleen een dak boven hun hoofd, maar ook zorg nodig hebben, krijgen gemeenten met veel sociale huur daardoor vanzelf erg veel op hun bord.

Hugo de Jonge: 'Het zal puzzelen zijn, maar ik denk dat het kan. Omdat het moet.' Beeld Werry Crone
Hugo de Jonge: 'Het zal puzzelen zijn, maar ik denk dat het kan. Omdat het moet.'Beeld Werry Crone

Waarom moet dat anders?

“Die scheve verdeling is niet eerlijk. Die zorgt ervoor dat te veel van de lasten bij een te klein deel van de gemeenten terechtkomt. Bij die gemeenten kan de leefbaarheid geweldig onder druk komen te staan. Laten we een diepe buiging maken voor al die gemeenten die hun nek uitsteken voor Oekraïners, voor statushouders, voor extra azc-locaties. Veel gemeenten nemen hun verantwoordelijkheid. Maar niet alle, er zijn er die wegduiken voor bijvoorbeeld de extra zorgkosten die kwetsbare groepen met zich meebrengen.

“Dat levert ingewikkelde discussies in regio’s op, met steden die tegen omliggende gemeenten zeggen: doen jullie alsjeblieft ook mee. En die dan te horen krijgen: ‘Nee, onze gemeente is daar niet zo geschikt voor, wij houden ons aandeel sociale huur liever beperkt’. Daardoor komt de solidariteit tussen gemeenten onder druk te staan. Dat wil ik doorbreken.”

Die doorbraak wil De Jonge allereerst tot stand brengen met een streefcijfer: in elke gemeente moet op termijn minstens 30 procent van alle woningen sociale huur zijn. Uit berekeningen van ABF Research, het onderzoeksbureau dat voor het Rijk prognoses over de behoefte aan woningen maakt, blijkt dat dit voor heel veel gemeenten nauwelijks haalbaar is: vier op de tien gemeenten halen die 30 procent zelfs niet als al hun nieuwbouw tot 2030 sociale huur zou zijn. Maar De Jonge houdt vol.

Bent u niet bang dat hele horden gemeenten zullen zeggen: ‘Sorry, meneer de minister, voor ons is dit niet haalbaar’?

“Nee. De analyse van hoe het ervoor staat met die aandachtsgroepen is helder: niet best. Die analyse wordt breed gedragen, ook door gemeenten, en de oplossing ook. Er zal hier en daar ruimte moeten zijn voor maatwerk, maar die 30 procent sociale huur is het streven, daar moet elke gemeente naartoe groeien. Dat is geen vrijblijvende zaak. In het laatste kwartaal van dit jaar worden er prestatieafspraken gemaakt door provincies en gemeenten over het aantal nieuwe woningen, en wat voor soort woningen. Die plannen zal ik toetsen op die 30 procent.

“Al die plannen samen zijn een optelsom die als uitkomst moet hebben: 900.000 nieuwe woningen, waarvan 250.000 sociale huur. We hebben te lang gedacht dat de optelsom van alle lokale beslissingen vanzelf het beste voor iedereen zou opleveren. Dat heeft niet gewerkt. Ik denk dat we de regie moeten hernemen om onze grondwettelijke opdracht waar te maken. Als we blijven vertrouwen op het vrije spel der maatschappelijke krachten, dan raken er mensen in de knel.”

En als gemeenten zich niet inspannen voor die 30 procentsnorm?

“Ik ga ervan uit dat het maar sporadisch nodig zal zijn, maar ik wil zorgen voor een stok achter de deur. Er komt een wetsvoorstel ‘versterking regie volkshuisvesting’. Dat geeft de provincie instrumenten om gemeenten aan dat streven te houden. Natuurlijk, als dat evident onhaalbaar is, wordt het een ander verhaal. Maar waarom zou een gemeente die nog geen 20 procent sociale huur heeft en in een deel van Nederland ligt waar de druk groot is, niet meer kunnen doen?

“Gemiddeld zitten we nu in Nederland, afhankelijk van wat je meerekent, op zo’n 26 procent sociale huur. Ik wil dat dit landelijk percentage sociale huur groeit. Maar het gaat mij niet om het landelijk gemiddelde, het gaat me om de scheve verdeling. Daar moeten we vanaf. Als je het gewoon laat gebeuren, als je de regie niet neemt, dan komt de solidariteit tussen gemeenten onder druk te staan. Dan wordt het afhankelijk van wie er toevallig in het college van burgemeester en wethouders zit of er gebouwd wordt voor aandachtsgroepen. En dan wordt het voor gemeenten veiliger te kiezen om te bouwen voor mensen met een hoger inkomen.”

Meer sociale huur? Ook dat is een omslag. Zeker tien jaar lang was het beleid juist gericht op het verkleinen van de sociale huursector.

“Dat klopt. Maar als je kijkt naar de inkomensverdeling in Nederland zie je dat meer mensen zijn aangewezen op een sociale huurwoning dan er nu plek is. Dat heeft deels te maken met gebrek aan doorstroming van huurders naar andere woningen, en dát heeft weer te maken met een tekort aan woningen die betaalbaar zijn voor mensen met een middeninkomen. Ook in dat segment moet veel gebouwd worden. Nog meer zelfs dan in het sociale segment.”

En dat in een coalitie met de VVD als grootste partner, de partij die sociale huur liefst uitsluitend voor de laagste inkomens reserveert.

“Twee derde betaalbaar staat gewoon in het coalitieakkoord. Daarin wordt de aloude volkshuisvesting in ere hersteld. Nederland heeft op dat gebied een prachtige traditie en het is hoog tijd om die weer op te pakken. Zonder regie op het gebied van volkshuisvesting gaat het recht van de sterkste gelden en dan komen mensen in de knel.”

Meer sociale huur is één ding, zorgen dat die ook genoeg aan aandachtsgroepen wordt toegewezen is iets anders. Hoe gaat u dat doen?

“Gemeenten moeten een woonzorgvisie opstellen, waarin in kaart wordt gebracht wat de behoefte aan huisvesting voor aandachtsgroepen is. Daarnaast worden ze verplicht een huisvestingsverordening op te stellen, waarin regels over het toewijzen van woningen komen te staan. Ongeveer de helft van de gemeenten heeft al zoiets. Als dat nodig is, leggen we ook een norm op, bijvoorbeeld: 30 procent van de sociale huur moet worden toegewezen aan aandachtsgroepen. Misschien blijkt dat laatste niet nodig, maar hoe dan ook: de vrijblijvendheid is voorbij.”

Prestatieafspraken, verordeningen, woonzorgvisies: veel werk voor ambtenaren. Gaat dat niet jaren duren? Intussen zijn in Nederland misschien wel 100.000 mensen dakloos. De problemen zijn acuut.

“Dat klopt, ja. Maar wat in tien jaar tijd is vastgelopen, kan ik niet in een jaar vlot trekken. Ik kan niet toveren, wel hard werken. Het zal tijd vergen om alles op orde te krijgen. En het bouwen van woningen kost ook tijd.”

Alles staat of valt met de vraag: lukt het om genoeg betaalbare huizen te bouwen, juist nu de omstandigheden daarvoor niet gunstig zijn?

“Er is forse tegenwind, dat is waar. De bouwkosten nemen toe en de bouw kampt ook met grote personeelstekorten. Kan het? Ja. Het moet, dus het kan.”

Veel partijen die nodig zijn voor woningbouw – beleggers, projectontwikkelaars, grondexploitanten – verdienen meer aan dure dan aan betaalbare huizen. Dat helpt ook niet mee.

“Veel prikkels staan niet goed gericht, dat klopt. Maar het is de gemeente die bepaalt wat er gebouwd wordt via het bestemmingsplan. Een gemeente heeft meerdere middelen om dat voor elkaar te krijgen.

“Als bijvoorbeeld een grondeigenaar niet meewerkt, kan de gemeente hem in het uiterste geval altijd nog onteigenen. Dat gebeurt niet vaak, nee. Misschien wel niet vaak genoeg.

“Maar het belangrijkste is, als je wil dat het lukt: heel duidelijk zijn in wat je wilt, met heldere normen. Die ontbraken de afgelopen tijd, dus het zal nog moeten blijken hoe dat precies uitpakt. Het zal puzzelen zijn, vooral op lokaal niveau, om projecten zo in te richten dat die voor alle partijen interessant zijn. Nogmaals, ik denk dat het kan. Omdat het moet.”

Lees ook:

Woningen die maar vijf of zes jaar sociale huur blijven. ‘Dat is dweilen met de kraan open’

Kleinere gemeenten hikken aan tegen de eis dat 30 procent van hun woningen sociale huur moet zijn. Her en der verrijst nu ‘nep-sociale huur’.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden