null

BelastingenAnalyse

Met deze 19 wetten en regels wil Nederland breken met het imago van belastingparadijs

Beeld Colourbox

Het stempel ‘belastingparadijs’ blijft Nederland achtervolgen, alle nieuwe wetten en regels om ontwijking tegen te gaan ten spijt. Hoe terecht is die term dan nog?

Je kon het ambtenaren op Financiën vorige week haast hardop horen verzuchten: gaat dit land óóit nog afkomen van het stempel ‘belastingparadijs’? Hoeveel wetten en regels hebben ze de afgelopen jaren niet bedacht om belastingontwijking via Nederland in te dammen? Hoe zwaar hebben ze zich de kritiek van andere landen en ngo’s wel niet aangetrokken? Geprobeerd om multinationals de pas af te snijden in hun inventieve manieren om zo min mogelijk winstbelasting af te dragen?

Op 4 maart presenteerde het ministerie weer drie nieuwe wetsvoorstellen. Dit keer om te voorkomen dat bedrijven misbruik maken van de verschillen tussen belastingwetgeving in verschillende landen. Het zijn niet de eerste maatregelen, en ook niet de laatste. “Wie dacht dat dit kabinet al klaar is met de aanpak van belastingontwijking heeft het mis”, tweette verantwoordelijk staatssecretaris Hans Vijlbrief die dag nog manmoedig.

En ja hoor, nog geen week later komt er weer een rapport uit – van het Britse Tax Justice Network dit keer – waarin Nederland wereldwijd op de vierde plek staat van landen die ontwijking in stand blijven houden. Geen enkel plekje lager dan de vorige keer dat de ngo dit rapport twee jaar geleden uitbracht. ‘Belastingparadijs’, klonk het weer in de media.

Het kabinet gaat niet ver genoeg

Gaat het hier dan om een achterhaald beeld? Zijn alle nieuwe wetten en regels van de afgelopen paar jaar bijvoorbeeld nog niet meegenomen in het rapport? Of maakt het kabinet vooral beleid voor de bühne, zodat die hoge notering onverminderd terecht is?

Het kabinetsoffensief tegen belastingontwijking beslaat inmiddels negentien van die nieuwe wetten en regels. Dat Nederland evengoed weer op nummer vier staat, komt deels doordat een aantal daarvan buiten de analyse vallen van het rapport – zij gaan pas later in. Verder oordeelt de ngo vrij strikt. Zo gaat een deel van de nieuwe wetgeving voor sommige bedrijven pas gelden in 2029. Tax Justice besluit daarop dat de hele wet niet meetelt voor de score van Nederland (tot onbegrip van het kabinet overigens, blijkt uit de correspondentie in de bijlage van het rapport).

Maar ook los van de stringente toets van de ngo vinden sommige critici dat het kabinet niet ver genoeg gaat. Daartegenover staan juist weer veel belastingadviseurs, die menen dat de overheid zich laat opjutten door krantenkoppen met het woord ‘belastingparadijs’ erin. Zij stellen dat het onderhand wel een onsje minder mag, om zo het vestigingsklimaat niet te veel aan te tasten.

Op de vraag hoe fiscaal paradijselijk het hier is, is dus geen eenduidig antwoord. Wat wél kan is een overzicht geven van de huidige stand van zaken. Onderverdeeld in de grofweg drie hoofdonderwerpen die Nederland met die negentien wetten en regels wil aanpakken.

1: ‘Schimmige’ afspraken met de fiscus

Voor een deel dankt Nederland zijn gebrekkige belastingreputatie aan alle afspraken die de fiscus met het bedrijfsleven maakt. Rulings heten die, en dat gebeurt achter gesloten deuren. Op zich is daar niets mis mee. In de kern doet de Belastingdienst in zo’n ruling niets anders dan zekerheid bieden over het belastingtarief waarop een onderneming mag rekenen. Zeker bij grote bedrijven met een ingewikkelde organisatiestructuur is het wel fijn om van tevoren te weten waar je fiscaal aan toe bent, alvorens je ergens te vestigen. Denk aan een multinational met dochterbedrijven die vanuit verschillende landen onderling handelen, met alle eventuele aftrekposten van dien.

“Probleem is alleen dat die rulings dus heel erg geheim zijn”, zegt Arnold Merkies. Hij is directeur van Tax Justice NL, een zusterorganisatie van het Britse Tax Justice Network. Meestal komen de belastingafspraken pas aan het licht als ze zijn gelekt naar journalisten, of als de Europese Unie er een onderzoek naar start, zegt Merkies. “En dan blijkt ineens dat bedrijven wel heel gunstige voorwaarden krijgen in Nederland.”

Als voorbeelden geeft hij Shell, dat goedkeuring kreeg van de fiscus voor een vergezochte route voor zijn dividendstromen, om hier vervolgens niets te hoeven afdragen. Koffieketen Starbucks die zichzelf via een dochteronderneming extreem dure koffiebonen in rekening brengt, om in Nederland minder (te belasten) winst te draaien. En taxibedrijf Uber dat zichzelf 16 miljard euro leent om de winst hier te drukken. “Veel mensen hebben het idee dat de afgifte van rulings gepaard gaat met schimmige praktijken”, zei toenmalig staatssecretaris Menno Snel in 2018 dan ook over dit soort zaken.

Nederland belastingparadijs?  Beeld Illustratie Brechtje Rood
Nederland belastingparadijs?Beeld Illustratie Brechtje Rood

Vanaf juli 2019 geeft de Belastingdienst daarom geen rulings meer af als het motief van het bedrijf dat hier aanklopt duidelijk belastingontwijking is. Ook niet meer als het bedrijf dochterondernemingen heeft in landen waar weinig of geen winstbelasting bestaat, of als het bedrijf in kwestie ‘onvoldoende economische binding’ heeft met Nederland.

Daarnaast is de Belastingdienst geanonimiseerde samenvattingen van de rulings gaan publiceren, om toch een beetje te laten zien wat ze zoal afspreekt met het grootbedrijf. Eerder deze maand publiceerde belastingadviseur Koen Bolink van advocatenbureau Houthoff een eerste analyse van die nieuwe werkwijze. Conclusie: ook al gaat het om anonieme samenvattingen, toch bevatten ze genoeg ‘waardevolle informatie’ voor beleidsmakers, ngo’s, adviseurs en burgers.

Merkies is op zich te spreken over deze stappen, maar vindt het tegelijkertijd wat slapjes allemaal. “Als je belastingontwijking afkeurt door er geen rulings meer over af te geven, waarom verbied je het dan niet in het algemeen? En die samenvattingen zijn mooi, maar liever heb ik gewoon de hele ruling. Nu weten we alsnog niet wat er allemaal is weggelaten.”

2. Blokkades tegen doorsluizen

Nederland is klein en moet het van oudsher hebben van handel over de grens. Om bedrijven te verleiden om over landsgrenzen heen te investeren, heeft Nederland daarom een groot aantal belastingverdragen getekend met andere landen. Daarin staat bijvoorbeeld dat een bedrijf niet twee keer belast wordt bij zo’n grensoverschrijdende investering. Dus dat dezelfde euro niet belast wordt bij, zeg, vertrek uit een dochterbedrijf uit Frankrijk, en opnieuw bij aankomst bij het moederbedrijf in Nederland. Maar in de praktijk gaan die ‘bilaterale verdragen’ verder dan alleen het voorkomen van dubbele belasting. Vaak zitten er extraatjes in: lagere belastingtarieven dan in beide afzonderlijke landen het geval is.

Omdat Nederland zoveel van dit soort verdragen over de hele wereld heeft afgesloten, is het een spil geworden voor multinationals. Want ook al had een multinational hier verder weinig te zoeken, dan nog loonde het vaak om geldstromen via een brievenbusfirma eerst even door Nederland te sluizen. Dan pakte de multinational immers de belastingverdrag-korting mee die hij anders was misgelopen.

Het ministerie is toe aan wat erkenning

Inmiddels wil Nederland geen doorsluisland meer zijn. Het kost andere landen veel geld aan misgelopen belastingopbrengsten, terwijl het hier amper belasting oplevert. De geldstromen vertrekken namelijk ook weer onbelast. Soms naar hun moederbedrijf in een ander land, soms met als eindstation een belastingparadijs waar überhaupt geen winstbelasting bestaat.

De oplossing? In veel verdragen die Nederland met andere landen heeft, zit sinds 2019 een anti-misbruikbepaling. Voortaan kunnen bedrijven de belastingvoordelen uit zo’n verdrag worden ontzegd als blijkt dat het bedrijf hier louter zit om belasting te ontwijken.

Bartjan Zoetmulder, partner van advocaten- en advieskantoor Loyens & Loeff en voorzitter van de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs (NOB), is er ‘heilig van overtuigd’: bedrijven kunnen en willen hun geld hierdoor niet meer vanwege fiscale redenen door Nederland sluizen. “Dat zie ik ook duidelijk in mijn adviespraktijk.” Hij begrijpt daarom de verontwaardiging van het kabinet wel, na het Tax Justice-rapport. “Ik snap dat het ministerie zo onderhand wel toe is aan wat erkenning, in plaats van weer zo’n kritisch rapport.”

Al deze punten zijn vooruitgang

Er is nog iets. Sinds januari van dit jaar geldt er een zogeheten bronbelasting van 25 procent op uitgaande rente- en royaltiestromen (dat laatste gaat over het betalen voor intellectueel eigendom). Vanaf 2024 zal die ook gaan gelden voor dividendstromen. Tenminste, als de eindbestemming van die rente, royalties of dividend een erkend belastingparadijs is. Het gaat daarbij om de usual suspects als Bermuda en de Kaaimaneilanden, en eigenlijk om alle landen die minder dan 9 procent winstbelasting hanteren. Ook dat moet doorsluizen ontmoedigen.

Merkies van Tax Justice NL noemt al deze punten vooruitgang. Het voormalig SP-Kamerlid heeft regelmatig contact met het ministerie en ziet ook dat het daar ‘barst van de goede wil’. Toch vindt hij de lijst van laagbelastende landen niet uitputtend genoeg. Het criterium van minder dan 9 procent winstbelasting stelt niet zoveel voor, zegt hij. Landen als Singapore, Hong Kong en Mauritius zitten daarboven (en staan dus niet op de zwarte lijst), terwijl ze allerlei speciale regelingen hebben waardoor buitenlandse bedrijven in de praktijk alsnog lang niet aan die 9 procent komen. “Het is een beetje of het kabinet alle ramen en gaten in een huis helemaal heeft afgedicht tegen diefstal, maar de voordeur wagenwijd open heeft laten staan.”

Zoetmulder vindt het feit dat we nu bronbelasting hebben juist ‘een ongelooflijke landslide’. “Het was volgens oud-staatssecretaris Eric Wiebes juist één van de ‘kroonjuwelen’ van ons belastingsysteem dat we géén bronbelasting hadden. Het is echt niet niks, dat die heffing er nu wel is.” Natuurlijk kun je altijd verder gaan, erkent hij. “Maar ik begrijp goed dat het ondoenlijk is voor de Belastingdienst om van de hele wereld de speciale belastingregimes bij te gaan houden.”

3. Dezelfde kosten twee keer aftrekken, en andere ‘mismatches’

Soms krijgt de Belastingdienst een geldstroom uit het buitenland onder ogen waarvan ze denkt: daar heeft dat bedrijf in dat andere land al belasting over betaald. En in dat andere land denken ze het omgekeerde: de Nederlandse fiscus gaat daar straks over heffen, dus hoeven wij dat niet te doen.

Dat komt door een verschil in fiscale wetgeving – de belastingdiensten in die twee landen zien de onderneming of geldstroom dan door een verschillende bril. Bedrijven weten van dat soort mazen in internationale wetgeving, en verdelen hun organisaties soms zo over jurisdicties dat ze in beide landen niets betalen. Of op zo’n manier dat ze dezelfde kosten twee keer kunnen aftrekken van hun belastbare inkomen.

Tenminste, tot vorig jaar was dat zo. Toen voerde Nederland een internationale richtlijn in die dit soort ‘mismatches’ tussen belastingdiensten moet aanpakken. Vanaf nu kan de Nederlandse fiscus heffen als blijkt dat een ander land dat niet doet. Zo is de beruchte CV-BV-structuur – waarin Amerikaanse bedrijven via een ‘commanditaire vennootschap’ in Nederland in beide landen niets hoefden af te dragen – niet meer mogelijk.

De jongste wetsvoorstellen van het ministerie vullen het tegengaan van mismatches nog verder aan. Mochten die voorstellen in de huidige vorm worden aangenomen, dan kan een multinational zijn dochterbedrijf in Nederland straks bijvoorbeeld geen lening verschaffen met een onnatuurlijk lage rente, terwijl het dochterbedrijf hier ondertussen de ‘gewone’, hogere marktrente van de winst mag aftrekken.

Tax Justice Nederland zegt de wetsvoorstellen binnenkort te gaan bestuderen. Maar die voorstellen laten onverlet dat de ngo nog altijd een petitie heeft lopen – Stop Belastingparadijs NL – samen met onder meer vakbond FNV, Oxfam Novib en de voorzitter van de Europese belastingcommissie Paul Tang. De organisaties eisen nog meer transparantie en nog minder doorsluis-mogelijkheden. Maar bovenal willen ze dat Nederland de kar meer internationaal gaat trekken.

De kans om dat te doen is er. Op dit moment praat de Oeso – de club van rijke landen – over twee verstrekkende voorstellen. Eén over een wereldwijde minimum-winstbelasting, zodat landen elkaar niet kapotconcurreren met lage tarieven om bedrijven te lokken. En één over een digitaks, waardoor digitale grootmachten als Facebook en Google belasting gaan betalen in de landen waar hun gebruikers zich bevinden (en dus niet alleen in het land waar het hoofdkantoor staat).

Maar Nederland ís al ‘heel constructief’ in die Oeso-gesprekken, zei staatssecretaris Vijlbrief onlangs tijdens een belastingconferentie in het Haagse Nieuwspoort. “Een hoge ambtenaar van mij praat altijd mee met die Oeso-besprekingen, en die krijgt daar goede recensies.” Al wil Vijlbrief nog wel verder gaan, vervolgt hij. “Ik zou Nederland echt wel leidend willen hebben op dit terrein.”

Lees ook:

Belastingklimaat Nederland kost rest van de wereld 22 miljard euro

Voor het eerst hangt er een prijskaartje aan de winsten die multinationals via Nederland wegsluizen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden