Handicap

Mensen met Down hebben zelden werk. Maar Joep heeft wel een baan: ‘Hij geeft sjeu aan de dag’

 Joep werkt bij de Versman Organic, op een biologische markt in Den Haag. Beeld Phil Nijhuis
Joep werkt bij de Versman Organic, op een biologische markt in Den Haag.Beeld Phil Nijhuis

Weinig mensen met het downsyndroom hebben een baan, terwijl dat juist goed is voor hun zelfbeeld. Ouders nemen het heft in eigen hand in de zoektocht naar werk voor hun kind.

Jamila Meischke

Mensen met het syndroom van Down werken zelden. Niet alleen omdat ze daar niet goed toe in staat zijn, maar vooral omdat regelgeving het moeilijk maakt: volgens de wet zijn mensen met downsyndroom volledig arbeidsongeschikt. Sommige ouders vinden dat jammer, juist omdat werken ontzettend goed is voor het zelfbeeld van mensen met het downsyndroom. Hanneke Andringa en Marjan de Graaf regelden zelf baantjes voor hun kinderen en dat pakt goed uit.

Andringa's zoon Joep (21) werkt bij een biologische markt, maar krijgt niet betaald. “Dat hij groente en fruit mee naar huis krijgt, is voor hem al status genoeg”, zegt zijn moeder. Hij helpt twee dagen in de week aan het eind van de dag anderhalf uur met opruimen. Op initiatief van Joep is dat niet alleen in zijn woonplaats Den Haag, maar ook bij dezelfde marktkraamhouder in Amsterdam. Hij reist zelfstandig met de trein naar Amsterdam en fietst door het centrum naar de Nieuwmarkt.

Uitzonderlijk

Een baan is voor mensen met het downsyndroom uitzonderlijk, blijkt uit onderzoek van Stichting Downsyndroom. Nog geen 10 procent van de respondenten heeft betaald werk. “Ouders kunnen denken dat het beter is om niet op betaald werk te mikken, omdat hun kind dan misschien geen recht meer heeft op een wajong-uitkering, mocht het na een tijdje niet meer gaan”, zegt onderzoeker Gert de Graaf van Stichting Downsyndroom. “De wajong werkt dus als een perverse prikkel om niet te gaan werken, helaas.”

Dat is zonde, vinden ook de ouders. Natuurlijk is werken niet voor iedereen met Down weggelegd; kenmerkend voor deze beperking is dat die vaak gepaard gaat met andere stoornissen. Maar meer van hen dan nu het geval is zouden kunnen werken in een reguliere setting, meent Andringa. Toen haar zoon Joep van school ging, heeft ze veel tijd gestopt in het vinden van een ‘echte baan’.

Op eigen houtje

Ze probeerde het eerst via jobcoaching, met iemand die praktische ondersteuning biedt bij het vinden van een baan, maar dat lukte niet. Een supermarkt verwees naar het UWV, maar ook die kon weinig betekenen. Op eigen houtje vond ze na lang zoeken een baan bij de biologische markt in Den Haag, waar ze zelf klant is. Daar werkt hij nu 2,5 jaar als vrijwilliger.

Eigenaar van de groente- en fruitkraam Versman Organic, Jeroen Abbenbroek, is enthousiast. “Joep heeft organisatorisch inzicht, dat had ik niet verwacht. En hij is altijd vrolijk. Dat geeft sjeu aan de dag, zeker als je al twaalf uur aan het werk bent.” En de meerwaarde voor Joep is nog veel groter dan zijn moeder tevoren had verwacht, vertelt Andringa.

 Joep is aan het opruimen op de markt in Den Haag.
 Beeld Phil Nijhuis
Joep is aan het opruimen op de markt in Den Haag.Beeld Phil Nijhuis

“Als ouders zien dat hun kind zich staande houdt in de maatschappij, raden we hen aan om in hun eigen netwerk te zoeken naar een baantje”, zegt Marjan de Graaf (geen familie van Gert de Graaf). Maar ze erkent dat het moeilijk is. Nu gaan mensen met downsyndroom bijna altijd naar dagbesteding, zoals een zorgboerderij. Maar dan komen ze alleen in aanraking met mensen met een beperking, terwijl het volgens haar goed is als ze zich optrekken aan collega’s.

“Als je omgaat met mensen zonder beperking, leer je hoe je je moet gedragen in de maatschappij”, zegt ze. Marjans zoon David (37) ging naar een normale middelbare school en had daar veel vrienden. “Daar leerde hij over jeugdcultuur en wat in de mode is”, vertelt ze. “Hij wilde er graag bij horen.”

Digitale vaardigheden

David werkt elf jaar bij Stichting Downsydroom als administratief medewerker. Hij maakt daar onder meer posters van foto’s die ouders insturen, zo leert hij ook digitale vaardigheden. Daarnaast werkt hij bij supermarkt de Coop. “Hij merkt het gelijk als hij anders behandeld wordt, daarom is een normale baan ook zo belangrijk voor hem”, zegt De Graaf. “Bij de supermarkt vinden ze hem een leuke jongen.”

Marktverkoper Abbenbroek raadt werkgevers aan om ‘passend werk te zoeken’ voor mensen met het syndroom van Down. “Zo vindt Joep het prettig als hij vaste taken heeft.” En daar moet een werkgever dan ook voor zorgen. “En ja, iedereen heeft een gebruiksaanwijzing. Ook mensen zonder beperking.”

Lees ook:

Elke dag weer feestelijk ontregeld door dochter Pippa

Journalist Marlies Kieft schreef een boek over het leven met haar dochter Pippa, die het syndroom van Down heeft. “Ik wil ons leven met een kind met Down schetsen zoals het is.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden