InterviewKrijn Poppe

Landbouweconoom Krijn Poppe gaat met pensioen: ‘Ik ben benieuwd of we groener uit de crisis komen’

Landbouweconoom Krijn Poppe:  'Met data kun je boeren belonen die het goed doen en tegelijkertijd de rotte appels eruit halen.' Beeld Koen Verheijden
Landbouweconoom Krijn Poppe: 'Met data kun je boeren belonen die het goed doen en tegelijkertijd de rotte appels eruit halen.'Beeld Koen Verheijden

Landbouweconoom Krijn Poppe zag hoe de overheid zich terugtrok en de markt het platteland overnam. Nu hij met pensioen gaat, ziet hij dat de overheid moeite heeft de regie terug te pakken.

Joost van Velzen

Als er iemand met gezag over landbouw kan praten dan is dat Krijn Poppe (1955), senior econoom bij Wageningen Economic Research. Of het nu over de agrarische historie gaat, het heden of de toekomst - Poppe is van alle markten thuis. Nu gaat het boegbeeld van wat wel de beste landbouwuniversiteit ter wereld wordt genoemd, met pensioen. Na 40 jaar analyseren en adviseren. En als officier in de Orde van Oranje-Nassau.

U zwaait af in een pandemie. Heeft corona raakvlakken met ons voedselsysteem?

“Het leidt in ieder geval tot discussie. Er zijn wel raakvlakken. Je ziet een probleem met corona bij mensen met obesitas, er is een probleem bij de nertsen. Toch is het directe effect van Covid-19 op de landbouw niet zo groot. De pijn zit meer in de horeca en niet zozeer bij de productie van boeren. Wat ik interessant vind: wat doet corona met het gedrag van mensen? Gaan we meer op ons voedsel letten, gaan we duurzamer leven na de lockdown? Een crisis moet je benutten, zeggen ze dan. Ik ben benieuwd of we groener uit de crisis komen.”

Hoe stond Nederland landbouwland er voor toen u in 1981 in Wageningen begon?

“Het was de tijd van de restanten van een door de staat gedomineerd landbouwsysteem. De staat regelde zo ongeveer alles. De staat regelde de modernisering, de ruilverkaveling, en de staat legde 150.000 hectare Flevopolder aan. De coöperaties waren nog klein en droegen namen als Domo en Coberco. Elk dorp had zijn coöperatieve bank voor boeren: de Boerenleenbank of de Raiffeisenbank.

“Toen ik begon liep dat net zo'n beetje ten einde. De staat trok zich terug en maakte plaats voor de neoliberale marktwerking. De kleine coöperaties verdwenen. Nu heb je FrieslandCampina, een top-5 zuivelproducent in de wereld. Het kleine Raiffeisen werd de grote Rabobank. De eerste zorgen om het milieu dienden zich aan. Ook wel begrijpelijk: de markt laat zich niet remmen door enige zorg om milieu.”

Wat voor beweging ziet u nu?

“De maatschappij stelt nu meer eisen aan kwaliteit van leven. Wilt u als boer subsidie? Dan moet u minder gaan uitstoten. Om dat boerenbedrijven op te leggen is toch weer overheidsbemoeienis nodig. Met die nieuwe rol om een deel van de regie weer terug te pakken, heeft de overheid moeite.”

Als u er iets uit zou lichten waar u zich in uw loopbaan sterk voor gemaakt heeft, wat zou dat dan zijn?

“Ik ben veel bezig geweest met informatie en data. Mijn punt is: je kunt steeds meer meten. Wat voor veevoer een koe krijgt, in welke stal hij staat, hoe vaak hij buiten is geweest. Milieuprestaties. Boeren vinden dat niet altijd leuk, maar met data kun je boeren belonen die het goed doen en tegelijkertijd de rotte appels eruit halen.”

Moet Nederland er niet gewoon mee ophouden om voor de halve wereld te produceren?

“We hebben 1,8 miljoen hectare landbouwgrond. Als je die aan natuurbeheer zou geven, zouden ze dat niet eens kunnen betalen. De kwaliteit van onze landbouw is hoog. Ermee ophouden lijkt me dus niet verstandig. Maar wat je hier produceert moet wel schoon zijn, want in een dichtbevolkte delta worden hoge eisen gesteld. Het moet dus anders - en in Nederland niet meer in dit volume. Wij kunnen bijvoorbeeld onder Nederlandse regie in het buitenland produceren.”

Schetst u eens het boerenbedrijf van de toekomst?

“De gemiddelde boer bestaat niet, zeg ik altijd. Maar als je ze op het platteland wil houden dan ligt een deel van hun verdienmodel in andere diensten dan alleen voedsel. CO2-opslag, toerisme, horeca, natuurbeheer, educatie, zorg. Ik denk dat de boer van de toekomst uitblinkt in waar Nederland in uitblinkt, namelijk de combinatie voeding- gezondheidszorg - informatie-technologie.”

Lees ook:

Hoe Nederland uitgroeide tot exportreus in de landbouw - en nu moet veranderen

Nederland is de tweede landbouwexporteur wereldwijd. Die positie is problematisch in het licht van de stikstofproblematiek en nertsenfokkerijen die geruimd moeten worden vanwege de coronacrisis. Hoe is die positie zo gegroeid?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden