Bijstand

Laag waterverbruik? Bijstandsfraude! Die conclusie trekt gemeente nogal eens te snel

Gemeenten baseren vermoedens van bijstandsfraude nogal eens op een laag waterverbruik. Maar dat blijkt lang niet altijd terecht. Beeld ANP XTRA
Gemeenten baseren vermoedens van bijstandsfraude nogal eens op een laag waterverbruik. Maar dat blijkt lang niet altijd terecht.Beeld ANP XTRA

Bijstandsgerechtigden die weinig water verbruiken, worden nogal eens te makkelijk beschuldigd van fraude. De gemeente veronderstelt dan dat zij vanwege het lage verbruik op een ander adres wonen. Maar die redenering houdt bij de rechter lang niet altijd stand.

Lukas van der Storm

Henk Helmhout uit het Friese Wijnjewoude dacht simpelweg het goede te doen toen hij in 2013 in de bijstand terecht kwam. Hij ging niet thuis zitten kniezen, maar maakte zich verdienstelijk als mantelzorger voor twee gehandicapte vrouwen in het naburige Drachten. Waar mogelijk bespaarde hij kosten, door zuinig met gas en water om te gaan.

Maar de combinatie van veel van huis zijn en een laag verbruik kwam Helmhout duur te staan. Toen de gemeente zijn adres koppelde aan de gegevens van het waterleveringsbedrijf, gingen de alarmbellen af: zijn verbruik was opvallend laag. Het moest wel zo zijn dat Helmhout op een ander adres woonde, concludeerde de gemeente in 2016. Bijstandsfraude dus.

Helmhout moest daarop al het uitkeringsgeld terugbetalen dat hij in drie jaar had ontvangen: zo’n 35.000 euro, een schuld waar hij vele jaren aan vast zou zitten. Tot de Centrale Raad van Beroep (CRvB), de hoogste rechter in zaken rondom sociale zekerheid, hem eerder dit jaar alsnog volledig in het gelijk stelde. De gemeente had geen enkel hard bewijs voor zo'n ingrijpend besluit, zo blijkt uit de uitspraak.

Veel meer zaken rondom waterverbruik

De zaak van Helmhout staat niet op zichzelf. Rond de 419.000 mensen in Nederland krijgen bijstand. In totaal dienden er vorig jaar 550 zaken tussen gemeenten en bijstandsontvangers bij de CRvB. In tientallen gevallen vermoedde de gemeente dat mensen niet de waarheid spraken over hun woonsituatie. In totaal dienden vorig jaar 24 zaken bij de CRvB waarbij de gemeente stelde dat een bijstandsgerechtigde niet op het opgegeven adres woonde. In zestien zaken diende daarbij het lage watergebruik als bewijs, zo blijkt uit een inventarisatie van deze krant.

In de helft van die gevallen greep de gemeente terecht in. In die situaties is meestal sprake van een ‘extreem laag waterverbruik’ van minder dan 7 kubieke meter per jaar. Het is vaste rechtspraak dat gemeenten er onder die grens in principe vanuit mogen gaan dat een woning onbewoond is. Ter vergelijking: het gemiddeld jaarlijks waterverbruik voor een eenpersoonshuishouden ligt op 46 kuub.

Zit het verbruik zo rond de 10 à 15 kubieke meter, dan leidt dat bij gemeenten nogal eens tot argwaan. Dat wijst er vaak op dat een bijstandsgerechtigde in elk geval weinig thuis is. Dat kan bijvoorbeeld betekenen dat iemand vooral op het adres van een partner of familielid woont. En dat mag niet: de woonsituatie is namelijk van belang om vast te stellen of iemand recht heeft op bijstand. Bijstandsontvangers moeten daarom altijd het adres doorgeven waar hij zijn ‘hoofdverblijf’ heeft.

Gemeenten gaan 9 keer nat in 2021

Een gemeente moet boven die grens van 7 kuub echter altijd met aanvullend en overtuigend bewijs komen dat iemand niet op het opgegeven adres woont. Dat kan de sociale recherche bijvoorbeeld verkrijgen via een huisbezoek, waarbij wordt gekeken of er vers voedsel, kleding en administratie in de woning aanwezig zijn. Of uit verklaringen van buurtbewoners die glashelder maken dat iemand al lang en breed is verhuisd.

Maar aan dat soort bewijs schort het regelmatig, zo blijkt uit de rechtbankuitspraken van het afgelopen jaar. In vijf van de zestien waterverbruikzaken bij de CRvB kregen bijstandsgerechtigden volledig gelijk, in nog eens drie deels. Daarnaast zijn er in 2021 in elk geval vier uitspraken van lagere rechters bekend waarbij een fraudebeschuldiging op basis van het waterverbruik onterecht bleek.

Er zijn dus nog zeker acht anderen in dezelfde situatie als Helmhout. Zo kreeg een vrouw uit het Brabantse Best ten onrechte te maken met een invordering van bijna 50.000 euro. Ook zij was veel van huis: haar oom waarvoor zij mantelzorger was en haar partner woonden allebei in Schijndel. Maar woonde ze ook daadwerkelijk niet meer in haar eigen woning? Dat kon de gemeente niet bewijzen.

Hoge terugvorderingen zijn bij dit soort waterkwesties overigens eerder regel dan uitzondering. Een (extreem) laag waterverbruik wordt bijna altijd via de meterstanden over een heel jaar vastgesteld. En wie een heel jaar aan bijstand moet terugbetalen, is als alleenstaande zo’n 12.000 euro kwijt. Omdat het bij veel zaken ook nog eens om meerdere jaren gaat, lopen de vorderingen meestal in de tienduizenden euro's.

Lees ook:

Henk werd onterecht als bijstandsfraudeur bestempeld: ‘Mijn leven heeft al die tijd stilgestaan’

Een onterecht stempel als fraudeur. En een schuld van 35.000 euro aan de gemeente die hij tot in lengte van jaren niet af zou kunnen lossen. Henk Helmhout had het er vijf jaar lang zwaar mee.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden