Welvaartskloof

Kloof tussen rijk en arm neemt verder af, gek genoeg door de stijgende huizenprijzen

Demonstratie tegen de problemen op de woningmarkt. Beeld ANP
Demonstratie tegen de problemen op de woningmarkt.Beeld ANP

De rijkste 1 procent van alle Nederlanders bezit ruim een kwart van al het vermogen, in 2015 was dat nog bijna een derde.

Dirk Waterval

Wie aan stijgende huizenprijzen denkt, denkt onwillekeurig vaak ook aan een groeiende maatschappelijke kloof: huizenbezitters worden door die stijgende prijzen op papier almaar rijker, en laten de huurders daarmee steeds verder achter zich. Dus zal de vermogensongelijkheid wel groter worden, zou je denken, nu de woningmarkt door het dak blijft gaan.

Dat beeld klopt niet, blijkt uit nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor Statistiek. Althans, niet als het gaat over de periode tussen 2015 en nu. In die periode is de vermogensongelijkheid in Nederland afgenomen, juist doordát huizenprijzen omhooggingen.

Onder water

Tijdens de economische crisis van tien jaar geleden lag de huizenmarkt op zijn gat. Bijna zes op de tien huishoudens woont in een koophuis, en bij een aanzienlijk deel daarvan stond dat huis spreekwoordelijk ‘onder water’: de hypotheekschuld was hoger dan de woningwaarde.

Dat overkwam natuurlijk zowel vermogende als minder vermogende huizenbezitters, maar die eerste groep had naast het huis ook nog veel andere bezittingen. Bijvoorbeeld nog veel aandelen of zelfs een hele eigen onderneming. Als het huis van zo iemand onder water staat, drukt dat minder op zijn hele vermogenspositie dan bij iemand die naast zijn huis niet zoveel bezit heeft.

Negatief vermogen

De huizencrisis vergrootte daarom de vermogensongelijkheid in Nederland: rijk was nog steeds vrij rijk, en de wat minder rijke huishoudens hadden ineens een negatief vermogen. Nu de huizenprijzen weer stijgen sinds 2015, daalt de ongelijkheid vanaf dat moment ook weer.

Tegelijkertijd hebben de rijkste Nederlanders minder van de totale taart aan vermogen op hun bord, zo laten de nieuwe cijfers zien. De rijkste 10 procent bezat op 1 januari 2020 ongeveer 60 procent van al het vermogen (1830 miljard euro), tegen 70 procent in 2015. Bij de rijkste 1 procent gaat het om 26 procent van het totale bezit in Nederland, tegenover 32 procent in 2015.

Gunstige fiscale regels voor directeur-grootaandeelhouders

Volgens het CBS is de inkomensverdeling redelijk gelijk gebleven in het afgelopen decennium. Het statistiekbureau schrijft dat toe aan de balans tussen belastingheffingen enerzijds en sociale uitkeringen anderzijds. In 2014, 2017 en 2019 waren er nog wel wat pieken in de inkomensongelijkheid, dat lag vooral aan fiscale maatregelen die gunstig uitpakten voor directeur-grootaandeelhouders. Die werden in 2014 bijvoorbeeld gestimuleerd om zichzelf meer dividend uit te keren.

Het gemiddelde inkomen van een huishouden bedroeg 32.400 euro in 2020. Zo’n veertigduizend huishoudens draaiden vorig jaar verlies, zij hadden een negatief inkomen. Dat zijn vooral ondernemersgezinnen met een verlieslatend bedrijf, stelt het CBS. Anderzijds verdienen ruim 767.000 huishoudens meer dan 50.000 euro per jaar. Vergeleken met andere landen is de inkomensongelijkheid klein in Nederland, schrijft het CBS.

Lees ook:

Vermogensongelijkheid groter door erfenissen en schenkingen? Nee hoor

De kloof tussen vermogenden en minder-vermogenden groeit niet door erfenissen en schenkingen, stelt het Centraal Planbureau in nieuw onderzoek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden