Ingestort

Kades repareren? Duik eerst het archief in

Langs de Grimburgwal in Amsterdam stortte eerder dit jaar een kademuur in.  Beeld ANP, Evert Elzinga
Langs de Grimburgwal in Amsterdam stortte eerder dit jaar een kademuur in.Beeld ANP, Evert Elzinga

Honderden kades in Nederland zijn aan een opknapbeurt toe. Of aan vervanging. Maar welke moeten het eerst worden aangepakt? Waar zijn de risico’s het grootst?

Voor Rijkswaterstaat, voor havenbedrijven, maar ook voor kaderijke gemeenten als Amsterdam (600 kilometer), Utrecht, Dordrecht en Leiden, zijn het lastige vragen. Als ze al weten of hun kades nog deugdelijk zijn - in Amsterdam is 200 kilometer waarschijnlijk aan renovatie of vervanging toe - dan is de vraag waar ze hun meestal beperkte budget voor onderhoud het best of het eerst aan kunnen besteden.

Ingenieursbureau Iv-Infra biedt de eigenaren en beheerders van de kades een handreiking: een manier om te bepalen waar ze het best met hun herstelwerkzaamheden kunnen beginnen. De methode is beproefd in de havens van het Zeeuwse Terneuzen en het Belgische Gent die onder hetzelfde bedrijf vallen. Samen horen die twee havens, goed voor bijna zestig kilometer aan kades, overigens tot de top-drie van Europa.

Duikbrillen blijven in de kast

De kade-analyse begint met het verzamelen van basisinformatie, zeggen Lennart Visser en Arno Willems, respectievelijk projectleider constructies en hoofd van de afdeling risico-analyse bij Iv-Infra. Informatie over de afmetingen van de kades, het bouwjaar en het type constructie; over de belasting, zowel door het water als door het verkeer; over de conditie en het (economische) belang ervan. Al die gegevens geven een eerste beeld. Op basis daarvan is een soort rangschikking te maken: welke kades zijn waarschijnlijk of mogelijk zwak, welke vormen een risico? En als er informatie niet beschikbaar is, wat nogal eens voorkomt, dan weegt dat mee in het risico.

Ook in de tweede fase komen er nog geen uitgebreide inspecties aan te pas en kunnen de werkschoenen, laarzen en duikbrillen in de kast blijven. Weer gaat het om het zoeken naar informatie, maar dan dieper. Het is de fase waarin Lennart Visser zich terugvindt in een kantoor met bergen papier: ontwerpen, bouwtekeningen, gegevens over eerdere verbouwingen of aanpassingen. En gegevens over de staat van de ankers (ja, veel kades zijn verankerd) of de damwanden. 

Na die tweede fase kan er meer gezegd worden over de aard en de staat van de kades, en de risico’s. En kan de rangschikking worden verfijnd, met inachtneming van de kosten van het herstel en het belang van de kades. Kades met een hoog risicoprofiel kunnen dan in de derde fase aan een diepgaander onderzoek worden onderworpen.

Water is de grootste bedreiging

Spectaculair en revolutionair kan je Iv-Infra’s methode niet noemen, en Willems geeft dat toe. “Dat klopt, eigenlijk ligt het allemaal wel voor de hand”, zegt hij. “Maar het is tot nu toe zelden of nooit gebeurd.” Nuttig is de methode wel, zegt hij. In het verleden werden enigszins verdachte kades diepgaand onderzocht. Een dure kwestie, want dan moet er geboord worden, moeten kades worden afgesloten, moeten er soms boten worden aangesleept en moet er soms gedoken worden - de werking van water is de grootste bedreiging voor kades. Zulke diepgaande onderzoeken bleken achteraf wel eens overbodig te zijn.

Voordeel is verder dat opdrachtgevers weten welke kades waarschijnlijk kwetsbaar zijn. En dat er, zo bleek in Gent en Terneuzen, op basis van de bevindingen van Iv-Infra een onderhoudsplan voor de lange termijn is op te stellen. Dat de ene kade het best rond 2025 kan worden gerenoveerd, maar een andere vijf of tien jaar later.

De bevindingen van Iv-Infra in Gent en Terneuzen kwamen aardig overeen met wat de beheerders van de terreinen al dachten. Maar, beklemtoont Willems, daarmee was het onderzoek niet overbodig. Het buikgevoel van de beheerders is nu gesteund door feitelijke informatie.

Ook risicovolle bruggen

En dan is er nog iets, zegt Visser. Want wat bij de kades speelt, speelt ook bij veel kleine en grote bruggen in Nederland. Van veel kleine bruggen is niet bekend of ze (nog) bestand zijn tegen het verkeer van nu, en Iv-Infra heeft een methode om hun draagkracht te meten. Het bureau doet, onder meer voor Rijkswaterstaat, onderzoek naar de grote bruggen. Die zijn vaak vijftig of veertig jaar geleden gebouwd en kunnen slijtage- en ouderdomsverschijnselen vertonen. Ook voor die bruggen geldt dat er uiteindelijk een rangschikking moet komen: welke moeten het eerst opgeknapt worden en welke later.

Lees ook: 

Van uitstel naar afbrokkelen: waar ging het mis met de Amsterdamse kades?

Nederland kijkt toe hoe historische kades en bruggen in de hoofdstad verkruimelen. Toch is dit geen uniek Amsterdams probleem. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden