Auto-industrie

Japanse automerken geloven niet meer heilig in Europa

Een truck met splinternieuwe Honda's verlaat de fabriek in Swindon, Zuidwest Engeland. Het Japanse merk maakte donderdag bekend dat het de fabriek definitief sluit. Dat kost 3500 banen.Beeld AFP

Ze brachten Europa kwaliteit voor weinig geld. Maar voor steeds meer Japanse automerken is het geld op andere continenten te verdienen.

In de top-10 van bestverkochte auto’s in Europa over de maand juli staat opnieuw niet één Japans model. En het lijkt er op dat de Japanners, op Toyota na, de hoop hebben opgegeven dat die top-10 nog haalbaar is. Europa is niet langer een speerpunt voor merken als Honda, Nissan en Mitsubishi. Niet als productielocatie en niet als voornaamste afzetgebied voor hun modellen. Mitsubishi trekt zich op korte termijn terug uit Europa. Daihatsu deed dat al enkele jaren geleden.

Aan de productie van Honda in Europa komt een einde - de fabriek in het Britse Swindon gaat dicht, bevestigde Honda deze week. Nissan kondigde eind mei aan zijn fabriek in Barcelona te sluiten en morrelt ook aan het voortbestaan van zijn productiecomplex in Sunderland. Behalve de productie wordt ook de strategie van Nissan, Mitsubishi en Honda verlegd naar andere continenten, waar ze veel groter zijn.

Minder prestige

“We hebben in Europa een relatief rijke, verzadigde markt en meer en meer mensen kunnen het zich permitteren een luxere auto te kopen”, stelt Paul Nieuwenhuis, voormalig directeur van het Centre for Automotive Industry Research in Cardiff. “Dan heeft men liever een auto met wat prestige, zoals een BMW, Mercedes, Volvo of Audi. De luxe merken van de Japanners, zoals Lexus en Infiniti, doen het hier niet zo goed. Heel anders dan in de Verenigde Staten.” 

Een andere reden voor hun vlucht uit Europa, is dat de Japanners niet kunnen opboksen tegen Kia en Hyundai uit Zuid-Korea. Nieuwenhuis: “Veel traditionele kopers van Japanse auto’s vinden dat de Koreanen dit soort auto’s even goed en vaak goedkoper maken.”

De Japanse merken verliezen al geruime tijd terrein.  Aan de Nederlandse cijfers is dat goed te zien. Het marktaandeel van andere Japanse merken dan Toyota is volgens dataleverancier VWE teruggelopen van 10 procent in 2016 naar 8,7 procent nu. Honda verkocht vorig jaar 1460 auto’s in Nederland. In 2009 waren dat er nog 10.325. Mazda groeit de laatste jaren weer, naar ruim 11.000 nieuw verkochte auto’s in 2019, maar dat is andere koek dan de bijna 29.000 verkochte auto’s in topjaar 1991. Nissan: 31.551 in 1991,  13.683 in 2019. Subaru verkocht in het hele, coronavrije vorige jaar 559 auto’s. Dat waren er ooit bijna tien keer zoveel. 

Alleen Toyota doet het onverminderd goed met een marktaandeel dat van 4,8 procent in 2016 groeide naar 6,1 procent tot dusverre in dit jaar. Toyota verkocht vorig jaar méér auto’s dan in 1991.

Te klein voor dealernetwerk

Henk Hofstede, sectorbankier retail bij ABN AMRO, voorspelde al dat een aantal merken zal verdwijnen uit Nederland en Europa. “Lancia is daar een voorbeeld van gebleken. Dat komt omdat de aantallen verkochte auto’s van veel merken te klein zijn geworden om nog een dealernetwerk in de lucht te houden. De concurrentie is moordend, strengere milieuwetgeving vraagt om betaalbare elektrische en hybride modellen en de marges per verkochte nieuwe auto zijn zo klein geworden dat de industrie zich heroriënteert en andere keuzes maakt.”

Nissan en Mitsubishi hebben daarbij  het ‘nadeel’ dat ze in dezelfde concern-alliantie zitten als Renault. De Fransen zijn met succesmodellen als de Clio en de Captur in Europa veel groter en dus gaan alle ballen op Renault. Laten Nissan en Mitsubishi zich maar focussen op de VS, China en Japan, zo is de gedachte. Renault op zijn beurt doet het weer beter in Zuid-Amerika.

“Autofabrikanten richten zich meer op regionale markten, waar ze al sterk zijn”, zegt Wim Oude Weernink, kenner van de auto-industrie. Als nestor van de autojournalistiek zag hij de Japanners begin jaren zeventig naar Europa komen. Toyota was het eerste merk, gevolgd door Nissan, Mazda en Honda. Honda was wel het eerste Japanse merk dat in Europa ging produceren, eerst met het Britse Triumph, toen met Rover. “Mitsubishi kwam via Nederland binnen. Die auto’s werden aanvankelijk in een alliantie met Volvo gebouwd in Born. Ook de andere Japanse merken probeerden vaak via samenwerkingen met gevestigde automakers voet aan de grond te krijgen in Europa. Mazda deed dat met Ford.” 

En het lukte. Europeanen ruilden hun Opel of Fiat massaal in voor een Japanner. Dan had je een goede auto voor weinig geld. Oude Weernink: “Ze hebben kwaliteit naar Europa gebracht. Een ‘Jap’ was populair en de radio zat er standaard in.”

Maar op Toyota na - op ieder continent groot - hebben de andere Japanse merken nooit een écht groot marktaandeel veroverd in Europa. Oude Weernink gelooft niet dat de Japanners Europa helemaal hebben opgegeven. “Toyota, Nissan, Mazda en Honda blijven. Maar ze zijn hier nooit zo sterk geworden als in andere delen van de wereld.” Henk Hofstede van ABN Amro denkt dat het uiterlijk van Japanse auto’s daar een belangrijke oorzaak van is: “Modellen zijn vaak net niet ‘Europees’ genoeg. De westerse smaak is anders dan de Aziatische.”

Lees ook:

Je bent wat je rijdt. Maar is dat nog steeds zo?

In de nabije toekomst vinden mensen het niet meer zo belangrijk in welk merk auto ze rijden, zegt een studie van IBM. Klopt dat?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden