AnalyseSchuldenberg

Is massaal kwijtschelden de remedie tegen een nieuwe schuldencrisis?

Beeld Idris van Heffen

Een groeiende groep economen vindt de berg aan schulden bij huishoudens en bedrijven nu echt bedreigend. En dan kun je volgens hen maar beter een Bijbels wapen uit de kast halen: kwijtschelden.

Kwijtschelden dan maar? Over de ­oplossing verschillen economen van mening, maar niet over het probleem: de grote berg schulden die huishoudens en bedrijven nu al jaren met zich meetorsen, is ronduit gevaarlijk tijdens een crisis als de huidige. 

Je hoort weleens zorgen over de staatsschuld, zeggen de rekenmeesters. Maar kijk eens naar die private schuld: de consumentenkredieten, hypotheken en bedrijfsleningen. Die is alleen maar verder gestegen sinds de vorige crisis – uit 2008, ook iets met krediet – en vooral ook in Nederland. Opgeteld staan huishoudens en bedrijven hier nu ruim vier keer zo diep in het rood als de overheid. Ondanks alle tientallen miljarden die de overheid dit jaar moest lenen om de noodsteun aan bedrijven te kunnen betalen. 

Een groeiende groep economen vraagt zich af of je de boel niet beter kunt kwijtschelden. Gewoon opnieuw beginnen. Waarom? Omdat het hele financiële systeem anders op vergelijkbare wijze kan instorten als in de nasleep van de vorige crisis. 

Niet eens per se omdat er weer allerlei ondoorzichtige, raar verpakte financiële producten worden verhandeld, zoals toen met hypotheken het geval was. Maar in de eerste plaats om wat er gebeurde nádat de woningmarkt klapte en de banken aan het wankelen waren gebracht. Die wilden toen het schamele kapitaal dat ze nog over hadden namelijk niet meer uitlenen. Daardoor trokken ze ook gezonde bedrijven mee de afgrond in.

Fragiele situatie

Dat dreigt nu weer te gebeuren, zegt de Groningse hoogleraar economie Dirk Bezemer. De Nederlandse private schuldenberg (alle schulden bij elkaar, maar dan zonder de staatsschuld) bedroeg hier vorig jaar zo’n 2,3 biljoen euro, becijferde de Rabobank vorige zomer. Stukken meer dan in 2007, en in verhouding tot de grootte van de economie véél meer dan het Europees gemiddelde. 

“Het is een fragiele situatie”, zegt Bezemer. “Nu gaat het nog goed, we zitten nog niet in een nieuwe schuldencrisis. Maar dat kan makkelijk en onverwachts omslaan. Hoe hoger de schuld, hoe meer inkomen ­bedrijven en huishoudens moeten reserveren voor hun rente-aflossingen. Stel dat een heleboel bedrijven dat nog nét lukt, en dan, door corona, nét niet meer.”

Banken die ineens veel minder inkomsten krijgen en opnieuw huiverig worden om krediet uit te geven, gezonde bedrijven die daardoor ten onder gaan – het zou een desastreuze herhaling van zetten worden.

Vandaar dat ze dit probleem hoog opnemen in Brussel. Eurocommissaris Valdis Dombrovskis (verantwoordelijk voor economie) waarschuwde vorige week nog voor een ‘waarschijnlijke stijging’ van leningen die bedrijven niet kunnen terugbetalen. In december presenteert de Europese Commissie een plan om te zorgen dat banken daar niet in verzuipen. Het is nog niet zeker hoe dat eruit komt te zien, maar het zal waarschijnlijk neerkomen op wat wetswijzigingen rondom de handel in schuldpapier.

Er zijn ook economen die verder willen gaan: kwijtschelden die private schuld. Dat klinkt lekker, maar ook best onmogelijk, en in ieder geval ongemakkelijk. Ergens moet dat toch problemen opleveren, zou je denken.

Toch maken vooraanstaande academici zich daar hard voor. Hoogleraar Bezemer ­bepleit kwijtschelding bijvoorbeeld in zijn onlangs verschenen boek ‘Een land van kleine buffers’. Maar ook in een artikel dat hij afgelopen zomer publiceerde met collega-hoogleraren Arjo Klamer en Irene van Staveren. “Mensen hebben recht op een schone lei”, schrijven ze onder het kopje ‘conclusies en aanbevelingen’. 

En dan een greep uit de buitenlandse experts. In Londen resideert econoom Steve Keen, bekend om zijn aanklacht tegen het neoliberalisme en zijn oplossing voor de schuldproblemen: het bijdrukken van gratis geld door centrale banken, die het aan burgers geven om hun leningen mee af te betalen. De Amerikaanse Michael Hudson, hoogleraar aan de Universiteit van Missouri, figureerde onlangs in het vakblad van de Federal Reserve Bank of Richmond, de op drie na grootste centrale bank van Amerika, met zijn rigoureuze ideeën over kwijtschelding.

Grofweg maken al deze mensen hetzelfde punt: de private schuld stijgt in de westerse wereld harder dan het inkomen van de consumenten en de bedrijven die die schuldberg ooit moeten gaan aflossen. Dus gaat dat aflossen nooit lukken. Ontken dat gerust, schuif de consequenties voor je uit, maar daarmee los je volgens hen niets op. Het lijkt een zwaar gechargeerde samenvatting van het verhaal, maar dat valt mee.

Nieuw is het kwijtschelden allerminst, stelt bijvoorbeeld Hudson in zijn boek ‘...and forgive them their debts’. Koning Hammurabi, die tot 1750 voor Christus over Babylonië regeerde, zag in een natuurramp of hongersnood aanleiding om schulden van burgers kwijt te schelden. Net als nu met corona legden natuurrampen toen ook al hele economieën plat. 

En, zo zegt Hudson in het vakblad van de centrale bank, dat deed Hammurabi niet omdat hij nou zo vergevingsgezind was. “Hij realiseerde zich gewoon dat je niet de hele economie in een recessie moet duwen door mensen te dwingen om te blijven afbetalen, alleen maar zodat crediteuren betaald zouden krijgen.”

Ongemak

Met die crediteuren, zoals banken en vastgoedeigenaren, heeft de hoogleraar weinig medelijden. Die hebben de afgelopen tien jaar zo goed geboerd dat ze volgens hem wel een afschrijving op nog te incasseren schulden kunnen lijden. “De rest van de economie kan dat misschien niet.”

Dit is natuurlijk precies het ongemakkelijke aan de discussie: kwijtschelden gaat altijd ten koste van een bepaalde groep die op de inkomsten van aflossing en rente rekent. “In dit hele debat mis ik steeds één component: wie betaalt de rekening?”, zei Elke König vorige week nog. Ze is voorzitter van de Single Resolution Board in Brussel, verantwoordelijk voor hervormingen binnen Europese banken. Soms krijgt ze het idee dat mensen dromen over een ‘magisch systeem’, waarin verliezen niet genomen hoeven te worden maar simpelweg zouden verdampen - “iets dat niet gaat gebeuren”.

Bezemer weet ook wel dat het kwijtschelden van schulden altijd pijnlijk is voor investeerders en crediteuren. En dat banken door corona straks in problemen kunnen komen door wanbetalers. Maar de pijn hoeft niet per se door de oorspronkelijke uitleners genomen te worden, zegt Bezemer. Laat de overheid die last op zich nemen.

Dat kan als volgt. “Eerst moet je onderkennen dat banken heel veel leningen in de boeken hebben staan die nooit afbetaald gaan worden”, zegt Bezemer. “Als de overheid dan een schuldenfonds opricht dat die leningen overkoopt van de banken, zijn die in elk geval van hun slechte leningen af.” De overheid is dan de nieuwe eigenaar van de schulden, en kan besluiten om de geplaagde bedrijven een adempauze te geven of zelfs een deel kwijt te schelden. 

In zijn boek uit augustus wijdt hij hier al een gedachte-experiment aan, en ondertussen fantaseren ze bij de Europese Centrale Bank (ECB) in Frankfurt ook openlijk over zo’n schuldenfonds. Bezemers idee lijkt namelijk heel erg op een zogeheten ‘bad bank’, waar de hoogste toezichthouder binnen de ECB, Andrea Enria, nu voor pleit. 

Zo’n ‘bank voor slechte leningen’ zou dan al het bedrijfskrediet van commerciële banken overnemen dat waarschijnlijk niet terugbetaald gaan worden. Want let wel, waarschuwt Enria: in een ‘extreem maar plausibel’ scenario kan dat onincasseerbare krediet door corona oplopen tot liefst 1400 miljard euro. Dankzij de ‘bad bank’, wier balans dan tjokvol staat met die krediettroep, zouden commerciële banken van dat juk verlost zijn.

Dat kan best werken, zo bewijzen zowel Ierland als Spanje, die tijdens de vorige schuldencrisis zo’n instelling in het leven riepen. Van kwijtschelding is hier, anders dan in Bezemers plan, niet direct sprake. De bad bank wacht gewoon eerst rustig af tot de crisis wat is gaan liggen – zeg een paar jaar. Tegen die tijd blijken veel van de leningen soms toch nog onverwacht veel op te brengen, bijvoorbeeld omdat de bedrijven achteraf alsnog in staat blijken om terug te betalen. Dat is mooi, want dan maakt de bad bank nog winst ook. Ze had die slechte ­leningen in de eerste plaats namelijk voor een schijntje gekocht van de commerciële banken, die er maar wat graag vanaf wilden. De winst kan vervolgens naar de belastingbetaler.

Beeld Idris van Heffen

Overheidsfinanciën

De plannen van Enria zijn nog hoogst ­onzeker. Volgens Bezemer gaat de klus waarschijnlijk naar een commerciële partij, één die ‘tot het naadje’ gaat om alle schulden in eerste instantie wel gewoon te incasseren. In het overheidsinstituut uit zijn boek zou dat niet het geval zijn. Dat kan besluiten dat het in het publieke belang is om kwijt te schelden, waarna de pijn door de overheid zelf genomen wordt. De oorspronkelijke crediteuren – de banken bijvoorbeeld – hebben hier voordeel van.

“Het kost allemaal heel veel geld, de staatsschuld gaat erdoor omhoog. Maar het zou nog veel meer geld kosten als het financiële systeem omvalt, of als bedrijven massaal failliet gaan. Dat is de afweging.” 

Op zich zou een hogere staatsschuld voor Nederland niet direct een probleem zijn, zo zeggen wel meer economen. Sectoreconoom Marcel Klok van ING tekende dat op uit een rondgang langs hoogleraren in een rapport voor de bank. “Er is haast geen econoom te vinden die zich zorgen maakt over de overheidsfinanciën. Door de lage rente zijn de kosten voor de overheid om te lenen immers laag.”

Klok snapt de voordelen van het opkopen van schulden door de regering voor de schuldenaars. Maar het lijkt hem wel de vraag of je de schulden van huishoudens één op één kunt vergelijken met die van ­bedrijven, qua risico’s. “In Nederland ­bestaan de schulden voor verreweg het grootste deel uit hypotheken. En bij een hypotheek, anders dan bij creditcardschulden of consumptief krediet, staat er fysiek ­onderpand tegenover: een huis.” In die zin vindt hij een hypotheekschuld iets minder zorgelijk dan andersoortige leningen bij huishoudens.

Althans, zolang de huizenprijzen niet te veel dalen. Dan komen huizen namelijk ­‘onder water te staan’: de waarde van de ­woning is dan lager dan de schuld, die immers niet meedaalt. Klok kan moeilijk met zekerheid voorspellen of dat binnenkort gaat gebeuren, voorlopig staan de huizenprijzen nog aardig onder druk. “Bij ING Economisch bureau denken we dat de prijzenstijging wel gaat afzwakken.”

Resetknop

Bezemer noemt het ‘een heel reëel scenario’ dat de prijzen een keer gaan omslaan. En dan worden mensen heel zenuwachtig, zegt hij. “Dat ze zelfs na het verkopen van hun huis nog altijd een ton schuld over hebben. Dan gaan ze bezuinigen, minder consumeren, en dan heb je zo weer een lange recessie.” Ook Klok merkt op dat ­Nederlanders tijdens de vorige crisis veel minder uitgaven om hun hypotheek maar te blijven betalen, wat inhakte op de rest van de economie.

Mocht het politiek niet haalbaar blijken om net als de oude Babyloniërs te gaan kwijtschelden, dan zou het in ieder geval mooi zijn als de overheid massaal lenen wat zou ontmoedigen, besluit Bezemer. ­“Momenteel levert lenen gewoon belastingvoordeel op. Bedrijven mogen rentebetalingen immers aftrekken van hun belastbare inkomen.” Ook lenen om te investeren in vastgoed of aandelen is daardoor te aantrekkelijk, waardoor die markten groeien als zeepbellen die ook weer kunnen knappen. “Laten we de resetknop indrukken, en er dan voor zorgen dat we niet opnieuw in de schuldproblemen belanden.”

Lees ook:

Pre-corona was de schuldenberg al enorm. Wat is de impact van de schuldsom op de wereldeconomie?

Om de coronacrisis het hoofd te bieden, sluiten bedrijven en overheden en masse leningen af. Is dat wel zo verstandig, aangezien de schuldsom al historisch hoog was?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden