Ingrid Thijssen, voorzitter van werkgeversorganisatie VNO-NCW: ‘De drama’s op de ic’s afwegen tegen de pijn van ondernemers: dat heb ik heel ingewikkeld gevonden’.

InterviewIngrid Thijssen

Ingrid Thijssen, voorzitter van VNO-NCW: ‘Ik wil alle meiden tonen dat ook zij in de bedrijfstop thuishoren’

Ingrid Thijssen, voorzitter van werkgeversorganisatie VNO-NCW: ‘De drama’s op de ic’s afwegen tegen de pijn van ondernemers: dat heb ik heel ingewikkeld gevonden’.Beeld Inge van Mill

In tijden van corona voorzitter worden van dé ondernemersorganisatie van Nederland: een pittige taak. Ingrid Thijssen ging de uitdaging aan, als eerste vrouw in deze topfunctie.

In het kantoorpand van VNO-NCW in de Haagse Malietoren steekt de knalgroene broek van voorzitter Ingrid Thijssen flink af tegen de grijze wanden en bruine tapijten. En tegen de mannen bij de receptie, in hun donkere pakken. In haar werkkamer op de zesde verdieping klinken de geluiden van hamers en boren: een verdieping hoger wordt gewerkt aan een nieuwe kantoortuin. Maar Thijssen, nu ruim een half jaar voorzitter van de grootste ondernemersorganisatie van Nederland, laat zich er niet door afleiden. Daar is ze te druk voor.

Bovendien beseft ze maar al te goed hoe bijzonder het is dat zij hier zit, de eerste vrouw in deze functie. Of we daar in dit interview een punt van moeten maken? “Ik zou willen dat het niet nodig was”, zegt ze.

Ze is even stil en moet dan denken aan een liedje van Claudia de Breij, geschreven voor de Oranje Leeuwinnen tijdens het WK voetbal in 2019. “Nou, ik krijg er kippenvel van”, zegt ze, alsof ze schrikt van haar eigen reactie. “Dat lied luisterden de voetbalsters in hun kleedkamer voor iedere wedstrijd. Er zit een zin in over een meisje dat aan haar vader vraagt of zij ook ooit in Oranje zou kunnen spelen, of er ook een Nederlands elftal voor meisjes is.”

De tranen springen in haar ogen. “Het raakt me”, zegt Thijssen. “Het raakt me omdat Claudia de Breij met dat nummer wilde zeggen dat meisjes ook topvoetballers kunnen worden. Diezelfde motivatie had ik toen ik ‘ja’ zei tegen deze baan. Ik wil aan alle meiden in Nederland laten zien dat ook zij in de top van het bedrijfsleven thuishoren.”

U ziet zichzelf dus als een rolmodel?

“Ik doe gewoon mijn werk, maar ik realiseer me wel dat ik een rolmodel ben. Het heeft nu eenmaal betekenis als vrouwen zulke zichtbare posities innemen: het inspireert jonge meiden en laat zien dat zoiets normaal is. Vrouwen hebben ook wel de neiging om ‘nee’ te zeggen als ze ergens voor gevraagd worden, een promotie bijvoorbeeld. Dat herken ik ook bij mezelf. Toen ik voor deze baan werd gevraagd dacht ik: als je er dan voor in aanmerking komt, ja schat, dan moet je het doen ook.”

En zo geschiedde, u bent nu acht maanden bezig, hoe gaat het?

“Goed, ik heb het naar mijn zin. Ik ben een soort verbindingsschakel tussen de Nederlandse bedrijven en de Nederlandse politiek en dat probeer ik zo goed mogelijk te doen, door de werkelijkheid van ondernemers voor het voetlicht te brengen bij het kabinet en andersom toch ook wel de politieke realiteit uit te leggen aan de ondernemers. Dat is soms frustrerend, maar meestal dankbaar werk. Want je kunt echt dingen voor elkaar krijgen. Waar ik heel blij mee ben bijvoorbeeld, is dat we tijdens de onderhandelingen over het steunpakket medio februari, het kabinet uiteindelijk zover hebben gekregen dat de NOW (salarissteun) net als de tegemoetkoming voor vaste lasten voor noodlijdende ondernemers (TVL) naar 85 procent, en later naar 100 procent ging. Dat is heel dankbaar, als je dat voor elkaar kunt krijgen.”

U bent tot voorzitter benoemd op de dag dat voormalig minister Bruno Bruins een briefje kreeg dat de eerste coronapatiënt in Nederland was ­gesignaleerd. Wat dacht u toen?

“Ik dacht niet meteen, dit is heftig. Want niemand had toen al door dat we in een crisis zouden belanden. Maar in de dagen daarna daalde dat wel in. En toen dacht ik wel: shit, wat gaat dit betekenen voor deze baan? Want ik had ja gezegd onder een gunstig economisch gesternte. Ik wilde met een aantal grote transities voor het bedrijfsleven aan de slag, zoals verduurzaming. En ineens zag de wereld er zo anders uit. Maar ik heb me er ook vrij snel overheen gezet. Het is zoals het is.” Lachend: “Ik kon ook moeilijk zeggen, ik kom toch maar niet.”

In uw achterban zitten ondernemers die pleiten voor verdere versoepelingen van de coronamaatregelen en anderen die daar liever even mee wachten, hoe gaat u daarmee om?

“Wij vertegenwoordigen, samen met MKB-Nederland, het overgrote deel van het Nederlandse bedrijfsleven. Dan heb je altijd te maken met belangentegenstellingen in de achterban. Maar op het onderwerp corona vind ik dat eigenlijk wel meevallen. Het meest ingewikkeld vond ik zelf de heropening na de lockdown. Iedere sector wil als eerste weer open en als voorzitter kun je niet voor één sector gaan pleiten. Het moet zo eerlijk mogelijk, dus niet de ene sector helemaal opengooien terwijl de andere nog helemaal dicht zit, maar iedere sector een beetje verder openen. Gelukkig zien we dat het kabinet die koers ook probeert te volgen.”

Hoe vaak belt u met ondernemers over de coronamaatregelen en wat hun wensen zijn?

“Ze hangen vaak aan de lijn. Je kunt je voorstellen: vlak voor er weer kabinetsbesluiten genomen moeten worden, krijg ik heel veel telefoontjes. Inmiddels heb ik er een ritme in ontdekt. Als er op dinsdag een persconferentie is, dan is het vanaf vrijdag en het hele weekend door heel druk. Want dan begint er informatie te lekken, dan schrikken de brancheverenigingen en die bellen op.”

Wie hangt het vaakst aan de lijn?

“Ik geloof niet dat het netjes is om dat te zeggen. Maar je kunt je voorstellen dat het ondernemers in de meest getroffen sectoren zijn.”

‘Het bedrijfsleven heeft aan zelfreflectie gedaan. Er is nu veel steun voor maatschappelijk verantwoord ondernemen.’ Beeld Inge van Mill
‘Het bedrijfsleven heeft aan zelfreflectie gedaan. Er is nu veel steun voor maatschappelijk verantwoord ondernemen.’Beeld Inge van Mill

Wat is het ingewikkeldste dat u tot nu toe heeft moeten doen als voor­zitter?

“Afwegen hoe hard je kunt pleiten voor het openen van sectoren als je ook geconfronteerd wordt met de situatie in de zorg. Dat is constant wikken en wegen. Als er een code zwart op ic’s dreigt, kun je moeilijk zeggen: gooi de hele boel maar weer open. Terwijl je ook weet dat je achterban in nood is. Want voor heel veel ondernemers is het een sociaal drama, deze crisis. De overheidssteun die bedrijven krijgen is niet kostendekkend, waardoor ondernemers maand op maand eigen geld moeten bijleggen uit hun pensioenpotje of de studiespaarpot voor de kinderen. De drama’s op de ic’s afwegen tegen die pijn, dat heb ik heel ingewikkeld gevonden. Je mag best weten, daar heb ik op een gegeven moment zelfs met een dominee over van gedachten gewisseld.”

Dat is nogal een vraagstuk om voor te leggen aan een dominee.

“Hij heeft zijn mening niet gegeven, daar vroeg ik ook niet om. We hebben gewoon gedaan wat je bij een dilemma hoort te doen: samen de verschillende invalshoeken langsgaan. Proberen er op elke mogelijke manier naar te kijken.”

U bent ingewerkt door Hans de Boer. Voor u goed en wel in uw nieuwe rol zat overleed hij plotseling. Wat heeft hij u meegegeven?

“In de korte tijd dat ik met hem opliep heeft hij meerdere keren gezegd: ‘Ingrid, er is een werkelijke werkelijkheid en er is een politieke werkelijkheid’. Zo ga ik vaak langs bij ondernemers die niet weten hoe en of ze de volgende maand wel halen en dan hoor je de mensen in Den Haag praten over royale steunpakketten, terwijl die in concept­versies zo karig waren dat ik echt dacht: hoe kunnen jullie denken dat dit genoeg is? Het zijn twee werelden die elkaars taal niet altijd begrijpen. Daar moet je een weg in vinden en dat kan frustrerend zijn, wist Hans. Er zijn nog heel vaak momenten dat ik denk: nu had ik hem wel even willen bellen. Ook omdat dit een unieke baan is en met name je voorganger je daar af en toe in kan adviseren. Hij overleed een paar dagen voordat het me gelukt was om dat steunpakket zo ontzettend te verbeteren. Als hij er nog was, zou ik hem zeker gebeld hebben. En ik weet gewoon dat hij supertrots geweest zou zijn.”

VNO presenteerde onlangs de nieuwe koers. Ondernemers moeten meer maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen, werk maken van vergroening. Vonden ondernemers dat niet te links?

“De reacties waren overweldigend positief, met links en rechts een kritische noot natuurlijk. Het draagvlak onder de achterban is groot, omdat de koers voortkomt uit een project waarvoor duizenden leden van VNO-NCW en MKB-Nederland in 2019 zijn bevraagd. Ondernemers constateerden toen dat er niet zo positief naar het bedrijfsleven werd gekeken. Dat project was een proces van zelfreflectie, om te kijken wat er aan de hand was en wat we anders zouden kunnen doen. Daar kwamen eenduidige conclusies uit, dat een aantal dingen niet goed is gegaan in Nederland. De verduurzaming gaat niet snel genoeg, de kansenongelijkheid is toegenomen en de welvaart ook, maar dat is niet bij iedereen terechtgekomen. De nieuwe koers bouwt op die conclusies voort.”

Is die boodschap van vergroening nu niet lastig te verkopen aan ondernemers die hard zijn getroffen door de crisis, zoals cafébazen? Zij zijn bezig met overleven, misschien minder met moeder natuur.

“We hebben echt lang nagedacht over of we hiermee naar buiten moesten komen terwijl we in een grote crisis zitten. We hebben besloten dat toch te doen, omdat ondernemers ook perspectief willen en ons vragen om richting. Dat doet niks af aan het feit dat we ook keihard bezig zijn met de steunpakketten voor ondernemers en een post-corona-herstelplan voor Nederland. Natuurlijk zijn veel ondernemers nu primair bezig met overleven. Maar dat hoeft niet te botsen met een visie voor de lange termijn.”

Kunt u één concreet voorbeeld noemen van een bedrijf dat nu al heel goed bezig is?

“Een mooi voorbeeld is Leaddax, in de buurt van Zwolle. Zij maken van oudsher dakbedekking van lood. Naast hun oude fabriek hebben ze een nieuwe fabriek gezet en in die nieuwe fabriek produceren ze lood dat gemaakt wordt van recyclaat en dat al zo ontworpen is dat het, als het over veertig jaar van een dak af moet, uit elkaar gehaald kan worden en teruggebracht tot oorspronkelijke grondstoffen. En dus ook echt ­opnieuw gebruikt kan worden.”

Een punt van kritiek op jullie groene koers is dat jullie wel voor het openen van vliegveld Lelystad zijn. Leg dat eens uit.

“Ja, dat is me een beetje tegengevallen. Met name milieuorganisaties zeggen op grond van dit ene standpunt dat onze hele koers niet meer geloofwaardig is. Maar een vliegveld zorgt voor werkgelegenheid en heeft ook een functie binnen de wereldeconomie. Je kunt vliegen moeilijk gaan verbieden. Het gaat erom dat vliegen groen moet worden. We zouden ons moeten richten op het mogelijk maken van elektrisch, op waterstof of biobrandstof vliegen. Groen vliegen kan nu nog niet, dat geef ik toe. Maar Lelystad verbieden vind ik lastig. Het ligt er ook al hè, de investeringen zijn al gedaan.”

En de groene transitie biedt kansen. Installateurs van warmtepompen hebben nog jaren werk, al zal het in andere sectoren ongetrwijfeld gaan knellen. Waar zitten die knelpunten?

“Bedrijven moeten nu beginnen met de omslag naar duurzame businessmodellen. Zodat ze in die nieuwe duurzame wereld overleven. Wie zich niet aanpast overleeft niet, zo eenvoudig is het ook.”

Klare taal. Wat hoopt u verder voor de toekomst, en voor uw toekomstige kleinkinderen die u in vorige interviews vaak heeft aangehaald?

“Haha. Ja, mijn toekomstige kleinkinderen. Nou, tien jaar geleden stapte ik mijn huis uit en toen rook ik de smog. Mijn kinderen waren toen nog vrij klein en ik dacht: dit wil ik niet voor ze. Voor hen was het op dat moment eigenlijk al te laat, maar laat het dan in ieder geval niet te laat zijn voor mijn kleinkinderen. Ik wil hen graag een land achterlaten waar ze op een duurzame manier in hun welvaart en welzijn kunnen voorzien.”

En dus meer vrouwen in topposities?

“Zeker. Daarvan vind ik dat mijn kinderen het al moeten meemaken, voor mijn kleinkinderen moet dat echt normaal zijn.”

Ingrid Thijssen

Ingrid Thijssen werd in 1968 geboren en groeide op in het Zuid-Hollandse Bodegraven. Ze studeerde rechten aan de Universiteit Utrecht. Na haar afstuderen werkte ze als jurist bij de Nederlandse Spoorwegen om vervolgens door te groeien tot directeur vervoer bij NS Reizigers.

In 2014 maakte ze de overstap naar netbeheerder Alliander, om twee jaar later tot topvrouw van het jaar benoemd te worden. Weer anderhalf jaar later, in 2017, stond ze aan het roer van het netwerkbedrijf.

Vorig jaar, op Prinsjesdag, is ze begonnen als voorzitter van werkgeversorganisatie VNO-NCW.

Thijssen groeide op in een hervormd gezin. Ze is getrouwd, heeft twee kinderen en is lid van D66.

Lees ook:

Hoe de wens om snelheid de zorgvuldigheid hindert: ‘Wij zien dat de positie van de Tweede Kamer onder druk staat’

De Algemene Rekenkamer oordeelt zeer kritisch over het afhandelen van de toeslagenaffaire bij de Belastingdienst. “In plaats van te vergaderen over de missie, stakeholdermanagement en teambuildingsessies, is het beter om alle energie te richten op het oplossen van problemen voor ouders.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden