Belastingen

Ingewikkelde regels autobelastingen moeten anders, vindt de Rekenkamer

Beeld ANP

Het systeem van heffingen voor auto’s zit zo ingewikkeld in elkaar dat een aantal regels opnieuw wordt bekeken.

Autobelastingen die het Rijk heft, stroken lang niet altijd met de belangrijkste doelen die het Rijk met die belastingen nastreeft: ze leveren geen stabiele inkomsten op voor het Rijk en helpen ook niet mee om de luchtkwaliteit te verbeteren.

Dit stelt de Algemene Rekenkamer in een rapport over autobelastingen dat is verstuurd naar staatssecretaris Snel van financiën. De Rekenkamer adviseert Snel nog eens goed te kijken naar die belastingen en dan vooral naar de vele uitzonderingen die er op de hoofdregels zijn. Snel zal dat gaan doen. Een aantal regels ‘komt in aanmerking voor heroverweging’, schreef hij in een eerste reactie.

Het Rijk haalde in 2018 16,6 miljard euro binnen met belastingen op auto’s. De helft (8,3 miljard) kwam binnen via accijnzen op benzine, diesel en lpg. De motorrijtuigenbelasting (mrb) leverde 4,1 miljard op en de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (bpm), die wordt geheven als een auto wordt geregistreerd, 2,2 miljard euro. De fiscale bijtellingen voor mensen die privé gebruik maken van hun zakenauto was goed voor 1,8 miljard.

Op de basisregels van de belastingheffing op auto’s bestaan maar liefst 54 uitzonderingen. Die vormen samen ‘een bonte verzameling van vrijstellingen, teruggaven, bijzondere tarieven en kortingen’, zoals een voorganger van Snel ze ooit omschreef. De meeste uitzonderingen (31) zijn er bij de mrb. Zo krijgen kampeerauto’s, heel zuinige auto’s, kermis- en circuswagens en paardenvervoerders korting op hun mrb en hoeft die belasting niet te worden afgedragen voor ambulances en lijkwagens en voor motorvoertuigen van de politie, brandweer, wegenbouwers en reinigingsdiensten. Door al die kortingen en uitzonderingen loopt het Rijk zeker 2 miljard aan inkomsten mis.

De Rekenkamer constateert verder onder meer dat bestelauto’s van ondernemers zijn vrijgesteld van de bpm. Bij bestelauto’s en motoren wordt de hoogte van de bpm bepaald door de netto-catalogusprijs en niet, zoals bij personenauto’s, door hun uitstoot van CO2. Dat verschil oogt niet logisch. Onlogisch lijkt het ook dat het gewicht van motorrijwielen geen rol speelt bij de hoogte van de mrb. Bij personenauto’s is dat juist wel zo. Het gewicht van een auto zegt iets (maar lang niet alles) over het verbruik van die auto en de daaraan verbonden uitstoot.

De Rekenkamer vindt het verder opvallend dat het gebruik van ‘youngtimers’ (auto’s ouder dan vijftien jaar) als auto van de zaak fiscaal aantrekkelijker is dan het gebruik van modernere auto’s, terwijl die oude auto’s vuiler zijn dan modernere auto’s. Ook memoreert de Rekenkamer aan de relatief lage accijns op diesel, in vergelijking met die op benzine.

Lees ook:

De aankoop van die nieuwe auto stellen we nog even uit

Hogere belastingen en een afgenomen consumentenvertrouwen halen de verkoop van nieuwe auto’s omlaag. Toch komt het goed, verwacht expert Max Erich.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden