Schuldhulpverlening

Informele hulp bij schulden werkt, maar dan wel vooral als de schuld niet te hoog is

Een vrijwilliger van het project Schuldhulpmaatje aan het werk bij een cliënt. Dit soort informele schuldhulp is effectief, blijkt uit onderzoek. Maar er valt ook nog veel winst te behalen door meer samenwerking met professionele schuldhulpverlening. Beeld Werry Crone, Vleuten
Een vrijwilliger van het project Schuldhulpmaatje aan het werk bij een cliënt. Dit soort informele schuldhulp is effectief, blijkt uit onderzoek. Maar er valt ook nog veel winst te behalen door meer samenwerking met professionele schuldhulpverlening.Beeld Werry Crone, Vleuten

Het wemelt in Nederland van de projecten om schulden tegen te gaan. Die bewijzen hun nut, blijkt uit onderzoek: de situatie van driekwart van de deelnemers verbetert. Maar juist de huishoudens met de grootste schulden gaan er amper op vooruit.

Lukas van der Storm

Projecten die helpen om de administratie op orde te krijgen. Om beter te leren rekenen met geldbedragen. Of initiatieven die mensen met schulden helpen met sollicitatietrainingen. Aan goedbedoelde initiatieven geen gebrek, maar hebben dit soort vaak kleine en laagdrempelige projecten ook werkelijk zin?

Ja, concludeert de Hogeschool van Amsterdam na een uitgebreide inventarisatie in opdracht van Nationale-Nederlanden en Aegon. Daarbij namen onderzoekers Roeland van Geuns en Jodi Mak 85 mede door de verzekeraars gefinancierde projecten in zeven verschillende steden onder de loep. Van de in totaal ruim 18.000 deelnemers gaven er duizenden één of meerdere keren zijn bevindingen door.

Driekwart van die respondenten geeft aan baat te hebben gehad bij het traject: bij hen is de ‘financiële zelfredzaamheid’ vergroot. Dat betekent overigens lang niet altijd dat ze er daadwerkelijk financieel op vooruit gingen. De zelfredzaamheid kan bijvoorbeeld ook zijn toegenomen door een verbeterd zelfvertrouwen of meer inzicht in de financiële situatie.

Weinig vooruitgang bij grote schulden

Bemoedigend, zou je denken. Maar aan die cijfers kleeft ook een grote ‘maar’. Bij mensen met de grootste schulden was weinig vooruitgang te bespeuren. “Dat is op zichzelf niet onlogisch”, constateert Van Geuns. “Grote schulden vormen een complex probleem. De informele projecten die we hebben onderzocht, hebben die specifieke expertise vaak niet in huis.”

Die kennis en kunde is er wél bij de professionele schuldhulpverlening die bijvoorbeeld gemeenten aanbieden. “Maar we zien dat twee derde van de mensen met hoge schulden in ons onderzoek die professionele hulp niet krijgt”, schetst Mak. “Bijvoorbeeld omdat het vertrouwen in instanties laag is, en de stap naar de gemeente groot.”

Tussen de professionele schuldhulpverlening en de informele, lokale initiatieven is vaak maar weinig contact. Ook dat heeft met vertrouwen te maken, denkt Van Geuns. “Ook bij lokale hulpverleners bestaat de vrees dat ze mensen verder in de problemen brengen. Er valt nog veel winst te boeken als die samenwerking verbetert. Want de meerwaarde van informele schuldhulpverlening kan hem júíst ook zitten in de signalering. Daar komen mensen binnen die het professionele veld nog niet weet te bereiken.”

Meer samenwerken

Daarbij zou het ook helpen als projecten meer van elkaar leren. Een groot deel van de projecten richt zich op basale financiële kennis en administratie, concluderen de onderzoekers. Een aantal andere initiatieven helpen juist bij het genereren van extra inkomsten: bijvoorbeeld via hulp bij sollicitatie, en andere manieren om de kansen op werk te vergroten.

Eigenlijk sluiten die twee verschillende soorten projecten naadloos op elkaar aan: wie overzicht over zijn situatie heeft, komt eerder toe aan een zoektocht naar werk. En uiteindelijk is een hoger inkomen de beste remedie om mensen uit de schulden te helpen. “Toch is er maar weinig uitwisseling”, constateert Mak. “Het zou goed zijn als projecten ook meer met elkaar gaan samenwerken en mensen naar elkaar doorverwijzen.”

Beleid voor specifieke doelgroep werkt

Uit het onderzoek blijkt verder dat juist projecten die zich richten op een heel specifieke doelgroep betere resultaten lijken te boeken. Opvallend, want in de jaren negentig is juist afscheid genomen van doelgroepenbeleid in het sociaal domein. Terwijl het juist erg kan helpen als een project zich bijvoorbeeld specifiek op laagopgeleide vrouwen met een migratieachtergrond richt. Hun vragen zijn vaak anders dan die van een Nederlandse deelnemer met een mbo- of hbo-opleiding.

“We zien in de resultaten dat juist de groep vrouwen met een migratieachtergrond en een laag opleidingsniveau de meeste groei doormaakt”, aldus Van Geuns. “Hun instapniveau is vaak lager, waardoor zij veel baat hebben bij meer basale vaardigheden. Maar ze hebben soms ook specifieke vragen door culturele verschillen.”

Bij de groepen met een hoger instapniveau is de groei doorgaans minder, vermoedelijk omdat zij veel dingen te horen krijgen die ze eigenlijk al weten. “Ook zij kunnen meer resultaat bereiken in een groep die op hun vragen is afgestemd.”

Lees ook:

Een fonds kocht de schuld van Naomi (27) op. Ze kwam uit de problemen en de samenleving is goedkoper uit

Het Jongeren Perspectief Fonds nam in 2017 en 2018 de schulden van 93 Haagse jongeren over. Zij gingen met hulp van de gemeente een intensief traject in, maar zonder kopzorgen over deurwaarders en schuldeisers. Een paar jaar later staan niet alleen de jongeren er beter voor.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden