AnalyseBeleggen

In een blinde zucht naar rendement stoppen kleine beleggers hun geld massaal in lege hulzen

Kauwgombellenblazende beurshandelaren op Wall Street. Beeld Hollandse Hoogte / EPA
Kauwgombellenblazende beurshandelaren op Wall Street.Beeld Hollandse Hoogte / EPA

Ze zijn immens populair op de aandelenbeurs, vooral in de Verenigde Staten: lege hulzen vol met geld, op zoek naar echte bedrijven om over te nemen. Maar gaandeweg komt er steeds meer kritiek op deze zogeheten spacs.

Zeg, vliegt daar nou een enorme zak geld? En niet één, maar een recordaantal. Het lijkt of ze opstijgen boven zakendistricten als Wall Street, de Londense City en de Amsterdamse Zuidas, nadat ze daar door beleggers zijn gevuld. Om daarna als een soort heteluchtballonnen het landschap af te struinen, op zoek naar bedrijven om als een warme deken overheen te vallen.

Die geldzakken bestaan echt, en ze heten spacs. Dat staat voor ‘special purpose acquisition companies’. Vrij vertaald iets als: bedrijven om andere bedrijven mee over te nemen. Ze worden lege hulzen genoemd, ‘blanco chequebedrijven’, ook wel. Er zit helemaal niets in behalve geld. Geen personeel, geen machines, geen doel. Zelfs geen verdienmodel.

null Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

Een beursnotering hebben ze wél. Tijdens die gang naar de beurs heeft de spac zich door vroege investeerders laten vullen met kapitaal. Dat kan dan gebruikt worden om een bedrijf op te kopen dat nu nog niet aan de beurs staat, maar dat wel graag wil. Een beloftevolle start-up bijvoorbeeld, die niet de mogelijkheden heeft voor het lange en dure traject naar de beurs. Vliegt er dan zo’n beursgenoteerde zak geld voorbij, dan kan de start-up daarmee fuseren. En zo de plek innemen op de beurs van de spac.

83 miljard dollar opgehaald

Goed, dit alles speelt zich af in de abstracte financiële wereld, spacs vliegen niet letterlijk rond. Maar ze vliegen beurshandelaren wel degelijk om de oren. Wereldwijd zijn er vorig jaar liefst 248 bijgekomen, waarvan drie in Amsterdam. In de Verenigde Staten bedroeg het opgehaalde geld ruim 83 miljard dollar, zes keer zoveel als in 2019. En in de eerste drie maanden van dit jaar is dat record alweer gebroken, bleek onlangs uit nieuwe cijfers van Spac Research.

Beleggers investeren nu dus massaal in beloftes. Ze kopen aandelen in beursfondsen die op zichzelf nog helemaal niets zijn – niet veel meer dan de belofte van een echt bedrijf, althans. Het is nog maar afwachten waarmee de spac gaat fuseren, welke start-up ze gaat overnemen. En óf dat überhaupt wel gaat lukken, al krijgen aandeelhouders in dat geval na twee jaar wel hun inleg terug.

De hype lijkt weer een nieuw voorbeeld van investeerders die steeds meer risico nemen om nog rendement te maken. Anno 2020 zijn er amper veilige havens om je geld in te parkeren, zonder daarvoor te moeten betalen vanwege negatieve rentes op spaarrekeningen of staatsobligaties. Dus stroomt het geld naar de beurs, naar vastgoed, én naar bedrijfsovernames. Het uit zich in beursrecords, zoals die van de AEX-index eerder deze maand. In torenhoge huizenprijzen. En in deze hausse aan rondvliegende zakken geld.

Corona gaf de spac een zet

Maar ook de coronacrisis heeft de spac-markt een flinke zet gegeven. Fuseren met een spac levert veel sneller een beursnotering op dan de traditionele route. Het is bovendien minder duur en ook minder onzeker. Vooral dat laatste sprak vorig jaar nogal aan, in een periode waarin alles al onzeker genoeg was.

Er zijn fans en critici. De fans zeggen: dankzij spacs kunnen ook kleine beleggers meedoen met de grote durfkapitalisten, meedoen aan bedrijfsovernames en aan de zoektocht naar de zogeheten ‘unicorns’. Eenhoorns, in goed Nederlands, zijn jonge bedrijven zonder beursnotering maar met een enorme potentie. De bijnaam danken ze aan hun zeldzame, bijna mythische karakter. Voorbeelden waren ruimtebedrijf SpaceX van ondernemer Elon Musk, en ook deelverhuurder AirBnB.

null Beeld Hollandse Hoogte / AFP
Beeld Hollandse Hoogte / AFP

De sport is om ze snel te herkennen, voordat de rest van het financiële wereldje wakker wordt. Maar aan dit goudzoeken kon de kleine investeerder altijd maar moeilijk meedoen. Het was het spel van de grote investeringsmaatschappijen. Private-equity-firma’s dus (letterlijk: privévermogen), die hun investeringen in beloftevolle bedrijven buiten de beurs om doen.

De hobbyist komt er niet tussen

En ja, de managers van die firma’s zoeken altijd wel investeerders om mee te betalen aan hun bedrijfsovernames. Maar dat gaat dan om institutionele, grote beleggers zoals pensioenfondsen en verzekeraars. De minimum-inleg bedraagt vaak honderdduizenden euro’s. De hobbyende belegger komt daar niet tussen.

Maar via een spac, waarvan aandelen publiek verhandelbaar zijn, kan dat dus wél. Meestal kost een aandeel zelfs maar tien dollar. Een spac wordt opgezet door diezelfde private-equityhuizen die normaal gesproken met privévermogen in de weer zijn. Dit keer is dus alleen nog niet duidelijk, ook voor henzelf niet, welk bedrijf ze zullen overnemen. De managers van die investeringsmaatschappijen varen bij het aantrekken van beleggers daarom volledig op hun reputatie.

Vandaar dat vooral de hot shots uit die wereld veel geld ophalen. Chamath Palihapitiya bijvoorbeeld, een relatief jonge durfkapitalist die na zijn baan bij Facebook een spac oprichtte om een groot belang te kopen in Virgin Galactic, het ruimtebedrijf van de flamboyante zakenman Richard Branson. Nog zo’n figuur: Bill Ackman, een succesvolle investeerder met grote blauwe ogen uit New York, die vorig jaar een record van 4 miljard dollar ophaalde met zijn spac. Een bedrijf om daarmee over te nemen heeft hij overigens nog niet gevonden.

Waar zit het addertje?

Het voelt alsof er ook nadelen moeten zijn, en ja, die zijn er ook. Want is er wel genoeg toezicht op de bedrijven die via een spac hun beursnotering ontvangen? Bij een traditionele beursgang wordt de boel in elk geval helemaal binnenstebuiten gekeerd. Dat is precies wat dat traject zo langdurig en duur maakt. Zo moet er een zogeheten prospectus komen, een document van honderden pagina’s waarin aspirant-aandeelhouders precies kunnen lezen hoe gezond het bedrijf is. Wat de omzetverwachtingen zijn, hoe het bedrijf geleid wordt en wat de risico’s zijn voor investeerders. Op die manier is het voor bedrijven die naar de beurs willen bijna onmogelijk om lijken in de kast te bewaren, om beleggers een loer te draaien met geflatteerde statistieken.

Als een bedrijf zijn beursnotering via een spac bemachtigt, hoeft dat allemaal niet meer. De beursgang zelf, die van de zak geld, is immers al geweest. Weliswaar moest de spac toen zelf een prospectus op tafel leggen, maar dat document stelde beduidend minder voor: er was op dat moment nog weinig te melden over bedrijfsactiviteiten. De grootste ‘veiligheidsmaatregel’ is dat aandeelhouders van de spac mogen stemmen over een aanstaande overname.

Wat daarbij eventueel mis kan gaan? Nikola, een bouwer van elektrische trucks, kwam vorig jaar op de beurs via een spac. Vrij snel daarna werd toenmalig topman Trevor Milton beschuldigd van leugens en jarenlange oplichterij. Daarop daalde de koers van het aandeel direct met 30 procent, en Milton moest het veld ruimen. Was zijn vermeende fraude aan het licht gekomen als Nikola het traditionele proces doorlopen had? Misschien niet. Maar waarschijnlijk wel, zeggen critici.

Het huis wint altijd

Het grootste pijnpunt van die critici is toch wel dat risico’s tussen grote en kleine investeerders niet gelijk verdeeld zijn. Dat de grote private-equitybazen, die de spacs opzetten, binnenlopen als ze een mooie eenhoorn vinden, en tegelijkertijd weinig te verliezen hebben als dat níet lukt.

Errol Keyner, adjunct-directeur van de Vereniging van Effectenbezitters (VEB), legt uit: “De oprichters hebben net als andere beleggers aandelen in de spac, die zij ooit voor bijvoorbeeld tien dollar hebben ingekocht. Maar de oprichters hebben daarbovenop ook nog het recht om later extra aandelen in te kopen tegen een lage prijs.” Dus wat doen ze? Na de beursgang van de spac verkopen zij hun aandelen direct, zodat ze hun inleg alvast terug hebben. “En dan wachten ze af, leunen achterover om te kijken wat de koers gaat doen. Stijgt die, bijvoorbeeld doordat er een mooie fusie aankomt met een veelbelovend bedrijf, dan maken ze gebruik van hun recht om die extra aandelen tegen een lage prijs in te kopen.” Voor tien dollar bijvoorbeeld, terwijl de werkelijke koers op dat moment 25 dollar is.

Mocht het slecht gaan, en de koers juist dalen naar bijvoorbeeld drie dollar, dan doen de oprichters niets. Van hun recht om tegen tien dollar nieuwe aandelen in te kopen maken ze geen gebruik. Maar doordat ze hun inleg direct al hebben teruggekregen door hun eerste aandelen te verkopen, kost het ze ook niets.

De kritiek op dit systeem, waarin net als in het casino ‘het huis uiteindelijk wint’, klinkt steeds luider. Als advocaten van de duivel vroegen UvA-hoogleraren Arnoud Boot en Sweder van Wijnbergen zich onlangs in Het Financieele Dagblad af of het niet ieders recht is om zich te laten afzetten. “Het antwoord is simpel. Het gaat om kleine beleggers en niet om professionele partijen. Professionals worden geacht door de complexiteit heen te kunnen kijken, kleine beleggers niet.”

Voor beleggers met ‘een blinde zucht naar rendement’ heeft Keyner van VEB de vaste waarschuwing: weet wat je koopt. Precies dat is bij spacs onmogelijk te weten.

Lees ook:

De AEX breekt record na record: wat is er de afgelopen twintig jaar veranderd?

Vorige week week vestigde de AEX-index een nieuw record, dinsdag werd dat record nog wat aangescherpt. Het oude dateerde van 20,5 jaar geleden. Welke bedrijven zaten toen in de index? Welke nu?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden