ReportageInfrastructuur

In deze datacentra gebeurt bijna alles wat wij online doen

Datacentrale Interxion in Rozenburg, Haarlemmermeer. Beeld Mark Kohn
Datacentrale Interxion in Rozenburg, Haarlemmermeer.Beeld Mark Kohn

Het zijn anonieme dozen in de stedelijke periferie. Ze vreten energie. Maar datacentra zijn cruciaal voor zo ongeveer alles. Een inkijk in AMS08.

Joost van Velzen

We rijden er zo voorbij, maar we kunnen er niet omheen: datacentra. Netflixen, boodschappen bestellen, een reis boeken, appen, thuiswerken, internetbankieren, gamen, het weer en verkeer in kaart brengen, digiborden in de schoolklas, opereren in ziekenhuizen, flitshandelen op de beurs – zelfs de digitale deurbel doet het dankzij datacentra. In Rozenburg, in de gemeente Haarlemmermeer, staan er twee.

Dit zijn nu eens géén exemplaren waar je zo voorbij rijdt. AMS08 en AMS10, zoals deze digitale dozen worden aangeduid door exploitant Interxion, springen in het oog door hun strakke vormgeving, maar zeker ook door de hekken en camera’s. Want data zijn kwetsbaar en niemand mag eraan komen. De gebouwen zijn een soort blijf-van-mijn-lijfhuizen voor computers. Ieder persoon die hier binnenkomt wordt gescreend en als de pakketbezorger aan het hek staat, kan die weer rechtsomkeert maken, want onaangekondigde pakketjes komen er hier niet in.

“Onze klanten hechten er zeer aan dat hun data veilig zijn. Daarom doen we er alles aan om de servers en harde schijven die hier staan te beschermen”, zegt Koenraad Zirkzee, operationeel directeur bij Interxion Digital Realty. Wie die klanten zijn maakt het bedrijf niet bekend, maar het mag duidelijk zijn dat het grote en bekende partijen betreft die hun data aan de inmiddels veertien Nederlandse vestigingen van Interxion toevertrouwen.

Onbekend bij het grote publiek

En toevertrouwen is het echt. Stel dat er een datalek zou zijn en de klantgegevens van pak ’m beet Spotify komen op straat te liggen, dan wordt er niet gewezen naar het bij het grote publiek onbekende Interxion. Dan wordt het imago van het bekendste merk beschadigd, zo werkt dat nu eenmaal.

Bedrijven die veel data hebben te verstouwen – en welk bedrijf heeft dat tegenwoordig niet – zijn zelfs zo bang dat er iets met hun digitale gegevens gebeurt, dat ze die op meerdere plekken onderbrengen.

Na enige jaren van daling stabiliseert het aantal datacentra, zoals dat in Rozenburg. Beeld Mark Kohn
Na enige jaren van daling stabiliseert het aantal datacentra, zoals dat in Rozenburg.Beeld Mark Kohn

Zirkzee: “Ze beschikken vaak zelf al over datapakhuizen, zijn klant bij ons én nog eens bij concurrenten van ons. Allemaal om de risico's te spreiden.” Interxion, in 1998 opgericht in Amsterdam, is de op één na grootste speler in de wereld van datacenters. Het bedrijf maakt sinds een paar jaar deel uit van het Amerikaanse moederbedrijf Digital Realty. Mondiale marktleider is Equinix, uit Redwood City, Californië.

Nederland, en dan met name de regio Amsterdam, is een belangrijk knooppunt voor digitaal verkeer. Daarom zijn datacentrales vooral op bedrijventerreinen te vinden, zoals in Rozenburg. Zirkzee: “Onze klanten willen op plekken zitten waar de dataverbindingen optimaal zijn en de stroomvoorziening stabiel”.

Weinig ruimte op het elektriciteitsnet

Stabiel is de stroominfra hier zeker, maar ook schaars en kostbaar. Als het in de media over datacentra gaat, gaat het steevast over het beroep dat ze doen op het elektriciteitsnet, dat toch al nagenoeg bezwijkt onder de grote vraag naar stroom. Deze week nog kleurde de kaart van Nederland alweer ietsje roder bij de landelijke hoogspanningsnetwerkbeheerder Tennet. Een oranje of rood gebied betekent dat er weinig tot geen ruimte beschikbaar is op het elektriciteitsnet. Dit geldt alleen voor grootverbruikaansluitingen, en dat zijn datacentra natuurlijk.

Maar of we het nu leuk vinden of niet, de behoefte aan deze gebouwen groeit alleen maar. “Als corona iets heeft laten inzien, is het dat we compleet afhankelijk zijn van datacentra”, stelt Zirkzee. Branchevereniging Dutch Data Center Association (DDA) hamerde er deze week op dat er ‘te eenzijdig’ en ‘met te weinig kennis’ naar de sector wordt gekeken en pleit voor een ‘doordachte nationale strategie’ voor de digitale infrastructuur. “Kijk niet alleen naar de impact, maar ook naar de toegevoegde waarde”, stel DDA-directeur Stijn Grove. “Ongecoördineerd beleid vanuit de verschillende overheidslagen maakt dat Nederland internationaal steeds vaker wordt overgeslagen als vestigingsland.”

0,4 procent van het totale stroomverbruik

Na enige jaren van daling – ja, er zijn de nodige kleine datacentra gesloten – stabiliseert het aantal commerciële datacentra, zoals die in Rozenburg. Het zijn er volgens de DDA nu 185. Het aantal private datacentra is veel groter (er staan er bijna 6600 in het land), maar dat zijn er wel 345 minder dan een jaar geleden. Een tijdelijke daling volgens de branchevereniging, want die voorspelt de komende vijf jaar weer een groei. Over het stroomverbruik van al die servers zegt de DDA ook iets in zijn jaarlijkse rapport: dat zou, op basis van cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) van december 2021, 0,4 procent van het totale Nederlandse gebruik vergen. Ongeveer 90 procent van de stroom die de leden van de brancheclub gebruikt is groen.

Datacentrales zijn vooral op bedrijventerreinen te vinden, zoals in Rozenburg. Beeld Mark Kohn
Datacentrales zijn vooral op bedrijventerreinen te vinden, zoals in Rozenburg.Beeld Mark Kohn

Wie door de strakke gangen dwaalt van dit ultramoderne gebouw en de ‘racks’ met zoemende servers aanschouwt, kan zich wel iets bij de energiehonger van al die apparaten voorstellen. Het is er warm. Daarom is ongeveer de helft van het gebouw nodig om het binnen koel te houden, zodat die apparaten niet oververhit raken. De operationeel directeur – al dertien jaar in deze functie – vertelt enthousiast hoe de koeling met een ingenieus proces zo duurzaam mogelijk wordt gedaan. Al filosoferend over datacentra als stroomslurpers betoont Zirkzee zich optimistisch over de nabije toekomst: “Op termijn gaan datacentra, net als bijvoorbeeld afvalcentrales, juist energie leveren aan hun omgeving, bijvoorbeeld aan een aangrenzende woonwijk. Je ziet dat al op kleine schaal gebeuren.”

Geen mens tegengekomen

Intussen zijn we in onze toer door het gebouw nog bijna geen mens tegengekomen. Toch werken er een kleine 200 mannen en vrouwen op de veertien locaties van Interxion. Plus nog allerlei toeleveranciers van ‘buiten’. Datacentra draaien onder meer op projectleiders, planners, administratief personeel, facilitaire medewerkers, financieel specialisten, beveiligers en mensen van personeelszaken, sales en marketing. En managers, zoals Zirkzee.

Nog één keer zeuren over dat energiegebruik: kunnen wij, oppert de krant, als consumenten zélf iets doen aan het datagebruik? Want dat is verhoudingsgewijs veel meer gestegen dan het stroomgebruik. Moeten we niet een ietsje zuiniger zijn met het versturen van de zoveelste foto op datzelfde terrasje van die kop cappuccino met een hartje? Zirkzee: “Grote partijen als Google hanteren al verdienmodellen door geld te vragen voor de opslag van foto’s. Dan denken we wellicht wat beter na voor we iets versturen en ja, dat spaart energie.”

Lees ook:

Moederbedrijf Facebook zet voorlopig streep door datacentrum Zeewolde

Na veel protest zet Facebook de plannen voor een hyperscale datacentrum in Zeewolde in de ijskast.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden