AnalyseEconomische crisis

In deze bizarre crisis vallen geen banken om, maar mensen. ‘Waar het draait om persoonlijk contact is de schade het grootst’

Ondernemer Martijn de Groot bouwt webwinkels. ‘De mensen raakten eerst in paniek en werden afwachtend.’ Beeld Arie Kievit
Ondernemer Martijn de Groot bouwt webwinkels. ‘De mensen raakten eerst in paniek en werden afwachtend.’Beeld Arie Kievit

Door het coronavirus stort de economie van het ene uiterste in het andere. Het is een crisis van verliezers en winnaars. In sommige sectoren zelfs allebei tegelijk. Het enige dat zeker lijkt aan deze tijd, is dat de vooruitzichten onzeker zijn.

Zou er tijdens een ‘normale’ economische crisis ook een tekort aan pizzabakkers en pakketbezorgers zijn geweest? Of aan bouwvakkers? De ene economische recessie is de andere niet. Maar wat het coronavirus vandaag precies een jaar lang doet met geldstromen, de arbeidsmarkt, faillissementen en het vertrouwen van producenten en ­consumenten, wijkt wel heel erg af van een reguliere economische inzinking. Het enige vaste patroon dat de lockdowns tot nu toe laten zien, is dat er steeds dezelfde winnaars zijn en steeds dezelfde verliezers. Soms kent een branche winnaars en verliezers ­tegelijk. Zo ogen de winkelstraten al een jaar lang overwegend troosteloos en potdicht maar bloeit de detailhandel als geheel als nooit tevoren, dankzij online.

“Het gekke van deze crisis is dat die in sommige sectoren extreem zichtbaar is en elders juist helemaal niet”, vertelt hoofd­econoom Peter Hein van Mulligen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Zo gedroeg de economie zich in maart, toen de ellende begon, al meteen afwijkend in vergelijking met bijvoorbeeld de bankencrisis in 2008. Waar bij andere crises de economie steevast met een vertraging reageert op ­negatieve signalen, schrok de Nederlandse economie zich direct een hoedje toen ­Covid-19 zich meldde. Van Mulligen: “In maart zag je de eerste tekenen al. Aan het bruto binnenlands product, bij de export zag je ook al meteen krimp, jongeren merkten het direct op de arbeidsmarkt. Meestal zie je het effect pas later. Ondernemers kijken het dan nog even aan. Nu reageerde de arbeidsmarkt meteen.” Het consumentenvertrouwen, altijd een belangrijke economische thermometer, kreeg in april een ferme tik.

Dat vertrouwen is er de laatste tijd niet beter op geworden. Al is het, geheel in lijn met deze crisis, maar net wie je naar dat vertrouwen vraagt. In een recente CBS-enqu­ête onder horeca-ondernemers geeft 70 procent van hen aan in 2020 met verlies gedraaid te hebben. De restaurants, cafés en discotheken behoren dan ook, ondanks een relatief goede zomer, tot de grote verliezers na een jaar corona. Volgens het CBS levert de horeca op het moment 40 procent minder bijdrage aan de Nederlandse economie. Toch is het de reisbranche die Van Mulligen het eerste te binnen schiet als je hem vraagt naar de zwaarst getroffen sector. “De reisbranche kreeg verreweg de hardste klap. Ook zij krabbelden weliswaar in de zomer wat op, maar het aandeel toerisme en reizen in de economie ligt zo’n twee derde lager dan normaal. Vooral in het vierde kwartaal van 2020 zakte het weer in en ook nu is er nog geen sprake van veel boekingen.”

Menselijk contact

Zo zijn alle bewegingen in de Nederlandse en internationale economie terug te voeren op hét kenmerk van deze crisis: er vallen geen banken om, maar mensen – om het plastisch uit te drukken. Van Mulligen: “Overal waar het draait om persoonlijk contact, waar mensen samenkomen, daar is de schade vanzelfsprekend het grootst. Cultuur, sport, recreatie. Bij theaters was er zelfs sprake van een negatieve bijdrage aan de economie. Dat betekent dat de productiewaarde kleiner was dan het verbruik van de theaters. Vergelijk het met een bakker die wel een oven heeft maar geen brood kan verkopen. De schade bij sectoren die het moeten hebben van menselijk contact is ­ongekend. Complete bedrijfstakken zijn tot stilstand gekomen.”

Volop in beweging is juist de online economie, waar het virus de zaken in een stroomversnelling heeft gebracht. Het aantal Nederlandse postorderbedrijven en ­webshops groeide in coronatijd van zo’n 48.000 voor het virus naar ruim 62.000 nu. De ­internetomzet van de detailhandel was in het vierde kwartaal van 2020 liefst 55,6 procent hoger dan een jaar eerder, berekende het Centraal Bureau voor de Statistiek. “De retail heeft best een goed jaar achter de rug. Bij bouwmarkten, tuincentra en supermarkten was het druk. De verschuiving naar het thuiszitten is hier goed te zien. Zelfs speelgoedzaken – die het voor corona zwaar hadden – haalden ineens een plus. Wie lang thuiszit, koopt een bordspel of legpuzzel.” De detailhandel zonder meer als grote winnaar bestempelen, vindt Van Mulligen te optimistisch. “Want in december was er ineens een min. De online-plus door de strengere maatregelen was niet genoeg om het verlies te compenseren.”

De arbeidsmarkt ging met het extreem wisselende beeld mee. Uitzendorganisatie Randstad meldt dat de banen van assistentsupermarktmanager, pizzabakker en fietskoerier met stip binnenkomen op de jaarlijkse lijst van ‘kansrijke beroepen’. Wie ­altijd al IC-verpleegkundige had willen worden kon zo aan de slag. Corona veroorzaakt ook een ongekende vraag naar medewerkers voor klantenservices, meubelmakers, pakketbezorgers, logistiek operators en ­beroepen in de digitale marketing.

Weken wachten op een vaatwasser

Bijzonder atypisch voor een economische crisis is de reactie van de huizenmarkt, die geen krimp geeft en zelfs onverstoorbaar doorgaat met oververhit zijn. Ook aan de meeste boeren gaat de coronacrisis ­grotendeels voorbij. Telers van patataardappels hebben veel last van gesloten restaurants en snackbars. “Maar over het algemeen reageert de landbouw meer op het weer dan op de conjunctuur”, stelt Van Mulligen. Voor de internationale industrie is het hele coronajaar dan weer dramatisch ­geweest. “Vooral het tweede kwartaal van 2020 was een rampkwartaal. In Duitsland kwamen autofabrieken stil te liggen en lag de productie van elektronica lam. Zelf heb ik bijvoorbeeld weken op mijn vaatwasser moeten wachten. Doordat corona in China grotendeels weg is, herstelt de industrie zich nu wel weer.”

Of dat herstel zich over de hele breedte van de economie zal doorzetten, is volgens Van Mulligen onmogelijk te voorspellen. Dankzij de noodsteun blijven nu nog bedrijven op de been. Het aantal faillissementen is zelfs gedaald waardoor veel banen behouden zijn gebleven. “Zonder noodsteun ­waren er zeker massa-ontslagen gevallen. Dan is er een groot probleem, banenverlies werkt als dominostenen op de rest van de economie.”

Een harde of zachte lockdown is volgens de hoofdeconoom van het CBS niet alles­bepalend voor hoe de economie zich ontwikkelt. “Uiteindelijk is het virus in het ­algemeen de veroorzaker van de krimp, meer dan de mate van lockdown.” Het enige dat zeker is, is dat de vooruitzichten onzeker zijn, dat heeft één jaar corona wel ­geleerd.

De spits bij Websiet.nl begon niet al op dag één, in maart, toen de winkels voor het eerst dicht moesten. Webshopbouwer Martijn de Groot (37) blikt terug: “De mensen raakten eerst in paniek en werden afwachtend. Ze hadden ook de tijd om na te denken over hoe ze hun bedrijf beter konden maken. Maar op een gegeven moment ging het rap en wilde iedere winkelier een goede webshop.”

Die levert Websiet met alles erop en eraan. Voor zo’n 750 euro bouwen De Groot en zijn medewerkers een webwinkel waar je kunt kijken, kopen en iets laten verzenden. Informatieve websites maakt het bedrijf uit Hellevoetsluis ook, maar volgens De Groot zitten er in coronatijd 90 procent webwinkels in de orderportefeuille. Zijn klanten komen uit het hele land. “Het zijn vooral veel kleine retailers. Zelfs de snackbar heeft tegenwoordig een webshop.”

Mooi voor hem en de vaste groep zzp’ers waarmee Websiet werkt. Plus de vier medewerkers ‘buiten de cirkel’. Al vindt hij het ook sneu voor hen die juist door corona zijn getroffen: “De een zijn dood is de ander zijn brood.” Als een winkelier zelf het nodige heeft voorbereid, kan Websiet in een week zijn winkel online hebben. Een ‘nee’ heeft De Groot nog niet hoeven verkopen, hoe druk het ook is. “Omdat wij ons voornamelijk bezighouden met wat de klant precies wil, ons echt daarop richten, terwijl we het technische werk en het ‘invulwerk’ uitbesteden.”

Ondernemer Mandy Berding van Oceandiva. Ze organiseert varende evenementen voor de zakelijke markt. ‘De eerste twee maanden ging het nog fantastisch.’ Beeld Arie Kievit
Ondernemer Mandy Berding van Oceandiva. Ze organiseert varende evenementen voor de zakelijke markt. ‘De eerste twee maanden ging het nog fantastisch.’Beeld Arie Kievit

Ze zou het beste jaar ooit gaan draaien, daar was Mandy Berding (49 jaar) van overtuigd. Met haar bedrijf Oceandiva, twee varende evenementenlocaties, organiseert ze evenementen voor de zakelijke markt. Jubilea, productlanceringen, bedrijfsfeesten, diners, congressen. “Het zijn luxe evenementenlocaties, waarbij het varen een extra beleving geeft”, vertelt Berding.

Dat ‘beste jaar ooit’ begon nog goed, ze ‘voeren’ letterlijk wel: “De eerste twee maanden ging het nog fantastisch”, blikt Berding terug. “Dit is normaal gesproken een prachtige, bloeiende branche. Maar in maart kwam de mokerklap en begon een vreselijk jaar.” Oceandiva liep 80 procent omzet mis, een miljoenenbedrag. De helft van het personeel moest op zoek naar een andere baan. Van de twintig medewerkers van het evenementenbedrijf zijn er nog tien over. “Bij elke golf werd de agenda ­leger. Zonder noodsteun hadden we het nooit gered. De grootste uitdaging is nu dat klanten heel graag willen maar dat het perspectief ontbreekt.”

Ten dele dan. Sinds december gloort er weer hoop voor Oceandiva. Dankzij een klant die het aandurfde om creatief te zijn. Hij huurt voor drie maanden één van de schepen die hij heeft ingericht als groothandel. Daarmee varen ze momenteel langs diverse ligplaatsen in Duitsland. Precies het lichtpuntje waar Berding naar op zoek was. “Een pareltje van een opdracht, zeker in deze tijd. We blijven vooruitkijken.”

Op 27 februari 2020 werd de eerste coronabesmetting in Nederland geconstateerd. We blikken daarom dit weekend terug op een jaar corona.

Zo veranderde de toon van de corona-persconferenties in een jaar tijd. Een terugblik in zes citaten

Soms werden ze voorbeschouwd alsof het om een wedstrijd op het WK voetbal ging. In een jaar tijd traden premier Mark Rutte en minister Hugo de Jonge ruim dertig keer aan voor een persconferentie. En wie ze terugkijkt, ziet hoe het kabinet, net als de rest van Nederland, in het begin overvallen werd door het virus en week na week geroutineerder met ‘het nieuwe normaal’ omging.

Charles en Adri de Koning tijdens corona: van tijdelijk afscheid naar eeuwig afscheid

Trouw volgde Charles de Koning tijdens de bezoekstop in de verpleeghuizen. Hij keek door een verrekijker naar ‘zijn Adri’. Hoe kijkt hij terug op het coronajaar?

‘Ik probeer mijn best te doen, Diederik Gommers doet het niet voor zichzelf’

Diederik Gommers is de hoeder van de ic’s. Als de bedden schaars worden, staat hij op. Als zijn mensen een vaccin willen, is Gommers op tv. Dat levert kritiek op, maar die wuift Gommers weg.

Met roomse lichtvoetigheid pakt Oost-Brabant de draad weer op, al zijn de littekens van corona blijvend. ‘We zijn dichter bij elkaar gekomen’

Verslaggever John Graat fietste een jaar geleden door de Brabantse straten van zijn jeugd nadat zijn moeder besmet werd met het coronavirus. Hij maakt de fietstocht opnieuw en ziet dat de inwoners hun best doen om het leven weer op te pakken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden