Elektrisch traject

In Deurne bouwen ze stekkerbussen met kennis uit de luchtvaartindustrie. ‘Net rijdende vliegtuigen’

De nieuwe 3.0 elektrische bus van Ebusco uit Deurne. Beeld Merlin Daleman
De nieuwe 3.0 elektrische bus van Ebusco uit Deurne.Beeld Merlin Daleman

Ebusco uit Deurne bouwt zijn elektrische bussen zonder de handicap van een historie.

Joost van Velzen

Wie in München lijn 100 of lijn 144 pakt, maakt een rit op een volledig elektrisch traject. Op zich niet bijzonder: een uitstootloze buslijn is tegenwoordig geen uitzondering meer. Pikant is wel dat de stekkerbussen op deze lijnen van het Nederlandse merk Ebusco zijn. Terwijl München en omgeving de thuisbasis is van Duitse bussenbouwers als Man en Mercedes.

Het zal de Duitsers niet lekker zitten. Temeer omdat ze het bussenmerk uit Deurne een paar jaar geleden nog lacherig tegemoet traden, vertelt Ebusco-directeur Peter Bijvelds (43) in zijn kantoor. Toen het Brabantse bedrijf zich op een grote beurs presenteerde, vonden de gevestigde fabrikanten dat best leuk, herinnert hij zich: “Maar ze verklaarden ons compleet voor gek.” Waar beginnen die onervaren Nederlanders aan, zo hoorde hij ze denken. Met al hun innovatieve foefjes.

‘Het lukte ons het bereik en de passagierscapaciteit van onze bussen te vergroten’

Vervoersbedrijven waren wél enthousiast. Als Ebusco nog twee dingen kon oplossen, waren ze verkocht, vertelden ze. Bijvelds: “We moesten het bereik en de passagierscapaciteit van onze bussen vergroten. Dat is ons gelukt.”

Inmiddels rijden er in Europa ruim 300 volledig elektrische bussen rond van Ebusco, in zeven landen. Deze zijn nog van het type Ebusco 2.2, maar het bedrijf staat op het punt om de 3.0 uit te rollen, in dit geval letterlijk en figuurlijk. Met dat nieuwste model denkt de onderneming echt goede zaken te gaan doen. Dat zit hem in de grote technologische stappen die zijn gemaakt. Zo is het bereik van de 3.0 liefst 575 kilometer, waar de 2.2 na 350 kilometer aan de lader moet. Bijvelds: “Als je bedenkt dat een stadsbus per dag gemiddeld 300 kilometer aflegt en een streekbus ruim 400, betekent dit dat de chauffeur tijdens zijn dienst niet hoeft te laden. Dat gebeurt ’s nachts, als hij slaapt.”

Ebusco maakt gebruik van LFP-batterijen (lithium, ijzer en fosfaat) die worden geleverd door de Chinese bedrijven CATL en Gotion. Zonder het omstreden kobalt dus (kinderarbeid, milieuschade). Ebusco levert zelf de laders. Snelladen raadt de busbouwer af. Daar gaan batterijen eerder kapot van en het is ’s nachts ook niet nodig.

‘Wij worden niet gehinderd door de fossiele historie die dieselbusfabrikanten hebben’

Het nieuwste Ebusco-model weegt 33 procent minder dan zijn voorganger. Die gewichtsreductie – tot wel 4000 kilo – is te danken aan het gebruik van technieken en materialen uit de luchtvaartindustrie. De carrosserie is opgebouwd uit lichtgewicht materialen en niet uit staalplaten en ijzeren balken, zoals de traditionele bussenbouwers dat nog doen. Lasstraten zal je bij Ebusco niet aantreffen. “Wij worden niet gehinderd door dezelfde erfenis waar gevestigde fabrikanten van dieselbussen mee te maken hebben”, stelt Bijvelds.

Dat Ebusco geen last heeft van de handicap van een fossiele historie is voor een groot deel toe te schrijven aan de kennis van operationeel directeur Bob Fleuren (42). Hij deed in zijn vorige werkleven ervaring op bij Fokker en nam zijn knowhow mee naar eerst Helmond (waar het bedrijf in 2012 begon) en later naar Deurne.

In de productiehallen wijst Fleuren naar een blauwe bus, waar op de zijkant een vliegtuig is afgebeeld: “Eigenlijk zijn onze bussen een soort rijdende vliegtuigen. Ja, ik denk dat wij voorlopen op de concurrentie.” Al geeft hij eerlijk toe dat een traditionele fabrikant als VDL ook voordelen heeft: “Zij beschikken over veel engineering, hebben bestaande platforms om de bussen op te bouwen en profiteren van een groot netwerk van toeleveranciers.” Maar goed, vervolgt Fleuren, “Daar staat tegenover dat je bij ons nooit iemand hoort roepen: ‘Maar zo doen wij het al jaren’.”

De komende dagen worden 39 bussen geleverd aan Connexxion

Ebusco (200 medewerkers) heeft de tijd mee. Geen stad of streek wil nog langer stinkende bussen op de weg. Mag dat ook niet lang meer. Vanaf 2025 zijn ov-bedrijven verplicht om uitsluitend stekkerbussen of voertuigen op waterstof te kopen als de vloot moet worden vernieuwd. In 2030 moeten alle dieselbussen zijn verdwenen. Vervoerders zijn daarom nu al aan het vervangen en dat merkt Ebusco aan de orderportefeuille. De komende dagen worden 39 bussen geleverd aan Connexxion. Die zijn niet allemaal in Deurne in elkaar gezet. De assemblage van de Ebusco 2.2 vindt grotendeels plaats in China. Van de nieuwe 3.0 – die volledig in Deurne wordt gebouwd – moet straks dagelijks één bus van de band rollen. De productiehallen in Brabant gaan naar een capaciteit van 500 bussen per jaar.

Directeur Peter Bijvelds verwacht dat dit aantal snel zal worden gehaald. Niet alleen doordat zijn bedrijf technologisch op kop rijdt. Maar omdat het uiteindelijk om de centen draait. Ook Ebusco-klanten kijken vooral naar de zogeheten ‘kosten van eigenaarschap’. Die lijken op het eerste gezicht bij een stekkerbus hoger dan van een dieselbus – de laatste kost zo’n 225.000 euro, tegenover ongeveer 5 ton voor een elektrische bus. “Maar aan het eind van de rit zijn onze bussen goedkoper in gebruik en hebben een langere levensduur. Er zitten ook veel minder onderdelen in. Ik zeg wel eens: bij ons heb je 300 jaar garantie op de versnellingsbak. Want die is er niet.”

Lees ook:

Markt voor elektrisch rijden groeit, maar echt van harte gaat het niet

Hoe meer elektrische auto’s op de weg, hoe meer banen en inkomsten dat Nederland oplevert, zo is de verwachting. Maar die weg ligt vol hobbels.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden