OegandaBloemenkweker Wagagai

Honderden werknemers logeerden tijdens de lockdown in Oeganda in deze Nederlandse bloemkwekerij

De Nederlandse bloemenkwekerij Wagagai in Oeganda ligt stil door coronacrisis. Tijdens de lockdown logeerden 500 van de 2300 werknemers op de kwekerij. Beeld Andrew Kartende

In het Afrikaanse land is de lockdown iets versoepeld . Dat geeft kwekerij Wagagai en de werknemers weer wat lucht.

Vraag een bloemenkweker wat hij nodig heeft en het antwoord is water, transport en menskracht. Pal aan de oever van het Victoriameer in Oeganda hebben de kassen van het Nederlandse familiebedrijf Wagagai water in overvloed. Ook menskracht en transport zijn gewoonlijk geen probleem: het internationale vliegveld en hoofdstad Kampala zijn niet ver weg. Maar opeens kwam ook Oeganda stil te liggen door een lockdown. De kassen bleven leeg.

Hoewel, niet al het personeel zat thuis. Ruim 500 van de 2300 werknemers logeerden een vijftal weken op het bedrijf, dat zo’n 36 hectare omvat. Ze sliepen, werkten en aten op de kwekerij, vertelt eigenaar Olav Boenders. Op het terrein is een medische post en tweemaal daags werd hun temperatuur gemeten. Alle werknemers kregen in april doorbetaald, zegt Boenders, en voor mei wilde hij vakantiedagen vervroegd laten opnemen.

Maar tot zijn opluchting is de lockdown vorige week wat versoepeld. “Lopen en fietsen mag weer, dus iedereen kan naar het werk komen. Op de kwekerij gelden coronaprotocollen: mondkapjes, handontsmetting, temperatuurregistratie en anderhalve meter afstand”, vertelt Boenders, die zelf nog in Nederland is.

Laagseizoen in maart en april

Met de timing van de crisis heeft het bedrijf geluk gehad. “Als corona al in januari was gekomen, had Wagagai een veel groter probleem gehad.” Dat zit zo. Wagagai produceert geen rozen, maar stekken van begonia’s, chrysanten en kerststerren. Die leveren ze aan Europese kwekerijen die bijvoorbeeld weer aan tuincentra leveren.

“Wij werken dus vóór de seizoenen uit”, zegt Boenders. “In januari en februari kweken en exporteren wij de stekken die Europese consumenten in de lente gaan kopen. Corona kwam in maart en april, wat voor ons het laagseizoen is.” In april en mei groeien de kerststerren die aan het eind van het jaar in de winkel staan. “Eigenlijk hoeven we dan weinig te doen. Water en meststoffen erbij en laten groeien. In juni en juli gaan die naar de kwekers in Europa en hebben wij weer een piek.”

Er komt weer beweging in de bloemenmarkt, merkt Boenders. “De financiering van de overheid heeft veel Europese kwekers vertrouwen gegeven om door te gaan.” Het luchttransport van Oeganda is overeind gebleven, anders dan in bloemenland Kenia. De veertien bloemenbedrijven van Oeganda werken voor het luchttransport samen als een soort coöperatie. “We hoeven dus niet tegen elkaar op te bieden voor een plekje in het vliegtuig.”

Weinig belastinginkomsten

De bloemenindustrie van Oeganda heeft grote concurrentie van Kenia en Ethiopië. Om investeerders te trekken, biedt ook Oeganda exportbedrijven allerlei belastingontheffingen. Volgens de branchevereniging van de Oegandese bloemenexporteurs is het anders moeilijk om te overleven op de internationale markt. Wagagai heeft sinds 2017 een free zone-vergunning die bijvoorbeeld douanevoordelen oplevert. 

Er is kritiek op dit model. Volgens ngo’s zoals Oxfam en Tax Justice Network Africa leveren deze belastingregelingen de multinationale bedrijven meer op dan Oeganda zelf. De belastinginkomsten van Oeganda liggen al jaren onder het Afrikaanse gemiddelde. De publieke gezondheidszorg staat er slecht voor, wat extra pijnlijk is in de coronacrisis. Het Internationaal Monetair Fonds biedt Oeganda 492 miljoen dollar als noodfinanciering.

Boenders is weer wat geruster voor de toekomst. Familiebedrijven denken vaak aan de langere termijn. Ook Wagagai heeft een financiële buffer voor calamiteiten.

Voor werknemers in het arme Oeganda geldt dat meestal niet. Wagagai mag dan een fairtrade-keurmerk hebben, de werkers verdienen minder dan een leefbaar loon. Dat is een maatstaf waarvoor de kosten van wonen, voeding, gezondheidszorg en onderwijs worden opgeteld. De laagstbetaalden krijgen 60 dollar bruto per maand, zegt Boenders, waarvan zo’n 40 dollar netto overblijft. 

De ondernemer wijt dat aan de scherpe concurrentie in de markt. “Als ik alle stekken voor 1 cent meer zou verkopen, kon ik mijn mensen drie keer zoveel betalen. Maar een stek kost soms maar 1 cent. Zo'n prijsverhoging zou ons dus tweemaal zo duur maken. Het bedrijf zou niet meer kunnen bestaan en de 2300 banen zouden verloren gaan.” 

Lees ook:

Waarom de Keniaanse rozen in de supermarkt zo onnatuurlijk goedkoop zijn

Na thee, zijn bloemen het belangrijkste exportproduct van Kenia. De veelal internationale producenten gebruiken belastingconstructies waardoor het Afrikaanse land weinig aan deze industrie overhoudt

In de strijd om de corona-hulpmiddelen vissen de arme landen nu al achter het net

Ontwikkelingslanden lijken aan het kortste eind te trekken in de strijd om veilige hulpmiddelen tegen het coronavirus. Hoewel in deze landen de grote uitbraak in mei wordt verwacht, is er nu al een tekort aan alles.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden