Overheidsfinanciën

Hogere staatsschulden? Dat is niet erg, menen economen

In andere delen van de wereld, zoals in Japan, zijn de overheidsschulden een stuk hoger dan in Europa. Dat leidt daar ook niet tot directe problemen, zegt hoogleraar Coen Teulings. Beeld AP
In andere delen van de wereld, zoals in Japan, zijn de overheidsschulden een stuk hoger dan in Europa. Dat leidt daar ook niet tot directe problemen, zegt hoogleraar Coen Teulings.Beeld AP

Tijdens corona hebben overheden zich een slag in de rondte geleend. Moeten ze daarmee door kunnen gaan?

Praten over minder strenge Europese begrotingsregels was misschien wel nooit zo opportuun als nu, in de nasleep van de coronacrisis. Het afgelopen anderhalf jaar hebben lidstaten zich overladen met schuld om alle overheidssteun aan burgers en bedrijven te kunnen betalen. Vanaf deze week kunnen diezelfde landen ideeën aanleveren bij de Europese Commissie over hoe het pakket aan leenregels er vanaf 2023 uit moet zien. Kunnen de scherpe randjes daar vanaf?

Feit is dat de wereld er nu anders uitziet dan in de tijd dat veel van de huidige begrotingsregels op papier kwamen. Neem de meest bekende richtlijnen: een maximaal begrotingstekort van 3 procent en een maximale staatsschuld van 60 procent van het bbp (zeg: de optelsom van alle inkomsten in een land).

Toen die regels tot stand kwamen, begin jaren negentig, was de rente die overheden betaalden voor hun leningen een stuk hoger dan nu. Bovendien lag die grens van 60 procent voor veel landen enigszins binnen bereik. Dat is, vooral voor enkele zuidelijke lidstaten, allang niet meer zo. Alleen al tijdens de coronacrisis steeg de staatsschuld van eurolanden van 86,1 procent naar 100,5 procent van hun bbp.

Die percentages over maximale begrotingstekorten en staatsschulden liggen vast in het Verdrag van Maastricht uit 1991. Maar ze bieden niet meer dan een richtlijn voor de Europese Commissie om straf uit te delen. In de praktijk is veel meer mogelijk, en dus pleiten verschillende economen nu voor een hoger schuldplafond.

Rentestand is flink gedaald

Onder hen zelfs Klaus Regling, de hoogste baas van het Europees Stabiliteitsmechanisme, een permanent noodfonds voor eurolanden die financieel in de knel zitten. “Politici moeten beseffen dat een land te veel kan lenen, maar ook te weinig”, zei hij afgelopen weekend tegen het Duitse weekblad Der Spiegel. Regling rekende uit dat Italië in de jaren negentig in verhouding vier keer zoveel kwijt was aan rentebetalingen dan nu, doordat de rentestand intussen zo gedaald is.

Ook hoogleraar economie Coen Teulings vindt dat de schuldgrens wel wat omhoog kan, zodat landen meer ruimte hebben om te investeren in economische groei. “Vergeet niet dat de schulden in de Europese Unie eigenlijk heel laag zijn”, zegt de oud-directeur van het Centraal Planbureau. “Wij denken dat we erin omkomen, maar vergeleken met de VS, het Verenigd Koninkrijk of Japan valt dat erg mee. Ook na corona.”

Teulings zegt dat lidstaten een natuurlijke drijfveer hebben om niet te veel te lenen. “Je wil van alle eurolanden niet de hoogste schuld hebben, want dan val je op bij beleggers die hogere rentes zullen vragen bij nieuwe leningen. Dus probeert ieder land constant zijn schulden terug te dringen. Dat levert onnodig lage schulden op.”

Maar waar ligt de grens van een veilig schuldniveau? Econoom Jasper Lukkezen, hoofdredacteur van vakblad ESB, vroeg dat een jaar geleden in een enquête aan 364 economen. Negen op de tien van hen denkt dat een staatsschuld van 90 procent van het bbp geen onhoudbare situatie oplevert.

Wat is verstandig?

Maar ‘niet onhoudbaar’ is iets anders dan ‘verstandig’. En over wat verstandig is, is meer verdeeldheid. Zo is het volgens één op de zes het verstandigst om vast te houden aan die 60-procentnorm. “Volgens die economen zijn er juist harde regels nodig om onverwachte klappen op te vangen in de economie”, zegt Lukkezen. “Nu is de rentestand heel laag, ja, en het lijkt misschien of die laag blijft. Maar de essentie van onvoorzienbare gebeurtenissen is dat je nu nog niet kunt zeggen hoe die eruit gaan zien.”

Volgens Lukkezen is het belangrijk dat het begrotingsbeleid vastligt voor een hele kabinetsperiode. “Hoe hoog je de schuldennorm ook legt, verander die niet steeds. Anders krijg je jojobeleid en kunnen ambtenaren alleen kortetermijnprojecten laten financieren en weten burgers en bedrijven niet meer waar ze qua belasting aan toe zijn.”

Lees ook:

Europa wil begrotingslessen trekken uit de crisis

Toen de pandemie uitbrak, liet Europa de begrotingsregels los. In 2023 moeten die regels terugkomen. Of moeten ze misschien anders? De Europese Commissie opent de discussie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden