null

ReconstructieAardgas

Hoe Nederland verslaafd raakte aan aardgas

Beeld Mart Veldhuis

Onder de grond bij boer Boon werd in 1959 voor het eerst Nederlands gas gevonden. Al snel kon Nederland niet meer zonder gas.

Koos Schwartz

Het is een historische dag maar vrijwel niemand die dat op de 22ste juli 1959 beseft. Bij een proefboring van de Nederlandse Aardolie Maatschappij (Nam), eigendom van Shell en Standard Oil of New Jersey (later Esso, nu Exxon Mobil), is het raak. Onder de grond van H.P. Boon in Kolham, vlak bij Slochteren zit aardgas.

Ruchtbaarheid wordt er niet aan gegeven. Shell is niet erg geïnteresseerd in gas (wel in olie), en Shell en Esso weten nog niet of zij het gevonden gas ook naar boven mogen halen. Bovendien willen ze niet dat andere maatschappijen naar gas gaan zoeken in Nederland. Opwinding is er wel in de omgeving; bij testwerkzaamheden zien bewoners metershoge vlammen boven het land van boer Boon. Ze zijn tot in de stad Groningen te zien.

Ruim een jaar later komt die ruchtbaarheid toch. Het is een Belgische Europarlementariër, Victor Leemans, die de grote gasvondst de wereld in slingert. Leemans heeft het nieuws tijdens een reis in Algerije opgepikt van een Nederlandse Europarlementariër en hoopt dat Europa baat kan hebben bij de gasvondst. ‘Mogelijk enorme gasbel in Nederland’ en ‘Waarom zo geheimzinnig over onze gasvoorraad?’ zijn krantenkoppen uit die dagen.

Hoe moet Nederland áán het gas?

Een flinke gasvondst, een kolossale gasvondst, zal later blijken: het grootste gasveld tot dan toe. Maar wat ermee te doen? Het basisplan komt van Esso. Waar Shell het gas aan grootverbruikers wil verkopen, opteert Esso voor de kleinverbruiker. Sluit iedereen aan op een gasnet, dat levert het meeste geld op, stelt Esso dat zich tot 1960 nauwelijks heeft bemoeid met de in 1947 opgerichte Nam. Die is vooral bezig met het winnen van olie in Schoonebeek.

Anno 2022 is de vraag hoe Nederland van het gas moet een ingewikkelde kwestie. Hoe Nederland aan het gas moet, is in de jaren zestig ook ingewikkeld. Een gasnet heeft Nederland niet, al zijn er her en der zijn er wel gasnetjes. Maar wat gaat het snel.

Het Amerikaanse bedrijf Bechtel krijgt de supervisie over de aanleg van het net; er zijn Franse en Amerikaanse ingenieurs; Duitsers leveren de pijpleidingen en onder de lassers zijn Algerijnen – in Algerije is eerder een enorm gasveld ontdekt. Er zijn Nederlandse onderaannemers. De gaskaravaan gaat het gezelschap heten.

“De karavaan schrijft in 1964 een nieuw hoofdstuk in de geschiedenis van bouwen, bedwingen en beheersen. Meter voor meter zal de bonte stoet van graafmachines, lieren, pompen, kranen, ingenieurs en arbeiders zich een weg van Noord naar Zuid graven”, schrijft Trouw-journalist Wendelmoet Boersema in haar boek Gronings Goud.

Ze graven door akkers, door bossen, door woonwijken, door de bodem van de IJssel, de Nederrijn, de Waal, de Maas, de Westerschelde en het IJsselmeer. Ze kruisen wegen en spoorwegen. Eind 1964 wordt Geleen bereikt en krijgen de Staatsmijnen aardgas. In 1966 arriveert de karavaan in Zeeuws-Vlaanderen en in Medemblik. In 1968 is Wijk aan Zee de laatste plaats op het vasteland die een aansluiting krijgt. Vlieland komt pas in 1986 aan de beurt.

Het is niet alleen de karavaan die graaft en werkt: energiebedrijven moeten hun netten – voor het van kolen gemaakte stadsgas – uitbreiden en aansluiten op het hoofdnet. Alle huizen moeten een aansluiting krijgen. Personeel van de in 1963 opgerichte Gasunie, het bedrijf dat het gas gaat verkopen, gaat met 100.000 boeren, pachters en grondeigenaren in conclaaf over de werkzaamheden en schadevergoedingen. Achter de karavaan, schrijft Boersema, reist de Groningse boerenzoon Henk Koop met zijn loonwerkers. Hij wordt ingehuurd om de sleuven in de grond te dichten en de schade te herstellen. Boersema schrijft: “Er valt nogal wat op te ruimen, want de Fransen en Amerikanen gaan grof te werk.”

Twee vrouwen in Markense klederdracht bekijken een gasoven van Amerikaanse makelij. Datum onbekend.  Beeld ANP /  ANP
Twee vrouwen in Markense klederdracht bekijken een gasoven van Amerikaanse makelij. Datum onbekend.Beeld ANP / ANP

De voordelen van gas zijn onmiskenbaar

Nu moet Nederland nog aan het gas. Goedkoop is de nieuwe brandstof niet – de prijs is gekoppeld aan die van olie – en natuurlijk is er argwaan. “Koken op aardgas vergt geen speciaal talent. Het is ook geen tovermiddel dat in staat is van een slecht kokende huisvrouw een keukenprinses te maken’, doceert mej. C.J. de Koning, lerares Koken op gas in Apeldoorn in een speciale aardgasbijlage die in 1965 in Trouw verschijnt.

‘Het koken op aardgas’, onderwijst ze verder, ‘gaat niet sneller dan op stadsgas’, ‘speciale aardgaspannen hoeft men beslist niet te kopen.’ In die Trouw-bijlage, rijk voorzien van advertenties van installateurs, is er de tip om de gaskachel ’s nachts niet helemaal uit te doen en staat de voorspelling dat een woning zonder cv-installatie binnen afzienbare tijd zeldzaam zal zijn.

Die voorspelling komt uit. De voordelen van aardgas zijn onmiskenbaar, overheden en gemeentelijke gasbedrijven wijzen daar in campagnes op. Geen gezeul meer met butagas. Geen gedoe met kolen. Geen olietanks meer in de tuin. Geen asla’s die leeg moeten. Aardgas is makkelijk en schoon, luidt de boodschap, en dan slaat ‘schoon’ niet op de lage uitstoot van CO2 maar op de afwezigheid van het stof en het gruis dat zo bij kolenkachels hoort.

Een affiche uit 1925 voor de tentoonstelling in de dierentuin, ontworpen door M. Güthschmidt. Koken op gas werd sterk aangemoedigd. Beeld
Een affiche uit 1925 voor de tentoonstelling in de dierentuin, ontworpen door M. Güthschmidt. Koken op gas werd sterk aangemoedigd.

De lucht wordt schoner

In 1960 zijn de stofzuiger en de wasmachine gemeengoed, de telefoon, de televisie en de koelkast worden dat in de tien jaren erna. Zo’n opmars maken ook de gasgeiser, het aardgasfornuis en de centrale verwarming. Als mensen ze niet nieuw kopen, dan worden de oude apparaten omgebouwd om ze aardgasbestendig te maken. Dat gebeurt met circa vijf miljoen toestellen. Op 9 december 1963 heeft de Nam het eerste gas geleverd aan de Gasunie. Zes jaar later is Nederland een aardgasland. In 1969 kookt 85 procent van de huishoudens op gas.

Ook de industrie is aangehaakt. Kunstmestfabrieken gaan aardgas gebruiken, de chemie ook. In 1965 is 65 procent van de grotere bedrijven geheel of deels op aardgas overgegaan. Tuinbouwers gaan dat ook doen. De lucht in het Westland wordt er een stuk schoner van. Er komen op gas gestookte centrales.

De aanleg van het net kost miljarden guldens, maar het gas zal veel en veel meer opleveren. Van de winst gaat ongeveer 70 procent naar de staat, de rest naar Shell en Esso. In 1965 is een Duits bedrijf de eerste buitenlandse afnemer. Er zullen er nog velen volgen. Nederland is een exportproduct rijker en er wordt flink aan verdiend. De productie gaat omhoog. Waarom ook niet? De verwachting is dat het belang van aardgas op termijn afneemt en dat kernenergie de toekomst heeft. Pompen dus!

Een zegen voor Nederland

Medio jaren tachtig als de productie op zijn hoogst is, is aardgas goed voor 6 procent van alle rijksinkomsten. Dat geld vloeit naar de algemene middelen en wordt dus aan van alles en nog wat besteed; van onderwijs tot de Oosterscheldedam en buurthuizen. Groningen profiteert ook – nou ja een beetje. Gasunie verhuist na gesputter naar Groningen, de Nam naar Assen. Aluminiumfabrikant Aldel vestigt zich in Delfzijl. De Nam groeit uit tot een grote, gerespecteerde werkgever die scheutig is met douceurtjes voor sportclubs en musea. Als boeren nadeel en dijken schade ondervinden van de gaswinning zijn daar compensatieregelingen voor.

Aardgas is schoon, aardgas is fijn. Een zegen voor Nederland, een forse inkomstenbron voor Shell en Esso. Om de grote gasbel in Groningen te ontzien wordt gas uit kleine velden, onder meer in de Noordzee, aangeboord en opgepompt. Zo hoopt en denkt Nederland nog heel lang lol hebben van die vondst in Kolham – wie zit er na de ramp in Tsjernobyl nog op kernenergie te wachten? In 2007 spreekt Nam-directeur Roelf Venhuizen de verwachting uit dat de Nam nog tot 2080 met het Groningenveld bezig zal zijn.

Gasleidingen aangelegd in Noord-Holland. Beeld ANP /  ANP
Gasleidingen aangelegd in Noord-Holland.Beeld ANP / ANP

Schoksgewijs daalt de bodem

Zijn er geen nadelen geweest? Is er niemand die op eventuele gevaren van de gaswinning heeft gewezen? In 1962 is er een parlementariër uit Groningen die Kamervragen stelt over mogelijke bodemdaling. Hij wordt gerustgesteld. In 1963 voorspelt een ingenieur, Willem Meiborg, dat de Groningse bodem zal dalen. Hij krijgt nauwelijks aandacht, al doet de Nam er wel onderzoek naar. De resultaten daarvan halen wel de burelen van de Nam en diverse overheden, maar niet de openbaarheid. Dat gebeurt pas jaren later na vragen van het nieuwe D66-Kamerlid Jan Terlouw. Meiborg zal later gelijk krijgen. Ja, de bodem daalt. Nee, dat geschiedt niet altijd gelijkmatig, zoals de Nam lang volhoudt. Ja, het gaat vaak schoksgewijs.

Eind 1986, op Tweede Kerstdag, is er een aardbeving in Assen. Die leidt tot Kamervragen, wat zorgen bij geologen en pas veel later tot een onderzoek. De Nam ontkent dat de beving iets met de gaswinning te maken heeft. De maatschappij zegt dat over latere bevingen ook. Die zijn er, zij het vrij ver van het gaswinningsgebied. Enige reuring ontstaat in 2003 na een reeks schokken. Die onrust dringt even door tot Den Haag waar er een woord voor komt: ‘bodembewegingsproblematiek’.

In augustus 2006 is er een flinke beving bij Westeremden (schaal 3,5 op de schaal van Richter), de zwaarste van de circa 900 bevingen die sinds ‘Assen’ zijn geregistreerd. Omwonenden zijn verontrust, maar tot de buitenwereld dringt hun bodembewegingsproblematiek nog altijd niet door.

Tergend trage afhandeling

Die buitenwereld wordt wakker na 16 augustus 2012 als de grond in Huizinge, op 20 kilometer van Kolham en vlak bij Westeremden, heeft geschud. De beving is nog iets krachtiger dan die bij Westeremden. Een paar maanden daarna wordt duidelijk dat er in het gaswinningsgebied kans is op aardbevingen van 4 tot 5 op de schaal van Richter – een punt extra betekent een tien keer zo zware beving.

Plots geeft de Rijksoverheid ook toe dat al lang bekend is dat de gaswinning tot aardbevingen leidt en dat er een oorzakelijk verband is tussen de omvang van de gasproductie en het aantal bevingen. Het Staatstoezicht op de Mijnen adviseert de gasproductie fors te verlagen. In datzelfde jaar, 2013, haalt de staat volgens de opgave van de Nam althans, zijn grootste gasjaarwinst ooit: 15,4 miljard euro. Maar als de Nam dat bekendmaakt, is het tijdperk dat aardgas alleen maar schoon en fijn was al voorbij. Er begint een nieuw tijdperk: dat van de afbouw van de gasproductie en de tergend trage afhandeling van schadeclaims van gedupeerde huizen- en boederijenbezitters. Dat gaat in een tempo dat wel heel sterk contrasteert met de enorme vaart waarin Nederland in de jaren zestig een aardgasland wordt.

Dit artikel onder meer gebaseerd op: Annegreet van Bergen: Gouden Jaren (2014), Wendelmoet Boersema: Gronings Goud (2021), Gerard J.. Borghuis : Veertig jaar NAM (1988), Margriet Brandsma e.a.: De Gaskolonie (2022, herziene druk), Aad Correljé: Hollands Welvaren. De geschiedenis van een Nederlandse bodemschat (1998).

Enquête

Maandag gaat de parlementaire enquêtecommissie van start die de aardgaswinning in Groningen onderzoekt. Deze commissie doet onderzoek naar de besluitvorming over de aardgaswinning, aardbevingen, de schadeafhandeling en de versterking van huizen en gebouwen in Groningen. Die verhoren lopen van 27 juni tot en met 1 juli en van 29 augustus tot 14 oktober.

Lees ook:

Het is tijd voor de waarheid over het Groninger gas

Geen onderwerp heeft me de afgelopen jaren zoveel reacties van lezers opgeleverd als de gaswinning in Groningen. Ze waren zelden positief.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden