Export

Hoe Nederland uitgroeide tot exportreus in de landbouw - en nu moet veranderen

Beeld Colourbox

Nederland is de tweede landbouwexporteur wereldwijd. Die positie is problematisch in het licht van de stikstofproblematiek en nertsenfokkerijen die geruimd moeten worden vanwege de coronacrisis. Hoe is die positie zo gegroeid?

De druk op de landbouwsector om een toontje lager te zingen, een toontje zuiverder, een toontje anders in ieder geval, neemt met het jongste advies van de commissie-Remkes verder toe. Er zal nog veel minder stikstof uitgestoten moeten worden. Bovendien klinkt vanuit de maatschappij een luidere roep om meer rekening te houden met het welzijn van dieren. Maar het hervormen van een sector die er een eeuw over heeft gedaan om te zijn waar die nu is, zal niet meevallen. 

Nederland is, na de VS, de grootste exporteur van land-en tuinbouwproducten ter wereld. Die status is historisch gegroeid, in verschillende, beslissende periodes in de geschiedenis, vertelt Krijn Poppe, senior econoom bij Wageningen Economic Research.

“Dat gaat terug tot de Middeleeuwen, toen de landbouwactiviteiten verschoven van het Middellandse Zeegebied naar Noordwest-Europa. De fysieke omstandigheden van Nederland waren natuurlijk gunstig voor landbouw: de vruchtbare grond, het klimaat, de verbindingen over water. Het exportmodel dat we nu hebben dateert al van duizend jaar geleden.” 

Een wielrennner rijdt langs de kassen in het Westland bij ’s-Gravenzande.Beeld ANP

Nederland moest wel, we verloren de Waalse staalindustrie

Met de overbevolking elders in Europa werd het bovendien aantrekkelijk om naar de Hollandse delta te trekken, ook omdat transport over water vele malen goedkoper was dan over land. Poppe: “Later, in de Gouden Eeuw, is hier de tuinbouw ontstaan en in de negentiende eeuw, toen België zich afscheidde van Nederland, zijn we opnieuw een echte handels- en landbouwnatie geworden. We moesten wel, we verloren de Waalse staalindustrie.”

De sector werd intensiever en massaler in de tijd van de wederopbouw, na de Tweede Wereldoorlog, vertelt Poppe. In 1953 adviseerde het LEI, de voorloper van Wageningen Economic Research, dat boeren hun kleine bedrijfjes op de zandgronden moesten vergroten en grote varkens- en kippenhouderijen beginnen. Dat was nog voor de tijd dat de Nederlander Sicco Mansholt Europees Commissaris van landbouw was (tussen 1958 en 1972).

Maar dat Mansholt de intensieve landbouw op poten zette om Europa voorgoed van een nieuwe hongersnood af te houden, zoals de brede aanname nu is, klopt niet helemaal, zegt Poppe: “Die uitspraak van ‘nooit meer honger’ heeft Mansholt nooit gedaan. Wij zijn meer gaan produceren en van daaruit exporteren omdat er dollars nodig waren om de wederopbouw van onze steden te betalen.”

Medewerkers bij een tulpenteler. De tulpenproductie overschrijdt dit jaar naar verwachting voor het eerst de grens van 2 miljard tulpen.Beeld ANP

Per regio afspraken maken over stikstofuitstoot

De grote landbouwbroek heeft Nederland tot dusver nooit uitgetrokken. Dat is nu wel, onder aanvoering van de commissie-Remkes, de opdracht. Al is het volgens Poppe niet voor het eerst dat de roep klinkt om minder produceren.

“Al in de jaren tachtig zei landbouwminister Braks dat we niet veel verder konden groeien”, zegt hij. “Inderdaad is door de jaren heen het systeem een beetje doorgeschoten en moeilijk terug te draaien. Maar we willen ook mooie natuur en vinden dierenwelzijn belangrijk. En de maatschappelijke kosten die we hiervan hebben, worden niet betaald door de consument elders. Eigenlijk willen we niet van onze export af, maar van de schillen die ze hier achterlaten.”

De Wageningse econoom denkt dat het gaandeweg mogelijk is om de omvang van de Nederlandse landbouw te begrenzen. Bijvoorbeeld door per regio afspraken te maken over stikstofuitstoot.

Want Friesland is Zeeland niet en het Groene Hart is anders dan Limburg. “Een harde sanering is niet leuk. Gelukkig zien we boeren al vaker iets anders gaan doen dan koeien of varkens houden. Maar processen gaan nu eenmaal langzaam. Er is vaak een crisis nodig om dingen te veranderen, en die hebben we nu met stikstof en corona.”

Beeld Louman & Friso

De Nederlandse export in cijfers: Bloemen en vlees gaan het vaakst de grens over, China is grootafnemer

Nederland is na de Verenigde Staten, de grootste landbouwexporteur van de wereld. De VS exporteerden in 2018 voor ongeveer 164 miljard dollar aan landbouwgoederen, goed voor ruim 9 procent van de wereldhandel in de landbouw. Nederland volgt met 6 procent. Duitsland staat op de derde plek, Brazilië en China op vier en vijf.

Veel van wat de boeren en tuinders in Nederland maken, gaat de grens over. Het product dat we het meest exporteren zijn bloemen: 93 procent gaat naar het buitenland, 78 procent van het pluimvee- en rundvlees en 43 procent van het varkensvlees wordt geëxporteerd. De meeste export vindt binnen de EU plaats. Een kwart van de Nederlandse export gaat naar Duitsland. 

Wat minder bekend is, is dat Nederland ook nog veel landbouwgoederen importeert, om het hier te ‘bewerken’, en vervolgens door te voeren. Daardoor liggen de totale exportcijfers ook zo hoog. Vorig jaar exporteerde Nederland voor 94,5 miljard euro aan landbouwgoederen. Daarvan was 68,5 miljard euro van Nederlandse bodem en 26 miljard euro wederuitvoer van landbouwgoederen van buitenlandse makelij. 

Dat staat in het rapport ‘De Nederlandse agrarische sector in internationaal verband’ van de Wageningen Universiteit dat begin dit jaar uitkwam.

Varkens in een stal.Beeld ANP

95 procent van het kalfsvlees gaat weer de grens over

Een voorbeeld van een doorvoerproduct is het kalf. In Europa worden jaarlijks meer dan 1 miljoen piepjonge kalveren over grote afstanden vervoerd. Ruim 800.000 van deze kalfjes eindigt bij Nederlandse kalverhouders, weet Stichting Dier&Recht. Ze worden hier vetgemest en geslacht, waarna 95 procent van het kalfsvlees weer de grens overgaat naar buitenlandse afnemers. In Nederland is nauwelijks vraag naar kalfsvlees.

Vlees, is na de sierteelt, het belangrijkste product dat we de grens over brengen. Nederland exporteert voor 9,5 miljard euro aan bloemen, planten, bloembollen en boompjes. En voor 8,8 miljard euro aan vlees. Zuivel en eieren leverden samen 8,6 miljard euro op. Groente 7,3 miljard euro: tomaten, paprika’s en komkommers zijn de belangrijkste exportgroenten.

En dan volgt fruit. We exporteerden voor 6,2 miljard euro aan fruit. Maar nauwelijks van eigen bodem. De belangrijkste exportproducten bij de groep fruit zijn avocado’s, druiven, bananen, mango’s, peren en noten. Dat is dus fruit wat we eerst van elders halen om het vervolgens weer door te verkopen. Het fruit van Nederlandse makelij, zoals peren, aardbeien en appels, behelst maar 21 procent.

Een nerts.Beeld ANP

Amsterdam is de grootste cacaohaven ter wereld

Wat zit er nog meer bij die 26 miljard euro aan buitenlandse producten? Cacao. Nederland voert via de haven van Amsterdam, de grootste cacaohaven ter wereld, jaarlijks ruim 1 miljard kilogram cacaobonen in. Deze worden door de industrie in de Zaanstreek verwerkt tot halffabricaten (cacaopoeder, cacaoboter) en chocoladeproducten. De halffabricaten gaan verder Europa in, zoals naar Zwitserland, België en Frankrijk. Nederland exporteerde in 2019 voor 4,7 miljard euro aan cacao en bereidingen van cacaoproducten.

Met name de Nederlandse nertsenhandel lag afgelopen maand onder een vergrootglas vanwege coronabesmettingen in fokkerijen. Qua opbrengst verbleekt de export met 154 miljoen euro bij bloemen en vlees. Denemarken is al jaren de grootste afnemer van de nertsenpelzen en was in 2015 goed voor 43 procent van de uitvoer. Het land is de grootste leverancier van nertsenpelzen en -producten in de wereld en vervult een centrale rol in de internationale bonthandel. 

Beeld Louman & Friso

Als we naar de export kijken, dan zien we dat we niet de hele wereld voeden, maar dat de meeste landbouwproducten van Nederland naar de buurlanden gaan. Nederland exporteert ook veel naar China, maar dat is wel een verhaal apart. Daar zit de grootste groei in de export van varkensvlees en babymelkpoeder. De Chinese run op varkensvlees heeft te maken met de Afrikaanse varkenspest in dat land. En China is al jaren een fan en dus grootgebruiker van Nederlands babymelkpoeder. De vraag hiernaar groeit continu.

Groei van 45 procent

De landbouw neemt in de totale Nederlandse goederenhandel een redelijk bescheiden plek in. Al jaren schommelt de landbouwexport tussen de 17 en 20 procent van de totale handel. En voor de import is dat aandeel 12 tot 14 procent. Maar in totaliteit groeit het wel hard. In 2008 was de omvang van de landbouwexport nog 65,2 miljard euro. En nu dus 94,5 miljard euro. Dat betekent een groei in elf jaar van 45 procent.

Lees ook:

Komt er na de Grote Boerenomslag nog genoeg brood op de plank?

De boeren zijn het beu de schuld te krijgen van de stikstofimpasse. Bovendien willen ze best verduurzamen, maar is zo’n omslag economisch haalbaar?  

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden