Banen

Hoe help je meer mensen met een arbeidsbeperking aan het werk? Twee werkgevers aan het woord

Koning Willem-Alexander brengt een werkbezoek aan Joustra Stoelverzorgers. Hij kreeg een rondleiding door het bedrijf waar ze meubels herstofferen.Beeld ANP

Er moeten nog veel meer mensen met een beperking aan een nieuwe baan worden geholpen. Maar hoe? Twee werkgevers aan het woord die er al jaren mee bezig zijn. 

Dertig man werken er bij Joustra Stoelverzorgers in Steenwijk. Twintig met een arbeidsbeperking en tien zonder. “Ik zoek mensen die voor mij kunnen werken, ik zou kansen laten liggen als ik die niet in alle lagen van de samenleving zou zoeken”, zegt Henry Joustra, eigenaar van de zaak. 

Ja, sommige van zijn werknemers hebben wat meer begeleiding nodig, een aangepaste stoel of een geluiddichte werkplek. “Als je ervoor kiest om mensen met een arbeidsbeperking aan te nemen, weet je dat je dat moet regelen. Bovendien zijn daar allerlei subsidies voor” , zegt Joustra.

Ook bij bierbrouwerij de Prael werken al negentien jaar mensen met een arbeidsbeperking. Ze plakken etiketten, verpakken flesjes in sixpacks, vervoeren spullen of staan achter de bar. “Werkgevers moeten niet zo bang zijn om mensen met een beperking aan te nemen”, zegt de goedlachse Fer Kok, bedrijfsleider en  voormalig  directeur van de zaak met locaties in Amsterdam, Den Haag en Groningen. 

Vorige week berichtte deze krant over een onderzoek van de vereniging Cedris. Daaruit blijkt dat er sinds de zogeheten banenafspraak tussen de overheid, werkgevers en vakbonden (tot 2026 moeten er zeker 125.000 nieuwe werkplekken bij komen voor mensen met een beperking) slechts 12.000 extra mensen met een beperking aan werk zijn geholpen. Volgens het ministerie van sociale zaken zijn het er 53.000, maar Cedris stelt dat er in dat cijfer veel mensen worden meegeteld die al via andere constructies aan het werk waren. Staatssecretaris Van ‘t Wout liet daarop weten zich niet in het onderzoek te herkennen. 

‘Angst wordt gevoed door de maatschappij’

“Zonde”, zegt Kok over de tegenvallende cijfers. Hij ziet dat veel werkgevers bang zijn voor wat ze niet kennen. “Die angst wordt gevoed door de maatschappij. Mensen zijn zo met zichzelf bezig. Als we meer mensen aan werk willen helpen, moeten we anders gaan denken. Ruimte maken voor mensen die iets meer hulp nodig hebben om mee te kunnen doen, meer dan dat is het niet.”

Volgens onderzoek dat het Sociaal Cultureel Planbureau deze week publiceerde heeft niet meer dan een derde van alle werkgevers mensen met een arbeidsbeperking in dienst. Dat percentage stijgt niet. Het zijn dus steeds dezelfde werkgevers die deze doelgroep aan werk helpen. 

Als verklaring voor het beperkte aantal plaatsingen noemen werkgevers vaak een gebrek aan geschikte vacatures. Verder blijkt het moeilijk om een goede match te realiseren tussen wat de werkgever kan bieden en wat de potentiële werknemer nodig heeft, zoals aanpassingen op de werkvloer. De mensen die wel geplaatst worden bij een reguliere werkgever hebben meestal lichamelijke beperkingen en een relatief kleine afstand tot de arbeidsmarkt. Mensen met psychische en verstandelijke beperkingen vallen vaak buiten de boot. 

Bij de Prael werken veel mensen met psychische problemen. Kok: “Ik heb vroeger als psychiatrisch verpleegkundige gewerkt. Het helpt dat ik begrijp wat bijvoorbeeld schizofrenie met iemand kan doen.” Toch denkt hij dat ook werkgevers zonder zorgachtergrond werk kunnen creëren voor mensen met een beperking. Het enige wat je echt nodig hebt is een beetje geduld”, zegt hij. 

“Werkgevers schrijven mensen die een beetje anders zijn al snel af en dat is zonde”, vindt Kok. Joustra knikt. “Iedereen heeft kwaliteiten, die moeten we benutten.” Als je mensen kunt laten doen waar ze goed in zijn, krijgen ze zelfvertrouwen en bloeien ze op. Mensen die voor 50 procent zijn afgekeurd kunnen met kleine aanpassingen bij mij voor tachtig procent aan het werk. Ze verbazen zichzelf vaak met wat ze  kunnen. Voor mij is dat gewoon keiharde winst.”

Een fijne en veilige werkplek

Toch: werkgevers die alleen op winst zijn gericht zullen meer moeite hebben om mensen met een beperking in dienst te nemen, denkt Kok. “Je moet een gedeelte van je aandacht durven verplaatsen naar anderen in de samenleving. Wij bieden mensen een fijne en veilige werkplek. Het is maar net wat je als winst ziet.” 

Joustra vindt dat werkgevers het wel vanuit een intrinsieke motivatie moeten doen. “Uiteindelijk moet je je bedrijfscultuur aanpassen. Dat lukt niet als je het niet echt wil. Je moet bijvoorbeeld de hr-afdeling erop attenderen dat ze ook zoeken naar minder standaard kandidaten.”

Bedrijven hoeven volgens Kok niet bang te zijn dat ze - met het inhuren van mensen met een beperking - worden gezien als een soort liefdadigheidsproject. “Die angst is onterecht.” Wel zouden de subsidieaanvragen eenvoudiger kunnen, vindt hij. “Het is soms ingewikkeld om uit te vogelen waar je als werkgever precies moet aankloppen om hulp te krijgen.”

Lees ook:

De belofte was: 125.000 extra banen voor mensen met een beperking. Zeven jaar later zijn het er 12.000

Het ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid meldde trots dat er de afgelopen jaren 53.000 mensen met een beperking aan een baan zijn geholpen. Uit een herberekening blijkt nu dat het maar om 12.000 mensen gaat.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden