Nederlands belastingstelsel

Hoe de lagere inkomens toch méér belasting betalen dan de allerrijksten

Lage inkomens betalen relatief het meeste belasting. Dat komt onder meer omdat ze een veel groter deel van hun inkomen moeten uitgeven aan vaste lasten. Beeld Arie Kievit
Lage inkomens betalen relatief het meeste belasting. Dat komt onder meer omdat ze een veel groter deel van hun inkomen moeten uitgeven aan vaste lasten.Beeld Arie Kievit

Het Nederlandse belastingstelsel vergroot de verschillen tussen arm en rijk, blijkt uit een nieuw rapport van het Centraal Planbureau (CPB). Juist de allerrijksten betalen het minst.

Lukas van der Storm

Voor wie zijn aangifte inkomstenbelasting in het voorjaar weer in moet vullen, lijkt het zonneklaar. Wie minder dan 69.000 euro per jaar verdient, valt in schijf 1, en betaalt een tarief van ruim 37 procent. Maar wie boven die grens uitkomt, moet over de rest van het loon 49 procent afdragen aan de staat. Want, zo luidt het cliché, de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten. En dus betalen hoge inkomens méér belasting. Toch?

Nee dus, concludeert het Centraal Planbureau (CPB) in een nieuw rapport. De inkomstenbelasting, waaraan veel mensen toch het allereerst denken als het over belastingen gaat, is namelijk lang niet de enige manier waarop we de overheidskas spekken.

Btw en sociale premies

We betalen bijvoorbeeld ook btw over alles wat we kopen. En daar werkt het systeem in feite omgekeerd. Lagere inkomens zijn logischerwijs een veel groter deel van hun maandinkomen kwijt aan boodschappen, energie, brandstof en andere vaste lasten. Over al die uitgaven betalen ze btw. En dus zijn ze hier een groter deel van hun inkomen aan kwijt.

Hetzelfde principe geldt bij de premies sociale verzekeringen, die bij veel mensen door de werkgever worden afgedragen. Daaraan is iemand met een inkomen van 25.000 euro per jaar nog wel minder kwijt dan iemand die het dubbele verdient. Maar vanaf een kleine 60.000 euro geldt het ‘maximumpremieloon’. Voor alle verdere verdiensten neemt de afdracht niet meer toe. En dus betalen hogere inkomens ook hier relatief minder dan lagere inkomens.

Dat leidt ertoe, zo becijfert het CPB, dat het Nederlandse belastingstelsel niet ‘progressief’ is, maar zelfs licht ‘degressief’: de belastingdruk neemt af naarmate de inkomens hoger worden. De 50 procent van Nederland die minder verdient, is gemiddeld 55 procent van het inkomen kwijt aan belastingen. Bij de 10 procent aan hoogste inkomens is dat slechts 36 procent.

Uitkeringen en toeslagen

Op die vergelijking valt wel wat af te dingen. Want deze cijfers gaan over het inkomen vóór herverdeling; de overheid heeft ook nog andere manieren dan alleen het belastingstelsel om de balans tussen arm en rijk op orde te brengen.

De lage inkomens geven op papier vaak meer dan 100 procent van hun inkomen uit aan btw. De toeslagen of uitkeringen die ze ontvangen tellen nog niet mee bij hun inkomen vóór herverdeling, waardoor hun inkomen erg klein of zelfs nul kan zijn.

Afbuigende belastingdruk voor hoogste inkomens

Bij de laagste inkomensgroepen zegt het percentage dat ze aan belasting kwijt zijn – de belastingdruk – lang niet alles. Maar zelfs als je de lagere inkomens buiten beschouwing laat, valt op dat de belastingdruk bij de hoogste inkomens naar beneden afbuigt. Voor alle midden- en hogere inkomens zijn de verschillen erg klein, en schommelt de totale afdracht aan belastingen zo rond de 40 procent van het inkomen.

Maar bij de 1 procent aan allerhoogste inkomens neemt de belastingdruk ineens fors af. “Dat gaat om een groep van ruim 80.000 huishoudens”, staat in het CPB-rapport. “Binnen deze groep zijn de verschillen groot. Voor de circa 8000 huishoudens met de hoogste inkomens is de belastingdruk nog veel lager. De reden is dat de inkomens van deze kleine groep voornamelijk uit kapitaalinkomen en ingehouden winsten bestaan, die veel lager belast worden dan andere inkomens.”

Wie belastingen én overheidsuitgaven samen neemt, ziet dat er uiteindelijk wel wordt herverdeeld. De 50 procent aan laagste inkomens verdient 19 procent van het geld, maar krijgt na herverdeling 29 procent. De 10 procent hoogste inkomens brengen 32 procent binnen, waarvan na herverdeling 25 procent overblijft.

Toch is die herverdeling minder sterk dan in eerdere studies, benadrukt het CPB. En dat komt vooral omdat nu beter gekeken is naar het feit dat btw en sociale premies voor lage inkomens zwaarder wegen. “Het totale belastingstelsel is veel minder progressief dan de inkomstenbelasting doet vermoeden.”

Lees ook:

Spaartaks dwingt coalitie kleur te bekennen over vermogensongelijkheid

Het debat over de spaartaks legt onenigheid in de coalitie bloot. Moeten vermogens zwaarder belast worden om getroffenen te compenseren?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden