Terug naar kantoor

Het Nieuwe Werken na anderhalf jaar corona: minder wandelgangen-kapitaal, meer bewustzijn

null Beeld Fadi Nadrous
Beeld Fadi Nadrous

Of we nu weer naar kantoor gaan of liever thuis blijven werken, zeker is dat de kijk op arbeid door corona voorgoed is veranderd. Aan de hand van drie w’s – werken, werkplaats en werknemer – schetsen specialisten Anita Koops en Bastiaan Starink een beeld van Het Nieuwe Werken.

WERKEN

Als de coronaperiode iets teweeg heeft gebracht, is het wel een nieuw soort bewustzijn, een herdefiniëring van het begrip werk. ‘Je werk’, dat was voor velen altijd iets waar je meestal naartoe ging, vaak zonder er bij stil te staan waarom eigenlijk. Ja, om ons brood te verdienen. Maar werk is natuurlijk meer. En nu, op de drempel van een milde rentree naar kantoor, is het moment aangebroken om de balans op te maken. Want wat is dat ‘meer’ dan?

Anita Koops, specialist hybride werken bij Arbo Unie, denkt dat het heel veel is. “Het heeft met tevredenheid te maken, met geluk, met aanzien, met waardering. Word je gezien, word je gehoord? Wat brengt het mij, wat geef ik terug? Je werk heeft ontzettend veel functies. Daar zijn mensen zich na anderhalf jaar huisarrest bewuster van dan ooit. Voor welke keuzen staan we eigenlijk? Die vraag speelt thuis en op kantoor.”

Medewerkers van online supermarkt Picnic op kantoor. Beeld ANP
Medewerkers van online supermarkt Picnic op kantoor.Beeld ANP

Ook Bastiaan Starink van accountant- en advieskantoor PwC (specialiteit: de toekomst van werk) benadrukt het belang van het hebben van een baan. “Werk is een van de belangrijkste factoren om je sociale en maatschappelijke status mee te bepalen, maar bijvoorbeeld ook je plezier. Het gaat om de rol die je hebt en die is niet te onderschatten. Dat merk je vaak pas als je met pensioen gaat en opeens niemand van het werk je meer belt. Je geluk, maar vooral ook je identiteit hangt samen met je baan.”

Denkt Koops dat we ons werk belangrijker zijn gaan vinden door de nieuwe situatie die ontstaan is? Of juist minder belangrijk? “Als we één ding geleerd hebben, is het dat er grote verschillen bestaan tussen individuen. Hoe meer ervaring je hebt, hoe beter je netwerk, hoe groter de kans is dat je een manier van thuiswerken gevonden hebt waar je je goed bij bent gaan voelen. Die mensen willen dat niet meer kwijt. Overigens zijn er ook medewerkers echt aan het wegkwijnen thuis, sommigen worden er zelfs ziek van. Veel mensen werken thuis veel en veel te hard, er zit soms geen rem op. We moeten nieuwe vaardigheden leren, bijvoorbeeld ‘scharrelen’ tijdens werktijd. Zonder schuldgevoel, want daar zijn we echt specialist in met z’n allen.”

WERKPLAATS

Wáár je die identiteit, dat geluk of ongeluk vervolgens uitdraagt of beleeft, dat maakt volgens een grote groep werkenden niks uit. Als ons huisarrest door corona iets heeft bewezen, zo redeneren zij, dan is het dat je veel werk bij wijze van spreken overal kunt uitvoeren. In de keuken, in het café, op de camping en desnoods in een gebouw met bureaus, stoelen en vergaderzalen. Hoe heette dat ook alweer? Een kantoor!

Aan het ‘waar-dan-ook-werken’ zitten veel voordelen. Door al het gezoom heeft de thuiswerkgeneratie een sprongetje gemaakt in digitale vaardigheden. Werkgevers en werknemers zijn flexibeler geworden in werktijden en werkwijzes. Videovergaderen is doorgaans een stuk efficiënter: doe jij dit, dan doe ik dat. Minder of geen reistijd scheelt ook een slok op een borrel. Helemaal niet gek dus, kortom, om te concluderen: het maakt niet uit waar je werkt.

Denken we er iets langer over na, stelt zowel Koops als Starink, dan maakt de werkplaats wel degelijk uit. En niet zo’n beetje ook. “De machtsverhoudingen zullen heel anders komen te liggen als werknemer en werkgever elkaar veel minder vaak fysiek treffen”, verwacht Koops. “Worden er geen belangrijke besluiten genomen zonder mij?” noemt Starink als voorbeeld.

null Beeld Fadi Nadrous
Beeld Fadi Nadrous

Wat er gebeurt op het werk en welke kant het op gaat, willen Koops en Starink maar zeggen, verloopt toch anders als je elkaar niet meer treft bij het kopieerapparaat. Bedrijven en organisaties missen dan de knowhow van ervaren medewerkers, die hun leidinggevenden in hun besluitvorming van dienst kunnen zijn door ‘in het echt’ en terloops tips te geven. Starink: “De wandelgangen hebben een functie. De toevallige ontmoetingen op een werkvloer. Die informele antenne mis je.”

Koops ziet in de praktijk dat al veel wandelgangenkapitaal verloren gaat, met name juist bij nieuwe medewerkers. “Ik geef de training ‘Kansen van het hybride werken’ en dan spreek ik jongeren die ergens een jaar in dienst zijn, hooguit drie collega’s kennen en een paar kleine klussen kunnen uitvoeren. Daar houdt het dan op. “Veel nieuwe medewerkers willen niet lastig zijn, kennen de mores van de organisatie niet en zijn voorzichtig met aan de bel trekken. Die mensen zijn eenzaam, niet alleen sociaal maar vooral ook professioneel. Ze hebben nog geen ‘sociaal kapitaal’ in de organisatie en modderen maar door in hun eentje.”

Volgens Koops is daarom zo ongeveer opdracht numero één voor werkgevers én werknemers: hoe houden we de verbinding met elkaar in stand? Kan dat wel met werknemers die zowel letterlijk als figuurlijk uit het zicht zijn geraakt? “Sommige mensen die eerst in de stad werkten, hebben zelfs een huisje in de Achterhoek gekocht”, vertelt Starink. “Zij denken nu: wacht eens even, ik zit hier net lekker, waarom zou ik terug naar kantoor gaan?”

De band met elkaar verstevigen zal niet lukken door een gedwongen voltijds terugkeer naar de kantoortuin, denkt hij. Werkgevers zullen als de bliksem moeten nadenken over andere manieren van coaching en elkaar bijstaan. “Wellicht moeten bedrijven overwegen mee te verhuizen naar de Achterhoek”, oppert Starink. “Maar waar precies gewerkt wordt, hangt ook af van de bedrijfscultuur van een onderneming en van het soort bedrijf. Een digitale onderneming met veel jonge techmensen gedijt beter in de stad.”

Eén ding is volgens Koops in elk geval zeker als het gaat over onze werkplek na corona: “Geen organisatie zal van ons eisen dat we weer vijf dagen naar kantoor komen.”

WERKNEMER

Het heeft er alle schijn van dat Het Nieuwe Werken na corona de verhoudingen tussen werkgever en werknemer behoorlijk door elkaar heeft gehusseld. Dat komt in de eerste plaats doordat de pandemie onmiskenbaar heeft aangetoond dat flexibeler werken in veel beroepen prima te doen is. Het schreeuwende tekort aan arbeidskracht in vrijwel alle sectoren van de Nederlandse economie maakt dat de positie van de werknemer vermoedelijk het sterkst is.

Starink, die naast zijn werk bij PwC ook bijzonder hoogleraar arbeidsmarkt, pensioenen en belasting is aan Tilburg University, zegt daarover: “De krapte op de arbeidsmarkt geeft werknemers een bepaalde luxe. Daarom moeten werkgevers zich onderscheiden met nieuwe mogelijkheden. Dan kun je denken aan veel meer maatwerk rondom de thuiswerkplek en arbeidsvoorwaarden zodat werknemers in staat zijn zaken aan te passen aan hun eigen behoefte. We weten uit ervaring dat zulke keuzemogelijkheden gewaardeerd worden.”

null Beeld Fadi Nadrous
Beeld Fadi Nadrous

Koops: “Als het je al lukt de juiste mensen binnen te halen wil je ze ook binnenhouden. Dan moet je het echt zoeken in het bieden van een klimaat waarin mensen graag voor je werken en willen blijven. Dat doe je door echte, oprechte aandacht. Ruimte voor collegialiteit, tijd om samen te reflecteren en van elkaar te leren. Investeer in goed leiderschap en teamontwikkeling, zodat je op werk niet alleen salaris krijgt maar ook aanmoediging, feedback, uitdaging.”

De omgeving van de mens is de medemens, en niet per se de zolderkamer of het kantoor, stelt Koops. “We willen ergens bij horen en een professionele identiteit opbouwen, vakmanschap ontwikkelen. Dan komt het plezier vanzelf. Dus ik zou zeggen: richt je daarop. Aandacht voor verbinding is mooi, maar dat zit niet alleen in de pingpongtafel en de loungebank. Het zit vooral in de kwaliteit van de verbinding. Daar kun je als organisatie veel aan doen.”

Benadruk de sociale kant van werken, zou Koops werkgevers adviseren. “Mensen willen elkaar ontmoeten, en dat is niet alleen sociaal prettig, het gaat ook heel erg over professionele vraagstukken. Leren doe je voornamelijk door anderen aan het werk te zien. Hoe borg je dat in een organisatie waarin iedereen zelf mag weten wanneer hij of zij op kantoor komt?”

Lees ook:

De voors en tegens van een 32-urige werkweek

‘We moeten juist meer gaan werken.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden