Prinsjesdag

Het kabinet spot met zijn eigen begrotingsregels

Minister Hoekstra presenteert het koffertje met de rijksbegroting en miljoenennota. Beeld ANP

Sinds 1994 scheidde de regering inkomsten en uitgaven strikt van elkaar. Volgens minister Hoekstra is het een weloverwogen keuze om met die traditie te breken.

Tenenkrommend, noemde minister Hoekstra van financiën de discussie over de zogeheten koopkrachtplaatjes afgelopen juni nog. Een inspanningsverplichting wilde hij nog wel toezeggen, om ervoor te zorgen dat de inkomens van de meeste mensen omhoog zouden gaan. Maar alle effecten die de uiteindelijke stijging van de koopkracht bepalen ‘heb ik als minister van financiën natuurlijk niet aan een touwtje’.

Wie de miljoenennota leest kan niet anders dan concluderen dat het met die inspanningsverplichting wel goed is gekomen. Sterker nog, Hoekstra laat in zijn tweede miljoenennota zien niet bang te zijn om onder de motorkap van de rijksfinanciën fors te schuiven om de gewenste koopkrachteffecten te bereiken. En tegelijkertijd de gevolgen van het versneld afbouwen van de gaswinning en de onlangs gesloten akkoorden over pensioen en klimaat op te vangen.

Aan de buitenkant zijn die bewegingen niet zo zichtbaar. Voor het vijfde jaar op rij is er in 2020 een overschot op de begroting, hoewel die wel een stuk lager uitvalt dan dit jaar: 0,2 procent van het bruto binnenlands product in 2020, om 1,3 procent in 2019. Dat ligt vooral aan de vertragende economie, waardoor minder belasting en premies in de schatkist vloeien.

Gecorrigeerd voor de stand van de economie prijkt er al een structureel tekort op de begroting van -0,4 procent van het bbp in 2020. Daarmee voldoet de regering nog maar net aan de binnen Europa afgesproken norm van een maximaal tekort van -0,5 procent, merkt de Raad van State op.

Bovendien, vervolgt het advies van de Raad van State, breekt Hoekstra met de jarenlange traditie om inkomsten en uitgaven van tevoren vast te stellen, en die bovendien strikt van elkaar te scheiden. Het kabinet houdt zich niet aan de eigen spelregels. Uitgavenkaders worden verlaagd omdat de regering er op sommige terreinen niet in slaagt het begrote geld überhaupt uit te geven. Miljarden worden doorgeschoven naar latere jaren, en meevallers op het ene terrein worden gebruikt om uitgaven op andere terreinen te doen. Sinds de invoering van het trendmatig begrotingsbeleid in 1994 onder toenmalig minister Zalm, zou dat eigenlijk niet langer mogen.

Meeprofiteren

Maar volgens Hoekstra is het nodig om nu even niet op die regels te letten. Ja, de begrote inkomsten worden verlaagd, maar dat is ‘een welbewuste keuze om huishoudens mee te laten profiteren van de gunstige economische ontwikkeling’. Het kabinet trekt 3 miljard uit om de lasten te verlagen, overigens voor de helft op te brengen door bedrijven in de vorm van een mindere verlaging van de winstbelasting.

Ook het geschuif met miljarden in de uitgaven is een ‘weloverwogen keuze van het kabinet’, schrijft Hoekstra. Dit om de gevolgen van onder andere het pensioen- en klimaatakkoord op te vangen, en extra geld uit te trekken voor bijvoorbeeld de woningmarkt en de jeugdhulp. Kind van de rekening is daar de zorg, waar de komende jaren ongeveer een miljard euro per jaar minder voor wordt uitgetrokken.

Opvallend is ook dat de regering zijn ambities helemaal niet lijkt te kunnen bijbenen. De overheidsuitgaven groeien fors de komende jaren, maar een steeds groter gedeelte van die miljarden worden – bij gebrek aan plannen, personeel of vanwege andere blokkades – helemaal niet uitgegeven, maar doorgeschoven naar latere jaren. Daardoor lijkt op dit moment de staat van de overheidsfinanciën een stuk fraaier dan die in werkelijkheid is, terwijl de uitgaven in latere jaren het overheidssaldo juist negatief zullen beïnvloeden.

Lees ook:

Het kabinet heeft geld en het heeft plannen. Nu nog de handen om ze uit te voeren.

De publieke sector krijgt een impuls in de Prinsjesdagplannen van het derde kabinet-Rutte. Mooie voornemens genoeg, nu de uitvoering nog.

Geen belofte: koopkracht zal stijgen

Er zijn veel mitsen en maren, maar gemiddeld krijgt de Nederlander er volgend jaar ruim 2 procent bij.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden