Coronacrisis

Helpt creatief boekhouden me uit de penarie, vragen ondernemers zich af

Zzp'ers veranderen hun eenmanszaak in een besloten vennootschap, ziet de Kamer van Koophandel. Beeld Colourbox

Een groeiend aantal zzp’ers verandert de eenmanszaak in een bv, in de hoop zo privé-vermogen veilig te stellen mocht de zaak failliet gaan. Maar zo werkt het niet.

De Kamer van Koophandel ziet een kleine toename in het aantal ondernemers dat hun eenmanszaak omzet in een besloten vennootschap (bv). “Zzp’ers die het moeilijk hebben, willen met de overstap voorkomen dat ze privé worden meegesleept in de financiële problemen wanneer hun bedrijf failliet gaat”, zegt Pim van Rijswijk, directeur van VRB adviesgroep, dat ondernemers voorziet van fiscaal advies. “Met een besloten vennootschap ben je als bestuurder niet aansprakelijk bij een faillissement, als eenmanszaak ben je dat wel.”

Een slimme truc? Niet echt, zegt de Kamer van Koophandel, die de stijging van het aantal omzettingen ook nuanceert: het komt vaker voor dat het aantal bv’s aan het einde van een kwartaal toeneemt.  Een woordvoerder van de KvK: “Ben je als eenmanszaak overeenkomsten aangegaan en moet je daaraan verbonden facturen nog betalen, dan kun je die schulden niet zomaar overdragen aan de bv. Je bent de overeenkomst immers aangegaan als eenmanszaak.”

Oftewel, het veranderen van bedrijfsvorm heeft voor een zzp’er die het nu financieel lastig heeft niet veel zin. Toch snapt Van Rijswijk de ondernemers wel: “Ze willen hun privéleven veiligstellen, maar halsoverkop een bv worden biedt weinig bescherming. Als je nu de overstap naar een bv maakt en in juli failliet gaat, dan prikt een curator daar in deze tijd echt wel doorheen. Dat heet faillissementsmisbruik.”

Kunnen ze de omzet niet tijdelijk iets drukken?

Volgens van Rijswijk proberen bedrijven ook op andere manieren het hoofd boven water te houden. “We worden platgebeld door ondernemers die net buiten de steunmaatregelen van de overheid vallen. Ze vragen zich af of ze niet iets kunnen doen om er toch aanspraak op te maken, of ze niet een beetje kunnen sjoemelen met de boekhouding”, aldus de directeur. “Er zijn heel wat ondernemers die wel omzetverlies hebben, maar net niet genoeg verlies verwachten om in aanmerking te komen voor de loonkostenvergoeding. Een aanzienlijk aantal ondernemers vraagt of ze de omzet niet tijdelijk iets kunnen drukken, zodat ze toch overheidshulp krijgen.”

Voor de Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (Now) moet een ondernemer aantonen dat die in drie maanden van dit jaar minimaal een omzetdaling van 20 procent had, vergeleken met de gemiddelde omzet in 2019. Van Rijswijk: “Bedrijven proberen aan die 20 procent te komen door wel diensten te leveren, maar pas later te factureren. Ook kunnen ze uitstel van betaling verlenen aan klanten, zodat het geld dat ze normaal binnenkrijgen, nu buiten die drie maanden valt.” 

Werkgeversorganisaties VNO-NCW en MKB-Nederland vragen ondernemers integer om te gaan met de regelingen die het kabinet aan noodlijdende ondernemers biedt. “Haal geen kunstgrepen uit", zegt een woordvoerder namens beide organisaties. “Wat je er op de korte termijn misschien mee wint, moet je straks terugbetalen”, aldus de woordvoerder. De werkgeversorganisaties zien zelf niet dat er op dit moment wordt gesjoemeld door ondernemers. 

Fysiotherapeut: waarom tandartsen wel en wij niet?

Slechts één patiënt zit binnen bij ‘Fysiotherapie Oudegracht’ in het historische hart van Alkmaar. Daarmee, en met nog een enkeling, moeten praktijkeigenaar Frans Ursem en zijn collega’s het dezer dagen doen. “We behandelen nog maar een kleine 10 procent van datgene wat we gewend zijn, met een beperkt aantal fysiotherapeuten.”

De ellende begon volgens Ursem toen minister Grapperhaus van justitie en veiligheid zich ergens aan het begin van de crisis liet ontvallen dat fysiotherapie in deze tijd niet meer was te bedrijven. “Dat zou een ‘no go’ zijn en dat was de nekslag voor onze branche. Onze handen zitten in de boeien en dat is lastig in dit vak.” Hij merkt om zich heen dat de onvrede over de verlengde maatregelen toeneemt. Vooral de discussie over in hoeverre een beroep een contactberoep is. “Er klinkt wel een steeds luidere roep: Waarom tandartsen wel en wij niet? En daar zit iets in. Wij behandelen mensen niet in de gevaarlijkste zones. Wij zijn een paramedisch contactberoep, wij zijn erop geschoold wat wel en niet kan.”

De spaarzame patiënten die nu de praktijk aan de Oudegracht nog bezoeken, komen volgens hem vrijwel allemaal via de huisarts bij hem terecht. Het zijn mensen met ernstige klachten die niet kunnen wachten. Ursem: “Anderen bellen en zeggen ‘Frans, ik trek het echt niet meer’. Daarnaast selecteren wij nog eens extra aan de poort. Op leeftijd, op kwetsbaarheid. En we geven mensen die bijvoorbeeld werkzaam zijn als mantelzorger voorrang. Uitstel van een behandeling leidt bovendien tot ergere klachten en dat leidt tot meer druk op ziekenhuizen. Fysiotherapeuten hebben een heel belangrijke taak in het ontzorgen van de zorg.”

Winkelier: nu al onvoldoende geld om wintercollectie in te kopen

Op de Alkmaarse Laat, de langste winkelstraat van de stad, staan lange rijen mensen te wachten voor twee luxe modewinkels. Normaal gesproken een beeld waar iedere winkelier van droomt. Maar ‘Queens’ en ‘All the Queen’s men’, zoals de winkels heten, hebben het loodje moeten leggen. Net als de derde vestiging van het bedrijf van Petra Zijlstra (58), verderop in de binnenstad. De boosdoener: Het coronavirus. “Ik was een gezond bedrijf met een vaste, trouwe klantenkring uit binnen- en buitenland. Mijn winkels draaiden voor een deel ook dankzij toeristen, maar nu die sinds half maart niet meer komen heb ik kort daarop de winkels moeten sluiten. Als de vaste kosten dan doorlopen en de wintercollectie al moet worden ingekocht, lukt het gewoon niet meer.”

Eigenlijk houdt ze zich nóg flink want gisteren was de crematie van een familielid die aan het virus is overleden. Het zijn vandaag de klanten die haar op de been houden. Natuurlijk, die rijen voor de deur had Zijlstra liever vóór ‘corona’ bij haar winkels gezien, maar ze merkt aan alles dat de mensen het beste met ‘Queens’ voor hebben en het ongelooflijk jammer vinden dat ‘zo ongeveer de mooiste kledingwinkels van Alkmaar’ over een paar dagen voorgoed sluiten. “Nee, ik vind die rijen niet pijnlijk. Ik begrijp het helemaal. Wij hebben hier prachtige spullen en die krijgen ze nu voor de helft. Je merkt aan alles hoe erg ze het vinden. Voor henzelf maar ook voor ons. De mensen zijn zó lief. De een komt met een taart, de ander heeft een flesje wijn meegenomen. Het geeft aan dat wij voor heel veel klanten een vast adres waren.”

Zijlstra heeft uiteindelijk het besluit om niet verder te gaan zelf genomen. De tien medewerksters (‘mijn meiden’ noemt Zijlstra ze liefkozend) begrepen het wel, ze werken ook al zo lang met elkaar. “Als ik nu 28 was geweest, was ik wel door gegaan. Maar ik ben 58, ik ga die schuldenlast niet meer aan. Goed ondernemerschap is ook weten wanneer je moet stoppen.”

Strandtenteigenaren: net twee weken open en toen moest de strandtent alweer dicht

Een mooie ligging op het strand, wijd terras en comfortabele ligstoelen. Kim Rijnders en haar man Jasper Jansen openden 28 februari vol goede zin de deuren van hun strandpaviljoen Tent 6 in Zandvoort. Vanwege de coronacrisis sloten zij twee weken later de deuren weer.

Vijf jaar geleden begonnen Rijnders en Jansen met Tent 6. “Voordat wij het strandpaviljoen begonnen, werkte ik in een club in Amsterdam. Op het moment dat wij kinderen kregen werd ’s nachts werken lastig en wilden wij iets anders. Zodoende zijn wij samen Tent 6 gestart, met vijf succesvolle seizoenen.”

Er zijn zes vaste personeelsleden bij Tent 6 met in het hoogseizoen extra flexkrachten. “Het vaste personeel betalen wij door en dat lukt nog wel. Onze hoogste kosten zitten voornamelijk in het personeel en de inkoop, maar ook de op- en afbouw van het paviljoen”, vertelt Rijnders. “Wij doen ons best niet in de paniek te schieten.”

Rijnders en Jansen hebben de tegemoetkoming voor ondernemers van 4000 euro aangevraagd, maar wachten vooral op de beslissing vanuit de overheid dat zij weer open mogen. “Wij vallen onder horeca, maar onderscheiden ons in de mogelijkheid om ruime terrassen te maken door de ruimte van het strand. Dat kan in een klein restaurant in Amsterdam niet.”

Een grote buffer hebben Rijnders en Jansen niet, maar zij blijven positief. “Mijn man en ik zijn echte horecamensen. Wij proberen er alles aan te doen om overeind te blijven. Wij zijn met de gemeente in gesprek over het verlengen van het seizoen. Binnenkort kunnen gasten ook bij ons terecht om wijn, kant-en-klaarmaaltijden en cadeaubonnen te kopen. Wij geven niet gauw op.”

Ondernemer met administratiekantoor: ‘De overheid kan niet iedereen redden’

Willem Ravenhorst is al 25 jaar eigenaar van ASR fiscaal dienstverleners in Hilversum. Tot nu toe merkt zijn administratiekantoor weinig van de coronacrisis. “Het is druk”, zegt Ravenhorst, die met drie man personeel op kantoor zit.

“Het is druk omdat eind mei iedereen zijn aangifte omzetbelasting moet inleveren. Er we krijgen ook veel vragen over hoe ondernemers gebruik kunnen maken van de ondersteuningsmaatregelen van de overheid”, zegt hij. Het is niet zo dat de coronacrisis hem helemaal niet raakt: “We hebben ook klanten die nu harde klappen krijgen zoals kappers, een aantal heeft aangegeven onze dienst niet meer te kunnen betalen.”

Hij denkt dat het kabinet ook niet alle ondernemers kan redden en volgens hem is dat ook niet de bedoeling. “Door iedereen te redden, red je ook de schijn-ondernemers”, zegt hij. “Mensen die vanwege de fiscale voordelen ondernemer zijn geworden maar dat niet echt zijn. Denk aan een goede schilder die zich inschrijft als ondernemer maar zich daarna laat inhuren door andere ondernemers. Ben je dan een ondernemer of gewoon een goede schilder? Ik denk dat laatste”, zegt Ravenhorst.

Hij denkt dat de crisis ervoor zal zorgen dat die ondernemers weer in loondienst gaan. “Dat zal wel veel invloed hebben op hoe de arbeidsmarkt er straks uit zal zien.” Ravenhorst vraagt zich ook af of het nog zal lukken om de horeca te redden. “Die 1,5 meter zal veel kroegen de das om doen. De vraag is of je die moet blijven redden of dat je moet concluderen dat er geen werk meer is voor die branche. Dan moet volgens mij zo snel mogelijk gekeken worden naar goede alternatieven voor die zaken.”

Zelf hoopt hij dat zijn drie kinderen – nu tieners – nog een baan kunnen vinden als ze klaar zijn met school. “Ik hoop echt dat het snel weer goed gaat met Nederland.”

Lees ook: 

Veertig procent van de zzp’ers redt een jaar zonder inkomen wel, twintig procent zeker niet

Twintig procent van de zzp’ers is de coronacrisis in gegaan met een zeer mager spaarpotje. Daarentegen voorziet 40 procent van de zelfstandigen het komende jaar geen financieel probleem. 

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden