Bijstand

Gemeenten testen een participatie-inkomen, en dat lijkt te werken

Bijstandsgerechtigde Sylvia Keuken, met haar hond Muis.

Wellicht helpt een andere aanpak bijstandsgerechtigden vooruit. Dus testten gemeenten het participatie-inkomen. En dat lijkt te werken.

Worden bijstandsgerechtigden gelukkiger of komen ze sneller aan een baan als de sociale dienst ze anders begeleidt? Elf gemeenten deden daar onderzoek naar. “In de bijstand draait het nu vooral om plichten, belonen en straffen. Wie werkt, wordt beloond. Wie niet werkt of niet genoeg zoekt naar werk, wordt achter de broek gezeten”, zegt hoogleraar sociale economie Ruud Muffels. “Uit literatuur blijkt dat het beter werkt als mensen iets doen vanuit een intrinsieke motivatie, niet omdat ze anders op hun kop krijgen.”

Daar komt bij dat veel bijstandsgerechtigden niet de juiste kwalificaties hebben. Twee derde kampt met fysieke of mentale problemen, zegt de hoogleraar. “Voor hen is werk op de korte termijn een brug te ver. Zij hebben een tussenstap – scholing, behandeling – nodig.”

Maatwerk in plaats van standaardtrajecten

Daarom werkten Wageningen, Tilburg, Utrecht, Groningen, Deventer en Nijmegen twee jaar lang met het zogenoemde participatie-inkomen. Ze verdeelden bijstandsontvangers in vier groepen: één kreeg minder regels opgelegd, één kreeg meer begeleiding, één mocht een extra deel van de bijverdiensten houden en voor één veranderde er niets. Apeldoorn, Os, Geldrop-Mierlo, Amsterdam en Uden sloten zich er, zonder formele toestemming, bij aan.

“Deze elf gemeenten luisteren naar de bijstandsgerechtigden en bieden maatwerk in plaats van standaardtrajecten”, zegt Muffels. Hoewel hij over de uitkomsten nog weinig kan zeggen, weet hij al wel dat veel begeleiders er heil in zien. “Ze kunnen mensen beter helpen en geven het experiment een dikke acht.”

Bijstandsontvangers zelf waren lange tijd wantrouwig. Niet gek, vindt Hans Zuidema, die het experiment in Wageningen leidde. “Mensen aan de onderkant van de samenleving zijn vaak teleurgesteld in het gedrag van overheden. En ze schamen zich voor hun situatie. Het duurde een half jaar voor ze geloofden dat we ze niet wilden belazeren.”

Zuidema blikt tevreden terug. In zijn gemeente deden er 410 mensen mee, iets meer dan de helft van het aantal dat een uitkering ontvangt. “Mensen van wie we dachten dat ze niet meer uit de bijstand zouden komen, zijn nu weer aan het werk.” Hij geeft een voorbeeld: “Een alleenstaande Somalische moeder deed haar klachten bij de sociale dienst ­erger voor om maar niet te hoeven werken. Ze was bang dat ze met een baan – er werd aangestuurd op fulltime werken – niet meer voor haar twee jonge kinderen kon zorgen. We hebben uitgelegd dat ze ook deeltijd kan werken. Nu werkt ze tien á vijftien uur per week in de zorg.”

Betaalde baan

“Het gaat nu eens niet over wat we van bijstandsgerechtigden vinden, maar over hoe we hen het beste kunnen helpen”, zegt de Utrechtse wethouder Linda Voortman (GroenLinks). In Utrecht deden 711 mensen mee, ongeveer één op de elf bijstandsontvangers. Begeleiders, deelnemers en zijzelf zijn positief over het experiment. Hoeveel deelnemers tijdens het experiment een betaalde baan hebben gevonden kan ze nog niet zeggen.

Dat is ook niet het doel van het experiment, zegt Muffels. “Het gaat er niet om dat mensen zo snel mogelijk betaald werk vinden, maar dat ze een bijdrage leveren aan de samenleving. Dat kan ook door een cursus te volgen of vrijwilligerswerk te doen.”

Anders omgaan met bijstands­gerechtigden is niet eerder op deze schaal getest. Andere landen kijken met belangstelling uit naar de resultaten, zegt Muffels. Die worden in april gepresenteerd.

Sylvia Keuken (Wageningen): Door het experiment voel ik me geen nummertje meer

“Gemeentemensen willen normaal maar één ding: weten of je al een baan hebt”, zegt Sylvia Keuken (56) uit Wageningen over hoe het is om in de bijstand te zitten. Om te zien of het ook anders kan, deed ze mee aan een experiment met het participatie-inkomen. “Ik kreeg extra begeleiding van mijn manager van de gemeente. We sporten iedere week samen en spreken elkaar vaker. Ook over persoonlijke dingen”, zegt ze. 

De moeder van twee kinderen raakte haar baan in de thuiszorg kwijt toen ze zeven jaar geleden borstkanker kreeg. “Ik vond werken zo belangrijk, dat ik in de ochtend mijn cliënten bezocht en daarna direct doorging naar Arnhem voor mijn bestraling”, zegt ze. “Dat ik dat niet kon volhouden, vond ik moeilijk te accepteren.”

Ze vindt na de thuiszorg wel andere baantjes, maar het is lastig om ze te houden vanwege haar gezondheidsklachten. Een paar jaar later krijgt ze te horen dat ze longkanker heeft. Om uitzaaiingen te voorkomen worden er stukken van haar long weggehaald.

“Sinds die operatie ben ik heel snel buiten adem. Mijn energie is snel verbruikt. Daarom moet ik iedere middag even slapen.” De goedlachse Keuken: “Vind maar eens een baas die het prima vindt dat je tussen de middag even een tukkie gaat doen.” Een betaalde baan vinden is om die reden lastig, legt ze uit. “Dat begrijpt mijn begeleider ook. Hij is trots op het vrijwilligerswerk dat ik doe bij de dierenvoedselbank. En hij dwingt me niet om een baan te zoeken met werk dat ik onmogelijk kan volhouden. Een verademing”, zegt Keuken.

Door het experiment voelt ze zich geen nummertje meer. Dat was eerder wel zo. “Door de manier waarop mijn begeleider met mij is omgegaan heb ik gezien dat gemeente­medewerkers ook mensen zijn en dat ze je als mens kunnen ­behandelen.”

Lees ook:

Een verplichte basisverzekering, hoe dan?

Hans Borstlap wilde er gisteren niet zo heel veel over kwijt. Maar onderzoeksbureau SEO rekende vorige maand al uit wat bepaalde hervormingen van het sociale zekerheidsstelsel gaan kosten

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden