Brandbrief

Gemeenten moeten bij iedereen met een betalingsachterstand langs - maar kunnen dat niet

Staatssecretaris Tamara van Ark van sociale zaken en werkgelegenheid (VVD). Beeld ANP

Straks moeten gemeenten een gesprek aangaan met iedereen die een betalingsachterstand heeft bij een energieleverancier, verhuurder of zorgverzekeraar. En daar hebben ze de mankracht niet voor, stellen ze in een brief aan het kabinet.

Gemeenten zien de toekomst van schuldhulpverlening somber in als staatssecretaris Tamara van Ark haar plannen niet wijzigt. Zij vrezen straks veel extra tijd kwijt te zijn aan het benaderen van mensen met betalingsachterstanden, zonder dat daar extra geld vanuit het kabinet tegenover staat. Dat schrijven ze in een brief aan de staatssecretaris. 

Van Ark werkt aan een wetswijziging. Het doel daarvan is problematische schulden vroeg te signaleren. Naast energieleveranciers en zorgverzekeraars mogen straks ook woningverhuurders betalingsachterstanden doorgeven aan de gemeentelijke schuldhulpverleners. Die kunnen dan direct te hulp schieten, gesprekken voeren en advies geven om erger te voorkomen. 

In de wet komt te staan dat gemeenten straks geen enkel signaal links laten liggen. Al bij een enkele kleine betalingsachterstand zullen zij een gesprek met de schuldenaar moeten aanknopen. 

Op zich zijn gemeenten blij met de nieuwe wet en alle mogelijkheden tot vroege signalering van betaalproblemen. Toch trappen ze nu zelf een beetje op de rem. In de brief stelt de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) dat haar leden afspraken moeten kunnen maken over welke signalen schuldeisers wel moeten doorsturen, en welke niet. Een onbetaalde waterrekening bijvoorbeeld, is een kleiner probleem dan een huurachterstand. Daarover hoeft een waterbedrijf niet altijd alarm te slaan.

Kwaliteit omlaag

De brief naar Van Ark is ook ondertekend door Divosa (de vereniging van gemeentelijke leidinggevenden in het sociaal domein), de Landelijke Cliëntenraad, Sociaal Werk Nederland en schuldhulpvereniging NVVK. Al die partijen zeggen: het kan niet anders of de kwaliteit van de hulpverlening gaat straks juist omlaag in plaats van omhoog, als ze achter elk signaal aan moeten hollen.

Marleen Smit van Divosa: “Door het aantal zaken dat straks op ons afkomt, kunnen we er niet meer onderuit om deze mensen straks per brief te bereiken in plaats van er persoonlijk langs te gaan. En we weten uit ervaring dat een brief bijna niets uithaalt, veel minder dan een gesprek.” Als het lukt om langs te gaan bij elke kleine betalingsachterstand, zullen mensen zich aangevallen voelen, denkt ze. “Zo van: ‘Laat mij er eerst zelf even proberen uit te komen’”, zegt Marleen Smit.

Privacywet

Van Ark heeft wel redenen om van gemeenten te eisen dat ze bij elke schuld, hoe klein en onbelangrijk ook, tot actie overgaan. Dat is volgens haar nodig om het delen van dit soort gegevens te laten rijmen met de Europese privacywet AVG. Het rondsturen van betalingsachterstanden mag alleen als dat ook een doel dient, stelt Van Ark. Als daar, met andere woorden, ook echt iets mee gedaan wordt.

De gemeenten en schuldhulpverleners zien die privacywet iets ruimer dan de staatssecretaris. Zij schrijven dat zij een signaal ook opvolgen als zij dat louter op bruikbaarheid beoordelen. En uit een beoordeling kan ook komen dat het signaal niet zwaar genoeg is om bij de schuldenaar aan te bellen. “Juist met inachtneming van de AVG is het niet wenselijk en buitenproportioneel om inwoners te benaderen op basis van een enkelvoudig en kwalitatief laag signaal”, zo staat in de brief.

Praktijkproef

Stel dat dat straks toch moet, dan vergt dat volgens de gemeenten ‘forse extra uitvoeringscapaciteit’. In de toelichting van de wetswijziging staat dat de maatschappelijke en financiële baten goed opwegen tegen die extra kosten. Daar kunnen de briefschrijvers niet veel mee. De kosten liggen bij de gemeenten, schrijven zij, terwijl de baten ook naar de Rijksoverheid en schuldeisers zullen gaan. Die krijgen meer rekeningen betaald. Een praktijkproef moet nu uitwijzen hoe hoog de kosten van het vroeg-signaleren precies gaan zijn.

Overigens twijfelt niemand aan de basis van het idee: op tijd doorhebben wie mogelijk in de problemen komt. Mensen moeten een grote drempel over voor ze durven toegeven dat ze hulp nodig hebben. Cijfers van het ministerie illustreren dat. Naar schatting kampen 540.000 huishoudens met problematische schulden, terwijl maar zo’n 193.000 huishoudens bekend zijn bij organisaties voor schuldhulpverlening of -sanering.

Vijftien schuldeisers

Een schuld geldt als problematisch als de maandelijkse aflossing groter is dan het vermogen van een huishouden om af te lossen. Gemiddeld gaat het dan om tienduizenden euro’s en om vijftien verschillende schuldeisers per huishouden. 

De wetswijziging moet nog worden goedgekeurd door de Eerste en de Tweede Kamer. Als dat is afgerond zou de wet in kunnen gaan in 2021.

Lees ook:

Veel plannen, weinig daden: schuldhulpverlening zakt weg in het zand

Twee jaar na de kabinetsformatie zijn er veel plannen en weinig daden om mensen die door schulden in de penarie zitten te helpen.

Ahmed bracht tien jaar geleden twee dvd’s te laat terug, nu zit hij diep in de schulden

Schulden zijn handel. Incassobedrijven kopen ze op bij bedrijven die ze zelf niet kunnen innen. Door hun werkwijze loopt het bedrag dat mensen met schulden moeten betalen vaak nog hoger op. Wettelijk zijn de bureaus lastig te stoppen. Regelgeving over schulden komt toch al moeilijk van de grond.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden