Gezondheid werkvloer

Flexwerkers incasseren de fysieke klappen op de werkvloer, vast personeel de emotionele

Flexwerkers zoals uitzendkrachten hebben het zwaar op de werkvloer.Beeld ANP

De risico's zijn niet gelijk verdeeld over alle verschillende arbeidscontracten in Nederland. De flexkracht krijgt meer fysieke klappen, de vaste medewerker de emotionele.

Of je als werkende in Nederland ­gezond je pensioen haalt, hangt mede af van de vorm van je contract. Tijdelijke werknemers, uitzendkrachten, zelfstandigen en vast personeel: allemaal hebben ze zo hun eigen gezondheidsrisico’s op de werkvloer. Dit terwijl bijna al die werkenden vallen ­onder de Arbowet, en – op papier – dus gelijke bescherming genieten tegen werkdruk en gevaarlijke situaties.

De Sociaal-Economische Raad (Ser), de belangrijkste raadgever van het kabinet, trekt die conclusie in een vandaag gepubliceerde verkenning. Daarbij leunt de Ser op een nieuwe analyse van onderzoeksinstituut TNO, dat zich opnieuw boog over werknemers- en zelfstandigen-enquêtes uit 2017 en 2018.

Reden voor het onderzoek is dat het aantal flexwerkers de laatste tien jaar enorm is gestegen. En daarmee de belangstelling voor de vraag hoe veilig hun werk is.

De uitzendsector noemt zich het minst gezond

Elk type arbeidsrelatie komt met een eigen lijst problemen. Uitzendkrachten ervaren de meeste burn-outklachten. Ook worden ze het meest gepest of geïntimideerd door collega’s (intern ongewenst gedrag). Verder is uitzendpersoneel het vaakst slachtoffer van bedrijfsongevallen en komen uitzendkrachten het meest in aanraking met gevaarlijke stoffen. De sector noemt zich, in het kort, het minst gezond van de hele arbeidsmarkt.

Oproep- en invalkrachten kampen juist weer het meest met ‘extern ­ongewenst gedrag’ als agressie en ­geweld. Net als de uitzendsector hebben zij relatief vaak bedrijfsongelukken en hun werk is fysiek zwaar. Simpel gesteld: de flexibele schil vangt de meeste fysieke klappen op in de arbeidsmarkt.

Vaste werknemers meer de emotionele. Zij draaien de meeste overuren (70 procent tegenover zo’n 66 procent van alle werkenden). En ook vervullen ze vaker ‘hoge kwalitatieve taakeisen’, wat jargon is voor hard, snel en veel moeten werken: 41 procent doet dat vaak of altijd, tegenover zo’n 38 procent van alle werkenden. Onder vaste krachten klinkt de roep om maatregelen tegen werkdruk en stress dan ook het hardst. 

Beeld Sander Soewargana

De zzp’er heeft het minste last van burn-outklachten

Op veel van alle bovenstaande ellende vormt de zzp’er de uitzondering. Die noemt zich bovengemiddeld vaak gezond, heeft het minste last van burn-outklachten en is de laatste twaalf maanden het minst vaak slachtoffer van een arbeidsongeval.

Wat betreft autonomie stijgen zelfstandigen (vanzelfsprekend) al helemaal boven de rest uit. Wel bemerkt TNO onderlinge verschillen tussen de eenpitters. In de bouw, het onderwijs en de cultuursector hebben zij het wel degelijk zwaarder dan hun vast aangestelde collega’s.

De karakteristieke risico’s verschillen dus per contractvorm, maar dat geldt niet voor de verantwoordelijkheid van de werk- of opdrachtgever. Die moet in bijna alle gevallen gewoon voor een veilige werkomgeving zorgen. De Inspectie SWZ (de oude ­Arbeidsinspectie) maakt juridisch geen onderscheid tussen alle bovengenoemde arbeidsrelaties.

Volgens de Ser beseffen nog niet alle werknemers dat. In de enquêtes zegt slechts 35 procent van de uitzendkrachten dat ze toegang hebben tot de bedrijfsarts van hun werkgever, terwijl ze die toegang (als het goed is) altijd hebben. 

Het kabinet wil het aantal vaste contracten nog meer promoten

De Ser ontving de opdracht voor dit onderzoek in 2017 van het kabinet, toen de ‘flexibele schil’ nog altijd veel harder groeide dan het aantal mensen met een vast dienstverband. Die trend is door de aangetrokken economie inmiddels op zijn retour.

De groep uitzendkrachten kromp het tweede kwartaal liefst met 6,2 procent, aldus het Centraal Planbureau. Met een groot tekort aan personeel in allerlei sectoren doen werkgevers meer hun best die mensen aan zich te binden.

Het kabinet wil het aantal vaste contracten nog meer promoten met een nieuwe arbeidsmarktwet (de Wet arbeidsmarkt in balans). Dat wil de ­regering, omdat vaste werknemers vaak betere arbeidsvoorwaarden zouden hebben. Daarom moeten werkgevers vanaf 2020 onder meer een fors hogere WW-premie betalen voor hun flexwerkers. 

Ook vakbond CNV maakt zich zorgen om de flexwerker. CNV noemt de Ser-conclusies ‘schokkend’, flexwerk in het algemeen ‘een veelkoppig monster dat veel slachtoffers maakt’. “Tijd om paal en perk te stellen aan deze schadelijke trend”, zegt voorzitter Arend van Wijngaarden.

Lees ook:

‘De krapte op de arbeidsmarkt ontwricht de samenleving’

In allerlei sectoren neemt de krapte aan personeel toe, schrijft het UWV. Dat is slecht voor de economische groei en voor het werkplezier.

De werkloosheid stijgt, terwijl meer mensen een baan vonden. Hoe kan dat?

Ondanks de krappe arbeidsmarkt is het aantal werklozen wat gestegen. Dat komt vooral door instroom van mensen die hiervoor nooit deelnamen aan de arbeidsmarkt en die nu wel zijn gaan zoeken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden