Flexwerk

Flexbranche klimt dit jaar nog uit het coronadal, maar is dat wel de bedoeling?

Met name in de horeca is de vraag naar flexibele arbeidskrachten groot. Beeld ANP
Met name in de horeca is de vraag naar flexibele arbeidskrachten groot.Beeld ANP

De vraag naar uitzend- en oproepkrachten neemt weer toe, zien economen van ING. Maar hoe zit het met het plan van werkgevers en werknemers om flexwerk aan banden te leggen?

Ze vlogen er als eersten uit toen de coronacrisis uitbrak en vinden als eersten weer werk nu de economie zich herstelt: de flexibele arbeidskrachten. Het Economisch Bureau van ING voorspelt dat het aantal uren dat er in de flexbranche wordt gewerkt – door oproepkrachten, uitzendkrachten en werknemers met payroll contracten – dit jaar met 10 procent zal groeien. “Vorig jaar was er nog sprake van een krimp van 14 procent”, zegt ING-sectoreconoom Katinka Jongkind.

Naast ING komt ook de Algemene Bond Uitzendondernemingen (ABU) deze week met cijfers. In de uitzendsector – onderdeel van de flexbranche – steeg het aantal uitzenduren tussen eind april en eind mei van dit jaar met bijna 40 procent in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar.

De groei komt door het herstel van de economie, waardoor werkgevers weer op zoek zijn naar personeel. Werkgevers die het meest gebruik maken van flexwerkers zitten in de industrie, administratie en het transport. Ook in sectoren die tijdens de lockdowns de deuren moesten sluiten – zoals de detailhandel non-food en de horeca – neemt de vraag naar flexkrachten weer sterk toe, ziet econoom Jongkind. Daardoor vreest één op de drie ondernemers met een uitzendbureau of een payrollbedrijf nu al dat ze dit jaar niet genoeg flexibele krachten kunnen vinden om aan de vraag te voldoen.

Klassieke reactie

De toenemende groei in de flexbranche is het gevolg van een klassieke reactie van werkgevers die na een crisis bij voorkeur eerst flexibel personeel inhuren. Dat heeft te maken met de onzekerheid die deze tijd met zich mee brengt, legt Jongkind uit. “Ondernemers willen eerst zien of de economie echt aantrekt dan pas nemen ze werknemers in vaste dienst.”

Maar valt dat wel te rijmen met het deze maand gepresenteerde advies van de Sociaal Economische Raad (Ser)? Daarin hebben de werkgeversorganisaties (VNO-NCW en MKB Nederland) samen met de vakbonden voorstellen gedaan om de flexibilisering van de arbeidsmarkt aan te pakken.

Die voorstellen – waarvan de polder hoopt dat ze worden overgenomen door een nieuw kabinet – liegen er niet om. Stop met payrolling, stop met nulurencontracten, maximeer uitzendwerk tot drie jaar. En geef iedere uitzendkracht recht op dezelfde arbeidsvoorwaarden als een medewerker bij het inlenende bedrijf. Flexwerk wordt daarmee duurder en minder flexibel. Dit om het alleen in te zetten voor ‘ziek & piek’ en niet langer voor werk op structurele basis.

De groei in de flexbranche hoeft niet te betekenen dat het Ser-advies loze woorden bevat, laat vakbond FNV weten. “In het Ser-advies gaan we uit van een vaste baan voor structureel werk, dat zal vaak niet meteen bij aanstelling van nieuw werk zijn, maar na een periode van maximaal 52 weken tijdelijk of uitzendwerk. Wij verwachten dus dat mensen dan in vaste dienst worden genomen”, aldus FNV.

Weinig bestaansrecht

Jongkind: “Hoewel nog onduidelijk is welke adviezen eventueel door een nieuw kabinet worden overgenomen, zal een deel van het uitzendwerk in zijn huidige vorm in de toekomst weinig bestaansrecht meer hebben. Naar verwachting zal dit leiden tot een shake-out van uitzendorganisaties, en dan met name van bedrijven die hun bestaansrecht ontlenen aan sterke concurrentie op het gebied van uitgeklede arbeidsvoorwaarden.”

Daarentegen zijn er ook nog volop kansen voor uitzendorganisaties, denkt de econoom. “Dankzij nieuwe technologieën en veranderend consumentengedrag zal bepaald werk veranderen of zelfs geheel verdwijnen. Uitzendorganisaties kunnen hier een rol in spelen door zich te richten op het omscholen en het van werk naar werk begeleiden van werknemers. Ook kunnen uitzenders een actievere rol spelen bij het aan het werk helpen van (semi)werklozen, nu de arbeidsmarkt weer krapper wordt. Uit cijfers van het CBS blijkt dat er een onbenut arbeidspotentieel is van 1,1 miljoen mensen, ongeveer 8,5 procent van de beroepsbevolking.”

Medewerkers van de landelijke publieke omroep proberen de flexibele arbeidscontracten in hun sector nu al aan te pakken. Met vakbond FNV hebben zij oplossingen aangedragen voor het terugdringen van het hoge aantal flexibele contracten in hun sector. Ze zien brood in een algemeen publiek omroeparbeidscontract, waarbij medewerkers in dienst komen van de publieke omroep en vervolgens werken voor verschillende omroepen.

Lees ook:

Het Ser-rapport is alweer een advies aan het nieuwe kabinet, maar wel een voor bovenop de stapel

Minder flexwerk, een hoger minimumloon en een nieuw soort werktijdverkorting bij economische tegenspoed. Die speerpunten zijn werkgevers en werknemers binnen de Sociaal Economische Raad (Ser) overeengekomen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden