Hightech-sector

Eindhoven is een koploper op het gebied van innovatie, met dank aan de typisch Nederlandse cultuur van samenwerken

De High Tech Campus in Eindhoven. Albert Heijn laat hier boodschappen bezorgen door een robot.Beeld ANP

Nederland scoort zeer goed in innovatie gericht op slimme landbouw, 3D-systemen en slimme gezondheidstoepassingen. In het bijzonder het zuidoosten van Brabant is een wereldwijde koploper.

Brainport Eindhoven laat steden als Londen, München, Stockholm en Parijs achter zich als het om innovaties gaat, blijkt uit recent onderzoek van het Europese Octrooibureau (EOB). De typisch Nederlandse samenwerking tussen wetenschappelijke instellingen, bedrijfsleven en overheid is volgens Paul de Krom, CEO van TNO, een belangrijke verklaring voor dat succes. “Daarin zijn we echt uniek en in Zuidoost-Brabant is die cultuur heel sterk. Mensen kennen elkaar en ontmoeten elkaar makkelijk.”

In 2011 werd Eindhoven al uitgeroepen tot slimste regio ter wereld. Het EOB-bevestigt het beeld dat Zuidoost-Brabant wereldwijd voorop loopt op innovatief gebied. Bij octrooiaanvragen in het kader van wat wel de vierde industriële revolutie wordt genoemd, laat Brainport Eindhoven heel Europa achter zich en mondiaal staat het op de 15de plaats.

Philips is verantwoordelijk voor veruit de meeste octrooiaanvragen

Nederland als geheel doet het ook goed, met innovaties die zich vooral concentreren op slimme landbouw, 3D-systemen en slimme gezondheidstoepassingen. Kijkend naar het aantal octrooiaanvragen per miljoen inwoners staan we in Europa op de derde en wereldwijd op de zesde plaats. Binnen Nederland is Philips, dat zich tegenwoordig vooral op de medische sector concentreert, goed voor 65 procent van de octrooiaanvragen. 

Verder noemt het EOB de belangrijke rol van TU Eindhoven en TNO in innovatief Nederland. Ook Rudi Bekkers, hoogleraar standaardisatie en intellectueel eigendom aan de TU, ziet samenwerking als een belangrijke factor voor het Eindhovense succes. In de regio komt alles samen voor een vruchtbaar innovatief klimaat, zegt hij: de aanwezigheid van kennisinstituten en innovatieve bedrijven, een meewerkende overheid en een goed functionerend rechtssysteem en financiële sector.

Een voorbeeld van die samenwerking is de Eindhovense High Tech Campus, waar Philips in 1998 al zijn onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten bijeenbracht. Daar ontmoetten onderzoekers van allerlei afdelingen elkaar en dat leidde tot een enorme toename van innovatieve ideeën. In 2003 besloot Philips de campus ook voor andere technologiebedrijven open te stellen. 

De High Tech Campus in Eindhoven.Beeld ANP

Bekkers beklemtoont de lange duur van de samenwerking tussen bedrijven en Eindhovense instellingen als de TU. “De universiteit staat wereldwijd al jaren op de eerste plaats als het om publicaties samen met bedrijven gaat.” Hij ziet dat elders met grote belangstelling naar die Nederlandse interactie wordt gekeken. 

Maar het kopiëren van die innovatieve omgeving is zo simpel niet. “Daarvoor is een bepaalde cultuur van openheid nodig en dat is iets wat je moeilijk kunt plannen. Frankrijk heeft geprobeerd vergelijkbare innovatieve regio’s te creëren, maar als bedrijven vervolgens toch achter hun eigen hek blijven zitten, werkt het dus niet.”

De groei in Nederland blijft achter bij de Europese groei

Hoe goed Eindhoven het ook doet, het EOB-rapport bevat niet alleen maar goed nieuws. Tussen 2010 en 2018 groeide het aantal octrooiaanvragen weliswaar met 10,2 procent, maar daarmee bleef Nederland als geheel fors achter bij de Europese groei van 15,5 procent en de mondiale groei van 20 procent.

Nu moet je je niet blindstaren op zulke aantallen, waarschuwt Bekkers: “Het EOB heeft puur het aantal octrooiaanvragen geteld. Dat zegt natuurlijk niet alles, want het ene patent is het andere niet. Eén patent op een covidvaccin heeft een heel ander gewicht dan duizend aanvragen vanuit de smart industry.”

Toch is de achterblijvende groei in aangevraagde octrooien een teken aan de wand, want gelijktijdig investeert Nederland aanzienlijk minder in onderzoek en ontwikkeling dan de ons omringende landen, constateert De Krom: “We lopen behoorlijk achter op het Europese streefcijfer van 3 procent van het bruto binnenlands product voor investeringen in research en development. De Nederlandse regering streeft naar 2,5 procent van het bbp, momenteel zitten we op 2,18 procent. Buurland Duitsland zit op 3 en streeft naar 3,5 procent. Wij zouden 3 procent binnen tien jaar als doel moeten stellen.”

De regering stelde wel dit jaar een Nationaal Groeifonds van 20 miljard euro ter beschikking. Daarmee moeten de komende vijf jaar kennisontwikkeling, infrastructuur en onderzoek, ontwikkeling en innovatie worden gestimuleerd. De Krom ziet het als een stap in de goede richting, maar betreurt dat het een tijdelijk fonds betreft: “Er is de komende tien jaar echt structureel meer geld nodig om daadwerkelijk op die 3 procent te komen.”

Lees ook:

Er dreigt een politieke strijd te ontstaan over het ‘Wopke-Wiebesfonds’

Een Nationaal Groeifonds moet de economie er bovenop helpen. Maar over de besteding van het geld dreigt nu al een politiek gevecht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden