InterviewWilko Kok

Eindeloos bellen, regelen, overleg: hoe een zeebedrijf de aflossing van bemanning regelde in coronatijd

Om corona buitenboord te houden werd voedsel aangeleverd door mensen in beschermende pakken. Beeld Bark
Om corona buitenboord te houden werd voedsel aangeleverd door mensen in beschermende pakken.Beeld Bark

Hoe regel je dat zeelieden in coronatijd naar huis kunnen? En hoe krijg je ze aan boord van je schip? Wilko Kok regelde het voor Van Oord en had het er dit jaar druk mee.

“We zagen het aankomen”, zegt Wilko Kok, bij maritiem bedrijf Van Oord verantwoordelijk voor de aflossing van bemanningsleden. Maar als in maart echt het ene na het andere land op slot gaat, is de impact er niet minder om. Het is aanpoten voor Kok en zijn collega’s.

Van Oord heeft zo’n 1700 mensen werken op zijn schepen: veel Nederlanders, veel Filipino’s, maar ook Britten, Australiërs, Oekraïners, mensen uit de Baltische staten, Indiërs en Indonesiërs. Ze werken op baggervaartuigen, op schepen die windturbines op zee plaatsen en op kabelleggers. Op veel plekken dreigen mensen niet meer weg te kunnen, of zitten ze al vast: in Rusland, het Midden-Oosten, Brazilië, Sri Lanka, Polen, Scandinavische en West-Europese landen. Dat Van Oord in maart relatief veel projecten in West-Europa heeft, komt in deze omstandigheden niet slecht uit.

Wat er moet gebeuren? “Het werk moest doorgaan en de veiligheid van de bemanningen moest gegarandeerd”, vertelt Kok. Schepen worden voorzien van ontsmettingsmiddelen en thermometers. Bezoek aan boord is niet meer toegestaan. Er worden bubbels gecreëerd: virusvrije werkomgevingen. Van Oord breekt met het traditionele systeem van aflossingen waarbij een deel van een crew wordt gewisseld. Voor de hele bemanning wordt het nieuwe systeem: zes weken op, zes weken af.

Hard gelag voor Filipino’s

Voordat een crew een schip opgaat, worden alle bemanningsleden getest. Wie positief test, moet in quarantaine. Wie negatief test, kan het schip op. Van Oord heeft, zegt Kok, tot eind december 4700 testen uitgevoerd: daarvan waren er 51 positief. Besmettingen aan boord zijn uitgebleven.

Het is lastig om zeelieden na zes weken werken thuis te krijgen. Zijn ze van boord, dan zijn er vaak geen vluchten naar hun thuisland. Veel landen eisen dat zeelieden in quarantaine gaan voordat ze hun land binnengaan. Dan zijn er nog regionale of lokale eisen.

Vooral voor Filipino’s is het vaak een hard gelag, vertelt Kok. Soms moeten ze eerst in quarantaine als ze van boord zijn gegaan, dan bij aankomst in de hoofdstad Manilla en dan nog eens als ze op het eiland komen waar ze wonen. Veertig dagen quarantaine, terwijl ze zes weken van boord kunnen zijn? Dat gaat niet en een deel van de Filipijnse zeelieden gaat niet naar huis. In juni en juli zit de eilandengroep vrijwel dicht.

Schrijnende gevallen

Soms grijpt Van Oord naar middelen waar het bedrijf zelden of nooit naar grijpt. In Rusland zit een crew vast. Er wordt een vliegtuig gehuurd. “Vliegtuigen waren er genoeg”, constateert Kok droog, wat niet wil zeggen dat het toestel voor een habbekrats te huur was. “Zeker niet.” Ook een ploeg uit Dubai en een uit Bahrein worden met een huurvliegtuig opgehaald. Als er mensen niet weg kunnen uit Sri Lanka en Indonesiëm besluit Kok de schepen maar naar Nederland te laten varen.

Het aan boord van mensen brengen is soms nog lastiger. Omdat zeelieden ook dan in quarantaine moeten. Of omdat ze de vereiste visa niet kunnen krijgen omdat hun ambassades zijn gesloten. Het is veel geregel, veel overleg. De eisen waaraan zeelieden moeten voldoen, verschillen van land tot land én van tijd tot tijd. Er zijn mensen die stranden op een luchthaven omdat er een papiertje ontbreekt.

Kok en zijn mensen regelen hotels om te voorkomen dat zeelieden-in-quarantaine in een door de staat aangewezen hotel moeten bivakkeren. Er zijn, vertelt Kok, schrijnende gevallen. Het stoffelijk overschot van een man dat niet op tijd naar zijn woonplaats kan worden vervoerd. De zeeman die een begrafenis van een dierbare mist.

Intensiever contact is de voornaamste winst

Al met al is het door de bank genomen wel goed gelopen, constateert Kok. De projecten konden doorgaan, van vertraging was niet of nauwelijks sprake. Aanpoten was het wel. “Dubbele kosten en drie keer zoveel moeite als normaal”, vat hij het jaar samen. Hij schat dat zo’n 80 procent van de 1700 zeelui te maken heeft gehad met vertragingen, roosterwijzigingen of kortere verlofperiodes. In de eerste lockdown zijn er zelfs mensen die vier of vijf maanden aan boord moeten blijven.

De belangrijkste les? “Mensen op de schepen hebben internet, een gym, goede voorzieningen. Maar het is heel belangrijk dat er contact is met het bedrijf. En dat het bedrijf contact houdt met het thuisfront van de zeelui.” Dat intensievere contact, vooral met de medewerkers van Van Oord die zaken in de projectlanden regelden, ziet Kok als voornaamste winst van dit vreemde jaar. 

Een jaar waarin hij zelf trouwens ook vaak vanuit huis moest werken en waarin hij op de valreep nog een probleem moest oplossen: 35 mensen die vastzaten in Engeland, omdat er daar een variant van het coronavirus was opgedoken. Ze waren, zegt Kok, allemaal thuis met de kerstdagen.

Lees ook:

Zo’n 300.000 zeevarenden willen naar huis. Maar hoe?

Ruim 80 procent van alle handel gaat over zee. De werknemers op de schepen hebben het erg zwaar tijdens de coronacrisis. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden