Olieprijs

Een zee van olie – waar moet die naartoe?

Olietankers voor de kust van Californië. Bedrijven en handelaren slaan olie in tankers op, omdat die olie elders niet kwijt kunnen of omdat ze die olie later duurder hopen te verkopen.Beeld AFP

Olie is spotgoedkoop en benzine ook. Er is een grote kans dat dat nog lang zo blijft.

In weinig bedrijfstakken gaat het er zo heftig aan toe als in de olie. Olieprijzen die deze eeuw nog niet zo laag zijn geweest; olie die voor bijna niets wordt aangeboden; een dreigend tekort aan tanks voor de olieopslag en supertankers die als opslagruimte worden verhuurd. Tegen kapitale tarieven.

Eind deze week worden de afspraken van kracht die Rusland, Saudi-Arabië en andere olieproducerende landen ruim twee weken geleden maakten. Het mes gaat in de productie: tien miljoen vaten per dag, als de landen zich aan hun afspraken houden. Dat staat gelijk aan bijna 10 procent van de wereldproductie, die vorig jaar bijna 100 miljoen vaten beliep.

Beeld Sander Soewargana

Toch hebben de landen met hun akkoord een verdere prijsdaling niet kunnen voorkomen. Olie is nog goedkoper geworden. Een vat Amerikaanse olie die in juni moet worden geleverd, kostte dinsdag nog geen twaalf dollar. Een vat Brent-olie (een verzamelnaam voor wat lichtere, zwavelarme olie) kostte dinsdag even minder dan 20 dollar. Het zijn de laagste prijzen in zo’n 25 jaar. In januari kostte een vat nog 60 dollar.

Een enorm olie-overschot

Er zijn twee redenen voor die prijsdaling. De vraag naar olie is ingezakt. Het Noorse onderzoeksbureau Rystad Energy en het Internationaal Energie Agentschap (IEA) schatten dat er in april wereldwijd dagelijks 28 tot 29 miljoen vaten minder doorheen gaan dan voor de coronacrisis. In mei waarschijnlijk ook. Omdat de productie veel hoger ligt, is er een enorm overschot ontstaan.

Daar ligt de tweede reden voor de prijsval. Dat overschot moet worden opgeslagen en op sommige plekken lukt dat niet meer. Vandaar dat Canadese olie, zegt oliepublicist Jilles van den Beukel, al voor 7 dollarcent (0,07 dollar) per vat van de hand is gegaan en dat ‘kopers’ van Amerikaanse olie vorige week geld toe kregen als ze olie kochten. Dat opslagprobleem wordt groter en groter: Rystad verwacht dat er in de loop van mei geen opslagmogelijkheden meer zijn, uitzonderingen daargelaten. Dan moet de olieproductie verder naar beneden.

In sommige landen is dat al aan de gang. Bijvoorbeeld in de VS, ’s werelds grootste olieproducent. Ondanks druk van Rusland weigerde president Trump ruim twee weken geleden de Amerikaanse productie te beteugelen. Trump voerde aan dat de markt zijn werk wel zou doen. Bij lage olieprijzen zouden veel Amerikaanse oliebedrijven hun productie beperken of domweg stoppen.

Zwaar voor de kiezen

Daar begint het sterk op te lijken. In de staat North Dakota is de productie al met dertig procent verminderd, zegt Van den Beukel. In Canada ook. Een jaar geleden waren er in de VS, volgens het onderzoeksbureau Enverus, 1035 boortorens op zoek naar olie. Afgelopen zondag nog maar 433. Het duurt, zegt Van den Beukel, na een olievondst vier tot zes maanden voordat schalie-oliebedrijven met de productie beginnen. Dan kunnen ze een tijdje voluit, waarna de productie inzakt. Omdat er weinig meer naar olie wordt gezocht, zal de Amerikaanse productie (in 2019: 12,3 miljoen vaten) vanaf dit najaar flink teruglopen. De schalieolieproducenten krijgen het zwaar voor de kiezen. Heel zwaar.

Het zal dus wel even duren voordat de overschotten zijn verdwenen en de olie weer 60 dollar per vat kost. Hoe lang? Nou, misschien wel lang. Aanvankelijk was het idee dat de wereldeconomie (en de vraag naar olie) snel zou opveren als het virus was uitgewoed. Die gedachte verliest terrein. 187 landen hebben hun burgers beperkende maatregelen opgelegd, volgens het IEA. Dan is een snel herstel niet te verwachten. Energiebureau Rystad stelt in zijn laatste coronarapport: “De (productie)niveaus van 2019 zijn voorlopig niet haalbaar. Misschien wel nooit meer.”

Goedkope benzine aan de pomp

Automobilisten die hun auto al meer dan maand niet hebben aangeraakt, zullen ervan opkijken als ze langs een tankstation rijden. Sjonge, wat zijn benzine en diesel goedkoop. Benzine kostte dinsdag officieel 1,567 euro per liter, diesel 1,301. Maar beide producten worden, ook langs de snelweg, veelvuldig voor lagere prijzen aangeboden dan de officiële adviesprijzen van de oliemaatschappijen. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek lag de gemiddelde prijs voor een liter benzine vorig week zelfs op 1,47 euro. In februari was een liter nog zo’n 20 cent per liter duurder (diesel: 16 cent) en in januari 23 cent. Toen was het wel een stuk drukker op de Nederlandse wegen.

Olie is door de coronacrisis heel goedkoop geworden en dat is aan de pomp te merken. Wel is de prijsdaling van benzine en diesel veel kleiner dan die van ruwe olie. Dat komt doordat de prijzen van benzine en diesel vooral worden bepaald door belastingen.

Hoe is de benzineprijs opgebouwd? Voor 21 procent wordt die bepaald door de productiekosten: de kosten voor ruwe olie, de verwerking ervan (raffinage) tot benzine en door de dollarkoers, want ruwe olie wordt afgerekend in dollars. Dan zijn er de marges voor de oliemaatschappij, voor de tankstations en de kosten voor distributie en marketing van de benzine. Die zijn, volgens opgave van het consumentencollectief United Consumers, samen goed voor 11 procent van de benzineprijs.

De rest bestaat uit accijns en btw. De accijns is een vast bedrag per liter: ruim 80 cent voor benzine, 51 cent voor diesel. Hoe goedkoper de benzine, hoe groter het aandeel van de accijns in die prijs. Dinsdag bedroeg dat aandeel 51 procent. De btw wordt geheven boven op al die kosten: 21 procent van 1,295 euro. Dat betekent dat de btw goed is voor 17 procent van de 1,567 euro die dinsdag als gemiddelde adviesprijs gold. Bij diesel is het aandeel van de productiekosten hoger (30 procent) en die van de accijns lager: dinsdag 39 procent, volgens United Consumers.

Kan de benzineprijs verder omlaag? In principe wel, nog een beetje. Als olie nog goedkoper wordt, de raffinagekosten dalen en de marges lager worden. Daar staat tegenover dat de opslag van olie en benzine duurder is geworden. Omdat er zoveel vraag naar opslagcapaciteit is. Omdat er zoveel olie wordt geleverd en zo weinig benzine wordt verbruikt.

Lees ook: 

Trump, Rusland en Saudi-Arabië zetten de oliewereld op de kop

Welk land is bereid om minder olie te produceren? Wie bindt in? Dat is de vraag.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden