UitzendmarktOnderzoek

Een woud aan regels voor uitzendkracht

Uitzendkrachten zijn kwetsbaar tijdens deze coronacrisis. Beeld Suzan Hijink

Te lage salarissen, veel korte contracten, lange tijd geen doorbetaling bij ziekte en geen ontslagbescherming. De uitzendbranche maakt optimaal gebruik van wettelijke uitzonderingen.

Er zijn enorm ingewikkelde regels voor uitzendkrachten ontstaan, zowel door de vele uitzonderingen in de wet als ook in de cao’s. Dit verleidt werkgevers om de randen van wat mag op te zoeken. En de uitzendkracht is daar de dupe van. Dat staat in het rapport ‘De positie van uitzendwerknemers’ van onderzoeksbureau SEO Economisch Onderzoek.

Volgens de wet kunnen de Randstads, Manpowers, Adecco’s en Otto’s van dit land de uitzendkrachten in totaal 5,5 jaar lang inzetten op flexibele basis. “Dat is inderdaad heel lang”, zegt Arjan Heyma, onderzoeker bij SEO. Ter vergelijking: voor alle andere werknemers in Nederland gold maximaal twee jaar flexibele contracten, sinds 1 januari van dit jaar is dat drie jaar.

Uitzendwerk is bedoeld als opstap naar een vaste baan elders. Of om een tijdelijke vraag naar arbeid op te vangen, zoals seizoenswerk of om zieke werknemers te vervangen. In de meeste gevallen is daar echter geen sprake van. Het merendeel van de uitzendwerknemers voert structurele werkzaamheden uit vergelijkbaar met de collega’s die in vaste dienst zijn.

Uitzendkrachten flink de dupe van coronacrisis

Tot 1 mei hadden al 1450 uitzendbedrijven financiële hulp gevraagd en gekregen van het UWV voor personeel dat vanwege de coronacrisis zonder werk zit. De vraag naar uitzendkrachten is door alle maatregelen flink gedaald. Van eind maart tot eind april daalde het aantal via uitzendbureaus gewerkte uren met 24 procent, meldt brancheorganisatie ABU. Volgens vakbond CNV is dat nog positief, uit een eigen onderzoek van CNV blijkt dat bijna de helft van de uitzendkrachten (vrijwel) geen werk meer heeft door de coronacrisis.

Er gaat nogal wat fout

Daarvoor krijgen ze niet evenveel betaald, terwijl dat wel moet. In de cao staat namelijk dat uitzendkrachten hetzelfde salaris moeten verdienen als de collega’s met een dienstverband. Maar er gaat daarbij nogal wat fout. Met andere woorden: de zogenoemde verplichte inlenersbeloning wordt uitgekleed, staat in het SEO-rapport dat in april naar de Tweede Kamer is gestuurd.

Daarbij worden vaak de volgende fouten gemaakt: onjuist uurloon, verkeerde functie of functiegroep, het niet doorvoeren van loonsverhogingen en periodieken, en verkeerde overwerk- en toeslagpercentages. Heyma: “En voor de uitzendkracht is het heel schimmig of de werkgever nou wel of niet voldoet aan de correcte arbeidsvoorwaarden. Dat komt door die complexiteit, met meerdere cao’s.”

Salaris ingehouden

Daarbij komt het nog regelmatig voor dat een deel van het salaris wordt ingehouden als vergoeding voor onkosten door het uitzendbureau, meldt het rapport. Sowieso geeft een vijfde van de uitzendwerknemers aan dat zij weleens loon aan de werkgever moeten afdragen. In de meeste gevallen zijn dat dan kosten voor huisvesting (bij arbeidsmigranten) en daarnaast ook voor de kosten van vervoer.

Dat het rommelt, blijkt ook uit het tevredenheidsonderzoek. Uitzendwerknemers zijn een stuk minder te spreken over hun werk dan elke andere werknemer. Het grootste deel wil dan ook dolgraag een vaste baan ergens. Er is ook bijna niemand die echt 5,5 jaar voor een uitzendbureau werkt.

Meer uitzenduren

Uitzendkrachten blijven steeds langer hangen in hun uitzendbaan. Van de mensen die in 2006 met een uitzendbaan begon, was na drie jaar nog 11 procent uitzendwerker. Van degenen die in 2014 instroomden, had 21 procent na drie jaar nog steeds een uitzendbaan. Ook zijn ze flink meer uren per week gaan werken. Door die twee factoren is de omvang van uitzendwerk in aantal uren tussen 2006 en 2018 bijna verdubbeld. De belangrijkste sectoren waar uitzendwerknemers werken zijn de industrie, de zakelijke dienstverlening (horeca), de logistiek, bouw en detailhandel.

Vakbond CNV hekelt vooral de eerste fase, die anderhalf jaar kan duren, waarin uitzendkrachten nauwelijks rechten hebben: geen loondoorbetaling bij ziekte, beperkte pensioenopbouw en geen enkele vorm van ontslagbescherming. “Wij pleiten ervoor dat deze fase wordt teruggebracht naar een half jaar, zodat uitzendkrachten snel doorstromen naar een betere contractvorm”, aldus CNV-voorzitter Piet Fortuin.

Daar ligt een schone taak voor vakbonden toch? Heyma: “Het verbaast mij wel dat al die uitzonderingen in de cao goed zijn bevonden door de vakbonden. Dat is echt bijzonder. Misschien waren ze bang dat de flexibilisering anders nog verder zou doorslaan?” Erik Pentenga, sectorbestuurder FNV Naleving & Flex, benadrukt dat FNV het niet alleen voor het zeggen heeft.

“We opereren al jaren in een politieke sfeer waarin het afwentelen van werkgeversrisico’s en lage lonen normaal gevonden wordt.” Het stoort Pentenga ook dat de regels zo complex zijn geworden. “Je spreekt iets met elkaar af en telkens zoeken juristen van de werkgevers weer gaatjes op om dan toch weer de regels te omzeilen ten koste van uitzendkrachten.”

Zo ontstonden er opeens payrollconstructies met weer andere regels, terwijl het eigenlijk gewoon structureel werk is waar uitzendregels op werden toegepast, memoreert Pentenga. “Feit is dat uitzendwerk allang niet meer vervanging is voor piek en ziek, of een opstap voor vast werk. Maar het zijn wel politieke beleidskeuzes geweest die dat mogelijk maakten. De wetten geven die openingen. Het is de laatste jaren dweilen met de kraan open.”

CNV vindt dat vooral het kabinet aan zet is: minister Wouter Koolmees van sociale zaken moet de slechte positie van honderdduizenden uitzendkrachten zo snel mogelijk verbeteren. “Uitzendwerk is een verdienmodel geworden, blijkt ook weer uit deze evaluatie. Het overgrote deel doet hetzelfde werk als mensen in vaste dienst maar heeft geen uitzicht op een baan bij de inlenende werkgever”, concludeert Fortuin.

Minister Wouter Koolmees van sociale zaken en werkgelegenheid wilde dit grootschalige onderzoek omdat er zorgen zijn over het oneigenlijk gebruik van het uitzendregime.Beeld ANP

Verbod op doorstroom

Tot enige tijd geleden was het ook nog mogelijk om in het contract op te nemen dat uitzendkrachten niet binnen een bepaalde tijd ergens anders zouden gaan werken. Een verbod op doorstroom dus. Heyma: “Uitzendbureaus willen de kosten die ze maken voor werving en selectie terugverdienen door deze mensen uit te zenden. Als ze dan snel elders een baan krijgen, halen ze die kosten er niet uit.”

Bizar natuurlijk, zo’n verbod op doorstroom, dus kwam daar weer een verbod op: het belemmeringsverbod. Daar is vervolgens weer veel over geprocedeerd door juristen. Er werd uiteindelijk bedacht dat uitzendbureaus wel een vergoeding mogen vragen, een soort afkoopsom, aan het bedrijf die de werknemer in dienst wil nemen. Hoe vaak dat gebeurt weet SEO niet.

Het ministerie van sociale zaken wilde dit grootschalige onderzoek omdat er zorgen zijn over het oneigenlijk gebruik van het uitzendregime.  Minister Koolmees wil nu echter nog niet op het rapport reageren. ­Heyma kan wel al zeggen: “Er wordt optimaal gebruikgemaakt van de wettelijke uitzonderingen.”

Lees ook: 

Niemand is blij met de nieuwe payroll-regels

Het kabinet wil onderbetaling bij payrollbedrijven tegengaan. De uitzendbranche en vakbond FNV betwijfelen of dat gaat lukken.

Randstad-dochter is postsorteerders miljoenen aan achterstallig loon schuldig

Randstad-dochter TTO is duizenden sorteerders die werkten bij PostNL miljoenen euro's aan achterstallig loon schuldig, meent vakbond FNV. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden